Bas 3.5 Variatie in genotypen

Starttaak
1. Pak je werkboek op blz. 187
2. Leg je huiswerk B4: Opdracht 1 t/m 5 [blz. 187 t/m 189] open op tafel. Ik ga controleren.
timer
5:00
1 / 22
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Starttaak
1. Pak je werkboek op blz. 187
2. Leg je huiswerk B4: Opdracht 1 t/m 5 [blz. 187 t/m 189] open op tafel. Ik ga controleren.
timer
5:00

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen? 
  1. Korte herhaling stambomen
  2. Bespreken opdrachten 3.4 
  3. Wil je niet bespreken? Zelfstandig nakijken opdrachten 3.4, maken test jezelf 3.1 t/m 3.4  - eventueel verder werken opdrachten 3.5
  4. Uitleg 3.5 Variatie in genotypen
  5. Huiswerk 3.5 opdracht 1 t/m 6


Slide 2 - Slide

Het gen voor taaislijmziekte is ...
A
Dominant
B
Recessief
C
Kan ik niet uit deze stamboom halen

Slide 3 - Quiz

Persoon nummer 4 heeft als enige blauwe ogen (genotype is bb). De rest heeft bruine ogen. Van welke personen in deze stamboom kun je met zekerheid zeggen dat ze het genotype Bb hebben?
A
1 en 2
B
1 en 3
C
2 en 3
D
2 en 5

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Video

3.5 Variatie in genotypen

Slide 6 - Slide

leerdoelen
Je kunt beschrijven hoe door geslachtelijke voortplanting variatie in genotypen ontstaat. 
je kunt omschrijven wat een mutatie is en je kunt omschrijven hoe kanker ontstaat.

Slide 7 - Slide

Geslachtelijke/ongeslachtelijke voortplanting bij planten
Planten kunnen zich geslachtelijk en ongeslachtelijk voortplanten.
Als je iets leest als:
bollen
knollen
uitloper
wortelstok    ..... dan is het ongeslachtelijke voortplanting

Slide 8 - Slide

Ongeslachtelijke voortplanting
Het genotype is precies hetzelfde als bij de ouderplant. 

Het fenotype kan anders zijn: bijvoorbeeld door milieuomstandigheden.
(Goede voeding, zonlicht, voldoende water, etc)

Slide 9 - Slide

Variatie in genotype door geslachtelijke voortplanting
- Welk allel terecht komt in een geslachtscel is toeval.
- Er zijn veel verschillende combinaties. 
- Daardoor ontstaat bij geslachtelijke voortplanting variatie in genotypen. 
- En dus verschillen in fenotype

Slide 10 - Slide

Variatie in genotype

Slide 11 - Slide

Mutatie
- Plotselinge verandering in het DNA: mutatie  (gemuteerd = veranderd)
- Foutje/ beschadiging celdeling


- Organisme waar je mutatie ziet is een mutant.
- Bv albino (geen pigment) > zie alligator 

Slide 12 - Slide

Mutagene invloeden
- Foutjes in de celdeling door mutagene invloeden
- Door straling, chemische stoffen. 

- Soms mutatie (verandering) in celdeling.
- Cel gaat ongeremd delen > tumor/gezwel.
- Snelle deling, tumor groeit hard, noemen we kanker.
- Door het bloed vervoert in hele lichaam > uitzaaiingen
kanker

Slide 13 - Slide

Twee allelen van een genenpaar bevatten informatie voor dezelfde erfelijke eigenschap
A
Juist
B
onjuist

Slide 14 - Quiz

Wat is variatie in genotypen?
A
Een nakomeling heeft hetzelfde genotype als de ouders
B
Een nakomeling heeft hetzelfde genotype maar een ander fenotype
C
Een nakomeling heeft en ander genotype dan de ouders

Slide 15 - Quiz

Hoe krijg je variatie in genotype
A
Celdeling
B
Evolutie
C
Geslachtelijke voorplanting
D
Natuurlijke selectie

Slide 16 - Quiz

Wat kan zorgen voor variatie in genotype?
A
Alleen mutaties
B
Alleen geslachtelijke voortplanting
C
Mutaties en geslachtelijke voortplanting
D
Naar de sportschool gaan of in de zon liggen

Slide 17 - Quiz

Wat is een mutatie?
A
Een verandering in het fenotype
B
Een verandering in het genotype

Slide 18 - Quiz

Wat heeft meer invloed? Een mutatie in een geslachtscel of een mutatie in een lichaamscel?
A
Geslachtscel
B
Lichaamscel
C
Beide evenveel

Slide 19 - Quiz

Bij ongeslachtelijke voortplanting is het ... hetzelfde.
A
Fenotype
B
Genotype
C
Allebei
D
Geen

Slide 20 - Quiz

Aantekening
variatie in genotypen: Verschillende genotypen binnen één soort.
mutatie: Plotselinge verandering van het DNA.
mutant: Individu met een gemuteerd allel in het fenotype.
mutagene invloeden: Invloeden uit de omgeving die de kans op een mutatie vergroot, zoals uv-straling en sigarettenrook


Slide 21 - Slide

Huiswerk
3.5 Lees in je boek bladzijde 192 t/m 194
Maak opdracht 1 t/m 6

Slide 22 - Slide