Boeren oogsten op een moment zoveel eten dat ze niet alles op maakte, het overige eten verkochten ze op de
markt. --> De boeren zorgde dus voor
aanbod.
De bevolking was enorm gegroeid, dus er was ook veel vraag naar hun voedsel/ producten.
Mensen wilde niet steeds op en neer hoeven naar deze markten en gingen hier vlakbij wonen. Marktplaatsen groeiden uit tot steden.