Les 61: Meer dan lezen §3 les 1

Hallo 1va
Pak je spullen alvast (boek/Nieuw Nederlands/pen+schrift) en je leesboek
  • Wat gaan we doen vandaag?
  • Lezen (10 min)
  • Uitleg boekenmarkt
  • Wat weet je nog
  • Meer dan lezen §3
timer
10:00
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo lwoo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hallo 1va
Pak je spullen alvast (boek/Nieuw Nederlands/pen+schrift) en je leesboek
  • Wat gaan we doen vandaag?
  • Lezen (10 min)
  • Uitleg boekenmarkt
  • Wat weet je nog
  • Meer dan lezen §3
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Boekenmarkt
  • 4 lessen
  • Elke les 6 kraampjes van 6 leerlingen over hun boek.
  • Voorbereiding: kraampje en leesboekkennis (zie vragen blad).
  • 6 rondes per les, zodat rest v/d klas de kans heeft om elk kraampje te bezoeken.

Slide 2 - Slide

Hallo 1vhtb
Pak je spullen alvast (boek/Nieuw Nederlands/pen+schrift) en je leesboek
  • Wat gaan we doen vandaag?
  • Lezen (10 min)
  • Uitleg §6
  • Zelf oefenen  §6
timer
10:00

Slide 3 - Slide

Wat weet je nog?

Wat is het onderwerp van een tekst?


Door welke manier van lezen kan je het onderwerp vinden?



timer
1:00

Slide 4 - Slide

Wat weet je nog?

Wat is het onderwerp van een tekst?
Geeft zo kort mogelijk aan waar de tekst over gaat.

Door welke manier van lezen kan je het onderwerp vinden?



Slide 5 - Slide

Wat weet je nog?

Wat is het onderwerp van een tekst?
Geeft zo kort mogelijk aan waar de tekst over gaat.

Door welke manier van lezen kan je het onderwerp vinden?
Oriënterend lezen.


Slide 6 - Slide

LEERDOELEN:

Ik kan/weet...

- het doel van een tekst bepalen: amuseren, informeren, instrueren, overtuigen of activeren.



Slide 7 - Slide

Korte herhaling Meer dan lezen §1 en §2
 Lees - en luisterstrategieën

Woordstrategieën

Onderwerp en hoofdgedachte

Slide 8 - Slide

Wat is het onderwerp van een tekst
A
Geeft aan wat de mening van de schrijver van de tekst is.
B
Geeft zo kort mogelijk aan waar de tekst over gaat.
C
Legt in een zin uit waar de tekst over gaat.

Slide 9 - Quiz

Als ik wil weten hoe laat de bibliotheek open is, dan gebruik ik de leesstrategie...
A
oriënterend lezen
B
globaal lezen
C
precies lezen
D
zoekend lezen

Slide 10 - Quiz

Als ik het onderwerp wil weten van een tekst, dan gebruik ik de leesstrategie...
A
oriënterend lezen
B
globaal lezen
C
precies lezen
D
zoekend lezen

Slide 11 - Quiz

Als ik de tekst helemaal goed wil begrijpen, dan gebruik ik de leesstrategie...
A
oriënterend lezen
B
globaal lezen
C
precies lezen
D
zoekend lezen

Slide 12 - Quiz

Wat betekent
'de hoofdgedachte' van een tekst?
A
De belangrijkste zin van een alinea.
B
Het onderwerp van de tekst.
C
Een gedachte in je hoofd.
D
Het belangrijkste wat de schrijver over het onderwerp zegt geformuleerd in één zin.

Slide 13 - Quiz

Leesstrategieën
Afhankelijk van je leesdoel, kies je een strategie:

Oriënterend lezen -> 
Globaal lezen -> 
Precies lezen  -> 
Zoekend lezen -> 

Slide 14 - Slide

Leesstrategieën
Afhankelijk van je leesdoel, kies je een strategie:

Oriënterend lezen -> onderwerp vinden
Globaal lezen -> 
Precies lezen  -> 
Zoekend lezen -> 

Slide 15 - Slide

Leesstrategieën
Afhankelijk van je leesdoel, kies je een strategie:

Oriënterend lezen -> onderwerp vinden
Globaal lezen ->  deelonderwerpen vinden
Precies lezen  -> 
Zoekend lezen -> 

Slide 16 - Slide

Leesstrategieën
Afhankelijk van je leesdoel, kies je een strategie:

Oriënterend lezen -> onderwerp vinden
Globaal lezen -> deelonderwerpen vinden
Precies lezen  ->  hoofdgedachte vinden
Zoekend lezen -> 

