3.4 de opkomst van de islam

paragraaf 3.4 de opkomst van de islam
Taak: 
  1. Pak rustig je spullen: boek, schrift, pen en laptop. 
  2. Ga naar LessonUp en voer de code van deze les in.

Onderwerp van de les: 
paragraaf 3.4 de opkomst van de islam. 
 Bladzijde 76
1 / 17
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

paragraaf 3.4 de opkomst van de islam
Taak: 
  1. Pak rustig je spullen: boek, schrift, pen en laptop. 
  2. Ga naar LessonUp en voer de code van deze les in.

Onderwerp van de les: 
paragraaf 3.4 de opkomst van de islam. 
 Bladzijde 76

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

les indeling 
- afspraken in mijn les
- woorden web
- lesdoelen + uitleg (SO = paragraaf 3.2 & 3.4)
- opdracht 
- les afsluiten

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Afspraken in mijn les
  1. Wij houden ons aan de schoolregels: bijvoorbeeld: geen telefoon, niet gamen, niet schelden etc. 
  2. Als ik praat zijn jullie stil. Als een klasgenoot een stukje voorleest of een vraag beantwoord zijn jullie ook stil. 
  3. Als je een vraag hebt steek je je hand op: er zijn geen domme vragen.
  4. Fouten maken mag, van fouten kunnen wij allemaal leren. 
  5. Wij houden de klassenplattegrond aan & je blijft zitten tot de bel gaat.
  6. Beurten geven

Slide 3 - Slide

feedback: Toch wil ik je meegeven dat het bespreken van die regels – bijvoorbeeld met een kort gesprekje over het waarom – nog veel krachtiger is.

drieslagregel actiever in te zetten en bewust te koppelen aan de regels en normen die jij belangrijk vindt, maak je je pedagogisch handelen sterker

Het terugpakken op regels bij correcties. 

 via de drieslagregel en door explicieter te zijn over wat je van leerlingen verwacht
Wat weet je nog van de vorige les?

Slide 4 - Mind map

Hierna laptops dicht tijdens de uitleg. 
Aantekeningen op papier laten maken.
refereren naar laatste les
Woordweb, en misconcepties ondervangen 
lesdoelen
- Aan het einde van deze les kun je in je eigen woorden uitleggen wie Mohammed was
- Aan het einde van deze les kun je in je eigen  woorden uitleggen hoe het kalifaat Arabische strijders fanatiek maakte voor de veroveringsoorlog. 
-Aan het einde van deze les heb je opdrachten gemaakt over de Arabische cultuur

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

ontstaan van de islam
  • Mohammad, Arabische handelaar uit Mekka (Arabië) 
  • 610 profeet
  • Vertellen over boodschappen Allah (god).
  • De islam 
  • Één god, aanhangers moslims

Slide 6 - Slide

profeet = boodschapper
Allah = Arabisch voor God
ontstaan van de islam
  • Mohammed dood 632 ->
  • Boodschappen van Allah opgeschreven in Koran.
  • Sommige teksten uit de koran komen overeen met joodse en christelijke teksten.
  • Koran, eerdere profeten (voor Mohammed).

Slide 7 - Slide

profeet = boodschapper
Allah = Arabisch voor God
Koran = heilige boek van de moslims.
Mekka
  • Bewoners van Mekka: 
  • Meerdere goden
  • Geloven Mohammed niet en  verzetten.
  • Mohammed -> Medina in 622 met andere moslims (Hidjra).
  • 622 (Hidjra) = begin islamitische jaartelling (nu = 1446 AH)

Slide 8 - Slide

profeet = boodschapper
Allah = Arabisch voor God
Koran = heilige boek van de moslims.
gokken = haram (verboden), oneerlijke manier geld verdienen.
Medina
  • Stichting islamitische staat: basis islam.
  • Mohammed, politieke en geestelijke leider.
  • 630 bewoners Mekka aanvaren Mohammeds leiding.
  •  Mohammed -> Kaäba  -> verwoest goden beelden -> alleen Allah. 
  • Mohammed:''Kaäba nu voor moslims heiligste plek op aarde.''

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

veroveringen 
  • Na dood Mohammed 632 
  • Nieuwe politieke en geestelijk leiders: kaliefen ->
  • kalifaat uitbreiden -> veroveren gebied.
  • Omar (2de kalief) jihad -> Arabische strijders extra fanatiek.
  • veroveringsoorlog 
  • Jihad: twee betekenissen. 

Slide 10 - Slide

kaliefen = opvolger van de profeet Mohammed als politieke en geestelijke (godsdienstig) leider van moslims. 

kalifaat = Islamitisch rijk.

Jihad (heilige strijd) 1 = de strijd met jezelf om een goed moslim te zijn en de strijd om de islam te verdedigen. 2. plicht van moslims om hun godsdienst te verspreiden, zo nodig met geweld.

Omar zegt veroveringsoorlog = jihad 
veroveringen 
Uitbreiden Kalifaat:
  • Snel
  • 750 Portugal tot India
  • Kaliefen regeren uit : Damascus, later nieuwe hoofdstad Bagdad. 

Slide 11 - Slide

kaliefen = opvolger van de profeet Mohammed als politieke en geestelijke (godsdienstig) leider van moslims. 
Wie was Mohammed?
Schrijf op wat je over Mohammed weet.

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Hoe maakte Omar (2de Kalief) de Arabische strijders fanatiek voor de veroveringsoorlog?
A
jihad
B
Hidjra
C
Hij maakte de strijders na de veroveringsoorlog Kaliefen.
D
Omar heeft geen rol gespeeld in de veroveringsoorlog.

