examentraining GL/TL open vragen biologie

Examentraining  
soort vragen biologie
1 / 18
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Examentraining  
soort vragen biologie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Op het centraal examen kom je de volgende vier soorten open vragen tegen:

• leg uit-vragen
• vragen met een kort antwoord
• rekenvragen
• vragen met een diagram

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Leg uit vragen 1/3
Stap 1 Selecteer de vraag.
Ga eerst na welke zin in de tekst de echte vraag is.
Stap 2 Vervang de verwijswoorden. 
Hierbij kun je denken aan de woorden die, dat, deze, daar, enzovoort. Schrijf de zin opnieuw, maar nu met de begrippen.



Slide 4 - Slide

stap 1 goed lezen, proberen te begrijpen
stap 2 uitleggen dat verwijswoorden te vaag zijn en dat je even goed moet nadenken wat ze bedoelen. Door verwijswoorden te vervangen zal je in je antwoord ook minder snel verwijswoorden gebruiken, waardoor je antwoord duidelijker en beter wordt.
Leg uit vragen 2/3
Stap 3 Markeer het opdrachtwerkwoord.
Opdrachtwerkwoorden zijn leg uit, verklaar, bereken, enzovoort.
Stap 4 Markeer de begrippen.
De begrippen zijn bijna altijd woorden die je bij het vak biologie hebt geleerd. Maar het kunnen ook woorden zijn die worden beschreven in de tekst bij de vraag.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Leg uit vragen 3/3
Stap 5 Omschrijf de gemarkeerde begrippen.
Voor elk begrip gebruik je een nieuwe zin.
Stap 6 Formuleer het antwoord.
• de omschrijving van de begrippen
• een verbindingswoord
• de uitlegzin


Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Instructiewoorden biologie
noteer
beschrijf
leg uit
verklaar
geef
geef aan
schrijf op

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

De mannenpoli
Hans en zijn partner Karlijn gaan naar de mannenpoli in het ziekenhuis, omdat hij onder andere klachten ondervindt tijdens het vrijen. Als Hans een erectie krijgt, trekt zijn penis krom. Tijdens het onderzoek zegt de arts dat hij littekenweefsel in de penis voelt. Littekenweefsel is dikker dan normaal weefsel. Hij besluit een echo te maken om vast te stellen waar het littekenweefsel zich precies bevindt. Gedurende het bezoek aan de mannenpoli stellen Hans en Karlijn ook vragen over anticonceptiemethoden. 
De mannenpoli
Hans en zijn partner Karlijn gaan naar de mannenpoli in het ziekenhuis, omdat hij onder andere klachten ondervindt tijdens het vrijen. Als Hans een erectie krijgt, trekt zijn penis krom. Tijdens het onderzoek zegt de arts dat hij littekenweefsel in de penis voelt. Littekenweefsel is dikker dan normaal weefsel. Hij besluit een echo te maken om vast te stellen waar het littekenweefsel zich precies bevindt. Gedurende het bezoek aan de mannenpoli stellen Hans en Karlijn ook vragen over anticonceptiemethoden. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Hans vertelt de arts dat hij ook moeite heeft met plassen. De arts stelt vast dat het littekenweefsel zich in de buurt van de urinebuis bevindt.
--> Verklaar waardoor het littekenweefsel ervoor zorgt dat Hans moeilijker
kan plassen.

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Waterpokken
Waterpokken is een kinderziekte die door een virus wordt veroorzaakt. Het virus verspreidt zich via de lucht. De kinderen krijgen koorts en rode bultjes, vaak over het hele lichaam. De bultjes kunnen jeukende blaasjes worden, waarvan het vocht besmettelijk is. Sam gaat naar de crèche. Het blijkt dat een ander kind waterpokken heeft. Twee weken later heeft Sam ook de eerste verschijnselen van waterpokken.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Kun je Sam antibiotica geven om de waterpokken te bestrijden? Leg je antwoord uit.

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Vragen met een kort antwoord
stappenplan
als je niets weet 
zet er dan een pijltje voor
of markeer de vraag,
zodat je daar later weer 
naar kan kijken.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Bij mensen met nierfalen worden water en ureum niet goed uit het bloed gehaald.
-->Noem nog een andere stof die uit het bloed gefilterd moet worden door de nieren.

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Rekenvragen
Welke getallen heb ik nodig?
Wat moet ik uitrekenen?
Welke rekenstappen moet ik maken? opschrijven?
Het antwoord opschrijven: getal, afronden, eenheid

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel procent van alle onderzochte ouderen in deze
huisartsenpraktijk heeft nierfalen klasse 3?
Leg je antwoord uit met een berekening.

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

VRAGEN MET EEN DIAGRAM
  • Op je examen kan je gevraagd worden een staafdiagram te tekenen met de gegevens uit een tabel.
  •  Zoek eerst uit van welke gegevens je een staafdiagram moet tekenen.
  • Bepaal de hoogste waarde.
  • Met de hoogste waarde bepaal je de indeling van de verticale as. Zet deze waarden langs de as.
  • Zet ook de grootheid en de eenheid bij de verticale as. (Als je dit niet doet, is niet duidelijk wat in het staafdiagram is weergegeven.)
  • Teken de staven los van elkaar.
  • Maak de staven niet te kort.
  • Zet onder elke staaf wat de staaf voorstelt.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions