BK 2: Present perfect & past simple

Welcome! Today:
  1. Recap - Present perfect & past simple
  2. On your own: 4.2 speaking
  3. Pirates..?
1 / 20
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Welcome! Today:
  1. Recap - Present perfect & past simple
  2. On your own: 4.2 speaking
  3. Pirates..?

Slide 1 - Slide

Lesson goals:
Aan het eind van deze les weet je...
  •  Het verschil tussen de present perfect & de past simple
  • Wanneer en hoe je de present perfect & de past simple moet gebruiken/ vormen
  • in ieder geval minimaal 2 signaalwoorden benoemen van zoewel de past simple als present perfect

Slide 2 - Slide

Practise: I ____ [be] in Nottingham for a week.

present perfect / past simple?

Slide 3 - Open question

They _____ [go] to school this morning.

present perfect / past simple?

Slide 4 - Open question

Present perfect / past simple
"How long ______[you/know] Susie for?"

Slide 5 - Open question

Present perfect / past simple
"They _____[move] here five years ago."

Slide 6 - Open question

Present perfect / past simple
"He ________ [cook] dinner last night."

Slide 7 - Open question

Present perfect / past simple?

He ____ (love) her ever since he met her.

Slide 8 - Open question

Present Perfect / Past Simple
They ____ (paint) the door. It is still wet.

Slide 9 - Open question

Vul present perfect / past simple in.

I ... (not - talk) to him for ages!

Slide 10 - Open question

Present perfect
Basis regel om de present perfect te maken:
  • have/has + voltooid deelwoord

Voltooid deelwoord:
1. regelmatig werkwoord + ed > I have worked
2. onregelmatig werkwoord 3e vorm > to go - went - gone
> I have gone

Slide 11 - Slide

Present perfect

Examples:

  • I have worked since 3 am.
  • She has been to London twice.
  • We have walked for 2 hours now.


Deze zinnen bevatten altijd een vorm van "to have" + het  voltooid deelwoord.

Slide 12 - Slide

Present perfect
Gebruik present perfect:
1. iets is in het verleden begonnen en is nu nog aan de gang.
2. praten over ervaringen.
3. iets is in het verleden gebeurd en je merkt nu nog het resultaat.

Slide 13 - Slide

Part 2: Past simple

Slide 14 - Slide

Past simple
De past simple bestaat uit 1 werkwoord. Dit werkwoord zet je in de verleden tijd.

Er zijn 2 manieren waarop je de past simple maakt:
1. werkwoord + ed > worked
2. 2e rij van het onregelmatig werkwoord
to go - went - gone

Slide 15 - Slide

Past simple

Wanneer gebruik je de past simple?
- iets wat in het verleden is gebeurd en is nu afgelopen.


Je kan de past simple herkennen aan woorden als:
last year, yesterday, in 2010.
Dit zijn tijdsbepalingen, oftewel bekent als "signaalwoorden".

Slide 16 - Slide

Verschil tussen de present perfect en past simple


Wat is het verschil?

  • Bij de past simple is de actie in het verleden afgelopen.
  • Bij de present perfect is de actie nog bezig of is er nog een link met het heden.

Slide 17 - Slide

Verschil present perfect en past simple


signaalwoorden:

Present perfect: For, yet, never, ever, just, already, since, how long.
Past simple: last year, yesterday, in 2010, an hour ago.

Slide 18 - Slide

Present perfect of past simple?
Volg deze stappen
1. Is het op dit moment aan de gang of van invloed op NU?
ja: present perfect - nee: ga naar vraag 2
2. Gaat het over ervaringen tot nu toe?
ja: present perfect - nee: ga naar vraag 3.
3. Is het resultaat van de actie nu merkbaar?
ja: present perfect - nee: past simple.

Slide 19 - Slide

Homework
Make:

4.3, exercises 1 - 9

Slide 20 - Slide