What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Spreekwoorden en gezegdes
Quiz spreekwoorden en gezegdes
1 / 17
next
Slide 1:
Slide
Nederlands
Middelbare school
vmbo k, g
Leerjaar 1
This lesson contains
17 slides
, with
interactive quizzes
and
text slide
.
Lesson duration is:
40 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Quiz spreekwoorden en gezegdes
Slide 1 - Slide
Wat betekent "Je vingers erbij aflikken"
A
Streng op iemand letten
B
Honger hebben
C
Iets heel graag lusten
D
Niet weten hoe iets moet
Slide 2 - Quiz
Wat betekent "Boontje komt om zijn loontje?"
A
Iemand wil meer geld
B
Hij wil alles zelf doen
C
Hij kan er niks aan doen
D
Eigen schuld, dikke bult
Slide 3 - Quiz
Wat betekent:
Het is weer koek en ei tussen hen.
A
Ze hebben ruzie
B
Ze gaan samen koken
C
Ze zijn verliefd
D
De ruzie is voorbij, ze zijn weer vrienden
Slide 4 - Quiz
Wat is komkommertijd?
A
Tijd voor een tussendoortje
B
Dan worden ze geoogst
C
Periode van weinig nieuws
D
In augustus als de komkommers goedkoper zijn
Slide 5 - Quiz
Wat is een oogappel?
A
Favoriet/lieveling
B
Een blauw oog
C
Het kompres dat je op een blauw oog doet
D
Een appelsoort
Slide 6 - Quiz
De vakantie is in kannen en ....
A
pannen
B
vazen
C
kruiken
D
potten
Slide 7 - Quiz
Die opmerking van jou raakt kant noch ............
A
verstand
B
land
C
wal
D
schip
Slide 8 - Quiz
In het paleis was het allemaal pracht en ................
A
macht
B
goud
C
praal
D
zilver
Slide 9 - Quiz
Hij groeide op voor galg en ...
A
rad
B
molen
C
wagen
D
wiel
Slide 10 - Quiz
Wat betekent
"Met de deur in huis vallen?"
A
Direct vertellen wat je wilde zeggen
B
Dat de deur niet goed op slot zat
C
Dat je geen hallo meer zegt
D
Direct beginnen met luisteren naar de ander
Slide 11 - Quiz
Wat betekent
"Iemand onder de duim hebben?"
A
Dat je iemand nawijst
B
Dat je iemand in het echte leven liked
C
Dat je iemand heel slecht vindt
D
Dat je macht hebt over iemand
Slide 12 - Quiz
Wat betekent "De appel valt niet ver van de boom."?
A
Het is nergens beter dan thuis
B
Van iets wat je jong leert, heb je later veel voordeel
C
Kinderen lijken vaak op hun ouders
D
Hele goede vrienden zijn
Slide 13 - Quiz
Maak de uitdrukking af:
onder de plak __
A
schoonmaken
B
stoppen
C
plakken
D
zitten
Slide 14 - Quiz
Maak de uitdrukking af:
Een appeltje voor de dorst ___
A
kennen
B
geven
C
eten
D
hebben
Slide 15 - Quiz
Maak de uitdrukking af:
Doen alsof je neus __
A
snuit
B
kriebelt
C
bloedt
D
niest
Slide 16 - Quiz
Maak de uitdrukking af:
Door de mand __
A
kennen
B
stoppen
C
vallen
D
hangen
Slide 17 - Quiz
More lessons like this
Spreekwoorden en gezegdes
December 2024
- Lesson with
19 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo k, g
Leerjaar 1
H3 herhaling Spreekwoorden en gezegdes
April 2022
- Lesson with
27 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo k, g
Leerjaar 1
Spreekwoorden en gezegdes
February 2024
- Lesson with
38 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo k, g
Leerjaar 1
Spreekwoorden en gezegdes
February 2023
- Lesson with
39 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo k, g
Leerjaar 1
Spreekwoorden en gezegdes
July 2022
- Lesson with
39 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo k, g
Leerjaar 1
OB Spreekwoorden Quiz+opdracht
December 2024
- Lesson with
20 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo b, k
Leerjaar 1,2
OB Spreekwoorden Quiz+opdracht
January 2025
- Lesson with
20 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo b, k
Leerjaar 1,2
OB Spreekwoorden Quiz+opdracht
June 2022
- Lesson with
20 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo b, k
Leerjaar 1,2