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

opdracht
Uitkomst? Wij bespreken de opdrachten klassikaal.
Waartoe/waarom? Je hebt meer kennis van de Arabische cultuur.
Hoe? individueel in stilte
Tijd? 10 minuten.
Hulp? Je klasgenoot zachtjes helpen/hulp vragen. Of stel je vraag aan de docent. 
Wat? lees de tekst op blz. 78 en maak opdrachten: 5, 6 7 en 8 
Klaar? Maak een mindmap of samenvatting van paragraaf 3.4. 
timer
10:00

Slide 14 - Slide

leg opdracht beschrijving uit. 
Denk aan een korte toelichting op je verwachtingen bij Begeleid zelfstandig werken, of het terugpakken op regels bij correcties. 

scaffolding (zoals doorvragen), en structuur bieden met bijvoorbeeld het vier rondenprincipe.

II. WERKWIJZE BEGELEID ZELFSTANDIG WERKEN (BZW)
Bij begeleid zelfstandig werken (BZW) ligt de nadruk op het gebruik van het geleerde in nieuwe situaties, zodat het kennis flexibeler inzetbaar wordt en dieper wordt verankerd. Daarbij doorlopen leerlingen vier begeleidingsrondes, waarbij de leraar een balans vindt tussen sturing en autonomie. Dit proces ondersteunt zelfregulatie, executieve functies en actief zelfstandig leren.
Ronde 1: Instructie en Structurering
• De eerste ronde start met een duidelijke, complete instructie, zodat leerlingen gedurende een langere periode zelfstandig kunnen werken.
• Naast basisinformatie (zoals taakomschrijving en materialen) moet je een minimumnorm stellen: tot waar moeten leerlingen in ieder geval komen? Dit helpt bij taakinitiatie en tijdsmanagement.
• Mogelijke didactische strategieën in deze fase:
o Explicit Direct Instruction (EDI): heldere uitleg in kleine stappen.
o Success Criteria: aangeven wanneer een opdracht goed is uitgevoerd.
o Timeboxing: tijdsindicaties geven voor verschillende onderdelen van de taak.
o Wat indien klaar: vertel ook wat leerlingen kunnen doen als ze klaar zijn.
Ronde 2: Stimuleren en Activeren
• In deze tweede ronde loop je door de klas , of neem een vaste positie in met goed overzicht, en richt je je op het activeren en motiveren van leerlingen. Dit is een minimale begeleidingsronde, waarin je:
o Controleert of iedereen aan het werk is (engagement monitoring).
o Leerlingen aanmoedigt en hun taakgerichtheid versterkt.
o Iedereen eraan herinnert dat de eerste periode individueel gewerkt wordt.
o Minimale hints geeft zonder inhoudelijk in te grijpen.
o Growth mindset-strategieën toepast, zoals benadrukken dat doorzetten belangrijker is dan meteen het juiste antwoord vinden.
Ronde 3: Inhoudelijke Begeleiding & Scaffolden
• In deze ronde ligt de focus op het inhoudelijk ondersteunen zonder over te nemen. Dit doe je door:
o Zelfverantwoordelijkheid stimuleren: leerlingen zelf laten nadenken voordat je ingrijpt.
o Vragen beantwoorden zonder voorzeggen: helpen door hints te geven in plaats van directe antwoorden.
o Scaffolden: stapsgewijs ondersteuning bieden, afgestemd op de Zone van Naaste Ontwikkeling (ZNO). Dit kan door:
 Hardop denken: leerlingen laten uitleggen hoe ze tot een oplossing zijn gekomen.
 Doorvragen: “Hoe weet je dat? Kun je dit nog anders uitleggen?”
 Hulpmiddelen laten inzetten: laten terugkijken in hun aantekeningen of samenwerken met een klasgenoot (peer tutoring).

o Actief scaffolden: in plaats van wachten op een hulpvraag (passief scaffolden), benader je leerlingen proactief. Je bevraagt hoe ze tot hun antwoorden komen en helpt hen effectiever te werken.
Ronde 4: Nabespreking en Feedback
• In de ronde worden een of meerdere (deel)opdrachten klassikaal besproken en wordt gerichte feedback gegeven. Dit draagt bij aan diepgaand leren en formatief evalueren.
• Effectieve feedback bevat:
o Feed-up: Wat was het doel?
o Feedback: Wat ging goed? Wat kan beter?
o Feed-forward: Wat kun je de volgende keer anders/beter doen?
• Dit kan klassikaal, via peer feedback, of individueel.
• Zelfstandig nakijken of in tweetallen met een antwoordmodel kan ook goed werken.

nabespreken opdracht

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

lesdoelen
- Aan het einde van deze les kun je in je eigen woorden uitleggen wie Mohammed was
- Aan het einde van deze les kun je in je eigen  woorden uitleggen hoe het kalifaat Arabische strijders fanatiek maakte voor de veroveringsoorlog. 
-Aan het einde van deze les heb je opdrachten gemaakt over de Arabische cultuur

Slide 16 - Slide

Afsluitingsfase: Overgang naar Nieuwe Activiteit
De uitleg wordt afgerond en verbonden met het verdere leerproces:
· Samenvatting van de belangrijkste punten.
· Koppeling met de toets of vervolgactiviteiten.
· Reflectie en waardering: benoemen van inzet leerlingen, moeilijkheidsgraad of relevantie van de stof.
Blijf op je plek zitten en ruim je spullen op.
 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions