Herhaling H9

Herhaling H9
1 / 46
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 46 slides, with text slides.

Items in this lesson

Herhaling H9

Slide 1 - Slide

H9: Materialen
H9.1: Materiaaleigenschappen
H9.2: Polymeren maken
H9.3: Polymeren toepassen
H9.4: Metalen & composieten
H9.5 & H9.6: Kringloop

Slide 2 - Slide

H9.1 Materialen
Je leert eigenschappen
van materialen (macro-
niveau) verklaren
op meso- en micro-
niveau

Slide 3 - Slide

macro niveau
= waarneembare en meetbare eigenschappen (stofniveau)
bijvoorbeeld
- kook/smeltpunt
- kleur
- oplosbaarheid
- hardheid

Slide 4 - Slide

micro niveau
= niveau van deeltjes en hun bindingen (deeltjesniveau)

bijvoorbeeld
- atoom & atoombinding
- molecuul & molecuulbinding
- OH/NHgroep en H-brug
- ionen & ionbinding
- metaalatoom & metaalbinding

Slide 5 - Slide

meso niveau
= ordening van deeltjes in grotere structuren
= ordening van deeltjes ten opzichte van elkaar
niveau tussen micro en macro
bijvoorbeeld
- vezels
- kristallen
- eiwitcomplexen


Slide 6 - Slide

Micro-ABC
REDENEREN over bindingen/moleculen is een ABC-tje​
Atoomgroep benoemen​ (ion/molecuul/keten/... enz)
Binding benoemen​
Conclusie trekken​

Dit is een handig hulpmiddel om je eigen antwoorden de CONTROLEREN


Vragen op meso-niveau kun je op dezelfde manier beantwoorden als vragen op micro-niveau

Slide 7 - Slide

Je hebt hiervoor bij elk soort deeltjes de juiste naam van de binding geleerd:

Slide 8 - Slide

Toepassen = herhaling H2
Verklaar op microniveau de volgende eigenschappen op macroniveau:
- kook/smeltpunt
- elektrisch geleidingsvermogen
- oplosbaarheid / waterbindend vermogen
- vervormbaarheid / hardheid zouten en metalen


Slide 9 - Slide

kook/smeltpunt
= hoe sterker de deeltjes elkaar aantrekken, hoe hoger het kook/smeltpunt van de stof

Welke bindingen worden verbroken bij het koken van water?
Welke bindingen worden verbroken bij het smelten van ijzer?

Slide 10 - Slide

kook/smeltpunt
hoe sterker de deeltjes elkaar aantrekken, hoe hoger het kook/smeltpunt van de stof

binding
sterk/zwak
kook/smelt-punt
METALEN
metaalbinding 
sterk
hoog
ZOUTEN
ionbinding
sterk
hoog
MOLECULAIRE STOFFEN
molecuulbinding
H-brug
zwak
sterker
laag
hoger

Slide 11 - Slide

kook/smeltpunt        kook/smelttraject
Tijdens het smelten/koken blijft de temperatuur constant. Alle deeltjes hebben dezelfde binding, die dezelfde hoeveelheid energie kost om te breken. Pas als alle bindingen tussen de deeltjes zijn verbroken, zal de temperatuur weer stijgen
zuivere stof = 1 soort deeltjes

Slide 12 - Slide

kook/smeltpunt        kook/smelttraject
zuivere stof = 1 soort deeltjes
mengsel = 2 of meer soorten deeltjes
In een mengsel zijn meerdere stoffen aanwezig. De deeltjes hebben niet allemaal dezelfde binding. De ene soort binding wordt eerder verbroken dan de andere soort binding. Tijdens het stollen/smelten/koken blijft de temperatuur daarom niet constant
Tijdens het smelten/koken blijft de temperatuur constant. Alle deeltjes hebben dezelfde binding, die dezelfde hoeveelheid energie kost om te breken. Pas als alle bindingen tussen de deeltjes zijn verbroken, zal de temperatuur weer stijgen

Slide 13 - Slide

Welke geladen deeltjes zijn aanwezig in een metaal?
welke geladen deeltjes zijn aanwezig in een zout?
= er zijn geladen deeltjes aanwezig die vrij kunnen bewegen
elektrisch geleidingsvermogen

Slide 14 - Slide

= er zijn geladen deeltjes aanwezig die vrij kunnen bewegen
elektrisch geleidingsvermogen
METALEN              
In het metaalrooster zijn vrij bewegende valentie-elektronen aanwezig. Hierdoor kan een metaal altijd stroom geleiden

Slide 15 - Slide

= er zijn geladen deeltjes aanwezig die vrij kunnen bewegen
ZOUTEN              
elektrisch geleidingsvermogen
METALEN              
In het metaalrooster zijn vrij bewegende valentie-elektronen aanwezig. Hierdoor kan een metaal altijd stroom geleiden
Een zout bestaat uit geladen ionen. 
In een vast zout kunnen ze niet vrij bewegen (ionrooster). Een vast zout geleidt geen stroom. In een gesmolten zout kunnen de ionen vrij bewegen. Een gesmolten zout geleidt wel stroom door verplaatsing van ionen.

Slide 16 - Slide

Een zout bestaat uit geladen ionen. 
In een vast zout kunnen ze  niet vrij bewegen (ionrooster). Een vast zout geleidt geen stroom. In een gesmolten zout kunnen de ionen vrij bewegen. Een gesmolten zout geleidt wel stroom door verplaatsing van ionen.
= er zijn geladen deeltjes aanwezig die vrij kunnen bewegen
ZOUTEN              
elektrisch geleidingsvermogen
METALEN              
MOLECULAIRE SOTFFEN          
In het metaalrooster zijn vrij bewegende valentie-elektronen aanwezig. Hierdoor kan een metaal altijd stroom geleiden
Moleculen hebben geen lading en geen vrij bewegende elektronen.
Moleculaire stoffen geleiden daarom geen stroom.

Uitzondering:
- oplossing van zuren bevat H+ ionen. Deze oplossinggeleidt wel stroom

Slide 17 - Slide

oplosbaarheid / waterbindend vermogen
Hoe groter het hydrofobe deel ten opzichte van het hydrofiele deel van het molecuul, hoe slechter de stof mengt met water
moleculaire stoffen die goed mengen/binden met water hebben moleculen met OH- of NH-groepen die H-bruggen kunnen vormen met watermoleculen
Deze stoffen zijn hydrofiel
moleculaire stoffen die niet goed mengen/binden met water hebben moleculen zonder OH- of NH-groepen Ze hebben molecuulbindingen en vormen geen H-bruggen met watermoleculen
Deze stoffen zijn hydrofoob

Slide 18 - Slide

vervormbaarheid / hardheid
Rijen metaal-atomen schuiven langs elkaar heen. Hoe sterker de metaalbinding, hoe moeilijker dit gaat, hoe harder het metaal
legering / roestvrij staal:
Het bijmengen van andere stoffen zorgt voor verstoring van het metaalrooster, omdat atomen nu verschillen in grootte. De rijen kunnen minder goed langs elkaar schuiven. Een legering is daardoor harder dan het zuivere metaal
Een zout kun je niet vervormen: het is bros en breekt zodra je er kracht op uitoefent.
Een zout is opgebouwd uit ionen.
Wanneer de ionen verschuiven, komen gelijke ladingen tegenover elkaar te zitten. Deze stoten elkaar af, de ionbinding wordt verbroken en het ionrooster valt uit elkaar.
METALEN
ZOUTEN

Slide 19 - Slide

redeneren op meso-niveau
- heterogene mengsels
- emulgator

Slide 20 - Slide

heterogeen mengsel
-troebel
- er zijn aparte fasen te onderscheiden
- er is een grensvlak te zien tussen de stoffen
suspensie
emulsie
meso niveau:
ordening van meerdere deeltjes (korreltje/belletje)

Slide 21 - Slide

emulgator
meso niveau:
ordening van meerdere deeltjes (micel)
Een emulgatormolecuul heeft een hydrofobe staart en een hydrofiele kop. De kop mengt met watermoleculen en de staart met oliemoleculen en voorkomt zo dat de emulsie ontmengt

Slide 22 - Slide

H9.2

Slide 23 - Slide

Additiereactie
Wat is een additiereactie?
Waaraan kun je een additiereactie herkennen?
Weet je het nog?