Slide 17 - Slide

Leesstrategieën
Afhankelijk van je leesdoel, kies je een strategie:

Oriënterend lezen -> onderwerp vinden
Globaal lezen -> deelonderwerpen vinden
Precies lezen  -> hoofdgedachte vinden
Zoekend lezen -> bruikbare informatie vinden

Slide 18 - Slide

Woordraadstrategieën
Als je in een tekst een onbekend woord tegenkomt, kijk je naar de context. Bij het zoeken kun je een strategie inzetten:



1. Zoek een synoniem
2. Zoek een omschrijving
3. Zoek een definitie
4. Zoek een voorbeeld
5. Zoek een tegenstelling
6. Zoek een bekend woorddeel
7. Bekijk de illustratie

Slide 19 - Slide

Onderwerp (en deelonderwerpen)
Elke tekst gaat ergens over. Het heeft een bepaald onderwerp.

Als er veel over een onderwerp te vertellen is, kan het onderverdeeld zijn in deelonderwerpen.

Het onderwerp schrijf je zo kort mogelijk.


Slide 20 - Slide

Hoofdgedachte
De hoofdgedachte van een tekst is het belangrijkste wat de schrijver over het onderwerp wil vertellen.


De hoofdgedachte schrijf je op in één zin.


Dus: de hoofdgedachte = in één zin waar de hele tekst over gaat

Slide 21 - Slide

§3 Tekstdoelen en tekstsoorten

Slide 22 - Slide

Tekstdoelen en tekstsoorten
Elke tekst wordt geschreven met een doel: de schrijver wil iets bereiken. 

Er zijn vijf tekstdoelen: amuseren, informeren, instrueren, overtuigen en activeren. 

Je kunt het tekstdoel bepalen als je weet wat het belangrijkste is wat de schrijver met de tekst wil bereiken.

Slide 23 - Slide

Vaak heeft een tekstsoort een vast tekstdoel. Zo is een grapje bedoeld om je aan het lachen te maken (amuseren) en een reclamefolder om je iets te laten kopen (activeren).

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide


Wat is het tekstdoel van een boek?
A
informeren
B
amuseren
C
activeren
D
overtuigen

Slide 26 - Quiz


Wat is het tekstdoel van een nieuwsbericht ?
A
informeren
B
overtuigen
C
activeren
D
amuseren

Slide 27 - Quiz


Welke tekstvorm
hoort bij het tekstdoel overtuigen?
A
Geboortekaartje
B
Kort verhaal
C
Uitnodiging
D
Ingezonden brief

Slide 28 - Quiz

Bij welke tekstvorm past
het tekstdoel activeren?
A
stripverhaal
B
leesboek
C
reclamefolder
D
nieuwsbericht

Slide 29 - Quiz

Zelf oefenen 1v
Cursus 6 §5 lastige verwijswoorden
Wat:  Maak oefening 1 t/m 4 van p.238 en 239.
Hoe:  Individueel 
Hulp: Nieuw Nederlands, buur, docent.
Tijd:  15 min.
Uitkomst: Geoefend met lastige verwijswoorden.
Klaar?
Ben je klaar lezen in je leesboek of huiswerk 
timer
15:00

Slide 30 - Slide

Zelf oefenen 1va
Cursus 1  §3 tekstdoelen en tekstsoorten
Wat:  Maak opdracht 1 en  2 op p. 25-26.
Hoe:  Individueel 
Hulp: Nieuw Nederlands, buur, docent.
Tijd:  10 min.
Uitkomst: Geoefend met tekstdoelen en tekstsoorten.
Klaar?
Ben je klaar lezen in je leesboek of huiswerk 
timer
10:00

Slide 31 - Slide

Zelf oefenen 1vhtb
Cursus 1  §3 tekstdoelen en tekstsoorten
Wat:  Maak opdracht 1, 2 en (3) op p. 24.
Hoe:  Individueel 
Hulp: Nieuw Nederlands, buur, docent.
Tijd:  10 min.
Uitkomst: Geoefend met tekstdoelen en tekstsoorten.
Klaar?
Ben je klaar lezen in je leesboek of huiswerk 
timer
10:00

Slide 32 - Slide

LEERDOELEN:

Ik kan/weet...

- de trappen van vergelijking gebruiken in combinatie met als en dan het juiste persoonlijk voornaamwoord




Slide 33 - Slide

Fijne dag!
Ruim je spullen rustig op en blijf zitten tot de bel gaat

Slide 34 - Slide