Als je in een tekst een onbekend woord tegenkomt, kijk je naar de context. Bij het zoeken kun je een strategie inzetten:
1. Zoek een synoniem
2. Zoek een omschrijving
3. Zoek een definitie
4. Zoek een voorbeeld
5. Zoek een tegenstelling
6. Zoek een bekend woorddeel
7. Bekijk de illustratie
Slide 19 - Slide
Onderwerp (en deelonderwerpen)
Elke tekst gaat ergens over. Het heeft een bepaald onderwerp.
Als er veel over een onderwerp te vertellen is, kan het onderverdeeld zijn in deelonderwerpen.
Het onderwerp schrijf je zo kort mogelijk.
Slide 20 - Slide
Hoofdgedachte
De hoofdgedachte van een tekst is het belangrijkste wat de schrijver over het onderwerp wil vertellen.
De hoofdgedachte schrijf je op in één zin.
Dus: de hoofdgedachte = in één zin waar de hele tekst over gaat
Slide 21 - Slide
§3 Tekstdoelen en tekstsoorten
Slide 22 - Slide
Tekstdoelen en tekstsoorten
Elke tekst wordt geschreven met een doel: de schrijver wil iets bereiken.
Er zijn vijf tekstdoelen: amuseren, informeren, instrueren, overtuigen en activeren.
Je kunt het tekstdoel bepalen als je weet wat het belangrijkste is wat de schrijver met de tekst wil bereiken.
Slide 23 - Slide
Vaak heeft een tekstsoort een vast tekstdoel. Zo is een grapje bedoeld om je aan het lachen te maken (amuseren) en een reclamefolder om je iets te laten kopen (activeren).
Slide 24 - Slide
Slide 25 - Slide
Wat is het tekstdoel van een boek?
A
informeren
B
amuseren
C
activeren
D
overtuigen
Slide 26 - Quiz
Wat is het tekstdoel van een nieuwsbericht ?
A
informeren
B
overtuigen
C
activeren
D
amuseren
Slide 27 - Quiz
Welke tekstvorm hoort bij het tekstdoel overtuigen?
A
Geboortekaartje
B
Kort verhaal
C
Uitnodiging
D
Ingezonden brief
Slide 28 - Quiz
Bij welke tekstvorm past het tekstdoel activeren?
A
stripverhaal
B
leesboek
C
reclamefolder
D
nieuwsbericht
Slide 29 - Quiz
Zelf oefenen1v
Cursus 6 §5 lastige verwijswoorden
Wat: Maak oefening 1 t/m 4 van p.238 en 239.
Hoe:Individueel
Hulp:Nieuw Nederlands, buur, docent.
Tijd: 15 min.
Uitkomst:Geoefend met lastige verwijswoorden.
Klaar?
Ben je klaar lezen in je leesboek of huiswerk
timer
15:00
Slide 30 - Slide
Zelf oefenen1va
Cursus 1 §3 tekstdoelen en tekstsoorten
Wat: Maak opdracht 1 en 2 op p. 25-26.
Hoe:Individueel
Hulp:Nieuw Nederlands, buur, docent.
Tijd: 10 min.
Uitkomst:Geoefend met tekstdoelen en tekstsoorten.
Klaar?
Ben je klaar lezen in je leesboek of huiswerk
timer
10:00
Slide 31 - Slide
Zelf oefenen1vhtb
Cursus 1 §3 tekstdoelen en tekstsoorten
Wat: Maak opdracht 1, 2 en (3) op p. 24.
Hoe:Individueel
Hulp:Nieuw Nederlands, buur, docent.
Tijd: 10 min.
Uitkomst:Geoefend met tekstdoelen en tekstsoorten.
Klaar?
Ben je klaar lezen in je leesboek of huiswerk
timer
10:00
Slide 32 - Slide
LEERDOELEN:
Ik kan/weet...
- de trappen van vergelijking gebruiken in combinatie met als en dan het juiste persoonlijk voornaamwoord
Slide 33 - Slide
Fijne dag!
Ruim je spullen rustig op en blijf zitten tot de bel gaat