Slide 24 - Slide

Additiereactie

  • De beginstof is onverzadigd (C=C)
  • Je voegt klein molecuul toe, bijvoorbeeld: 
             Br2,    Cl2,    H2,    HF,    HCl,    HBr,     HI  of    H2O.
  • De C=C verdwijnt en er ontstaat één nieuwe stof
  • De reactie verloopt snel
Weet je het nog?

Slide 25 - Slide

Additie van waterstof aan propeen
Bijvoorbeeld:

Slide 26 - Slide

Additiepolymeren
door middel van de additiereactie kun je polymeren maken

Wat is een polymeer?

Slide 27 - Slide

Additiepolymerisatie
Om de reactie op gang te brengen, voeg je een hulpstof toe: de initiator
door UV-straling of warmte wordt de initiator actief en zorgt ervoor dat de eerste C=C openklapt

Slide 28 - Slide

Additiepolymerisatie
daarna reageert dit monomeer met het volgende monomeer enzovoort tot twee halve ketens elkaar tegenkomen:
polymeermolecuul

Slide 29 - Slide

Hoe geef je zo'n groot molecuul weer?
Hier zie je een manier om een polymeer te noteren.
Tussen de vierkante haken noteer je de repeterende eenheid
Dit is het fragment dat zich steeds herhaalt

Slide 30 - Slide

Hoe teken je een additie-polymeer? NOTEER
  1. schrijf de structuurformule van het monomeer op
  2. zorg dat C=C in het midden staat en teken alle zijgroepen en H-atomen naar boven en beneden
  3. laat de dubbele bindingen openspringen
  4.  teken een stuk uit het midden van het polymeer door de repeterende eenheden aan elkaar te koppelen en sluit af met een golfje
Voorbeeld: polybut-2-een

Slide 31 - Slide

naamgeving
het polymeer wordt genoemd naar het monomeer waar het mee wordt gemaakt

Noteer & Leer

Slide 32 - Slide

Voorbeelden

Slide 33 - Slide

H9.3

Slide 34 - Slide

Er zijn 2 soorten polymeren
natuurlijke polymeren 
(eiwitten, zetmeel, wol, zijde, katoen)
synthetische polymeren
(nylon, acryl, polyester)

Slide 35 - Slide

Eigenschappen van kunststoffen
  • Kunststoffen zijn slechte geleiders, ze worden dus vaak gebruikt als isolator. 
  • Kunststoffen zijn sterk en bestand tegen vocht
  • Kunststof is in veel vormen te maken, dus voor heel veel toepassingen te gebruiken. 

Slide 36 - Slide

lange polymeren vs korte

Slide 37 - Slide

Thermoplasten
  • Worden zacht bij verwarmen
  • Vervormbaar na verwarmen
  • Ketenpolymeer


Toevoeging: Weekmaker

Slide 38 - Slide

Thermoharders
  • blijven hard bij verwarmen 
of gaan ontleden
  • hebben crosslinks
  • Netwerkpolymeer

Slide 39 - Slide

Elastomeren
  • Elastische kunststoffen
  • Hebben ook crosslinks, 
maar minder dan bij een thermoharder 
Kennen we van het synthetische rubber van autobanden

Slide 40 - Slide

Composieten
Zijn opgebouwd uit twee of meer materialen met verschillende eigenschappen
 Vaak worden hiermee vezelversterkte kunststoffen bedoeld, maar composieten kunnen ook worden gemaakt met bijvoorbeeld metalen, keramieken of glazen componenten

Slide 41 - Slide

H9.5 & H9.6

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Slide

Slide 45 - Slide

Aan de slag
Leren

Slide 46 - Slide