In oktober 1969 zendt een actualiteitenprogramma op televisie een reportage uit over de Nederlandse ambtenaar Jongejan die in Oujda (Marokko) gastarbeiders selecteert. Hij doet dit binnen enkele seconden, waarbij hij vraagt of de mannen Frans spreken. Een fragment uit de reportage:
journalist: "Meneer Jongejan, hoe kunt u nou zo een, twee, drie uitmaken of u iemand afwijst ja of nee? Waarop baseert u zo'n beslissing?"
Jongejan: "De grove selectie begint met de eisen van de werkgever, bijvoorbeeld leeftijd, gehuwd of ongehuwd, en de eisen die mijn ministerie 1) me meegeeft. Ze moeten representatief zijn voor de Nederlandse arbeidsmarkt, geen analfabeet. Er moet behoorlijke communicatie zijn, dat is wel eens te wensen overgelaten (…)." noot 1 Jongejan werkt voor het ministerie van Sociale Zaken
journalist: "Op een buitenstaander, meneer Jongejan, maakt uw werk een bijzonder moeilijke indruk. Het lijkt, ik zou bijna zeggen alsof je op een slavenmarkt staat." (…)
Jongejan: "Ik heb de middelen die ik heb en dat is mijn intuïtie en mijn ervaring en dat is misschien wat scherp. Ik moet het scherp spelen."