§6.1 De straat

§6.1 De straat
1 / 20
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

§6.1 De straat

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doel
  • Ik kan uitleggen hoe collectieve voorzieningen worden georganiseerd. 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Introductie
Je maakt dagelijks gebruik van de straat, school, het openbaar vervoer, het sportveld enzovoort. Al deze zaken zijn er voor iedereen en worden door iedereen betaald. Daarover gaat deze paragraaf.


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Collectieve voorzieningen

  • De straat is er voor gezamenlijk gebruik
  • Anders gezegd: de straat is een collectieve voorziening 

Slide 4 - Slide

Voorbeelden van andere collectieve voorzieningen zijn parken, bruggen, scholen en musea.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Is een school een Collectieve voorziening?

A
Ja
B
Nee

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

De overheid betaalt
  • De overheid is verantwoordelijk voor aanleg en onderhoud van collectieve voorzieningen.
  • De overheid bestaat uit het Rijk de lagere overheden: provincies en gemeenten.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

De overheid betaalt
  • Het Rijk zorgt voor de landelijke voorzieningen.  
  • Provincies zorgen voor regionale voorzieningen.
  • De gemeenten hebben de zorg voor de lokale collectieve voorzieningen.

Slide 8 - Slide

  • Rijk=snelwegen, treinverkeer, onderwijs.
  • Provincie=provinciale wegen en regionaal openbaar busvervoer
  • Gemeente=  jouw straat, het park en buurthuizen en ouderenzorg.
  • Waterschappen=
De overheid betaalt
  • Waterschappen zorgen voor het binnenwater en de dijken die daarbij horen. 
  • De overheid schakelt vaak andere, private bedrijven in om werkzaamheden uit te voeren
  • De kosten voor collectieve voorzieningen zijn collectieve uitgaven.

Slide 9 - Slide

  • Een waterschap omvat een gebied dat door gemeenten en provincies heen gaat.
  • die zij dan betaalt

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Wat hoort bij welke
snelwegen
Dijken
Jou straat
regionaal openbaar busvervoer
Gemeente
Provincie
Overheid
Waterschappen

Slide 11 - Drag question

This item has no instructions

Regels
  • Op straat moeten mensen rekening houden met elkaar.
  • Sommige van die regels worden aangegeven door verkeersborden
  • De overheid geeft regels voor het gebruik van de straat en andere collectieve voorzieningen. 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Regels
  • De overheid geeft regels voor het gebruik van de straat en andere collectieve voorzieningen. 
  • Ook de gemeenten en provincies maken regels voor het gebruik van collectieve voorzieningen. 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Noem 1 Regel/wet die jij weet

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Betalen voor gebruik
  • Als je ergens in een stad op straat wilt parkeren, moet je daar meestal voor betalen.  
  • De overheid vraagt bij veel meer collectieve voorzieningen een bijdrage van de gebruikers.
  • Veel diensten van de overheid zijn niet gratis.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Betalen voor gebruik
  • De gemeente is verantwoordelijk voor de uitgifte van paspoorten en rijbewijzen. 
  • Ook voor vergunningen om te bouwen of om een grote manifestatie te organiseren

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

In Utrecht is het zo geregeld dat als je arm bent dat je dan dingen kan bekostigen zoals gitaarles.
Hoe heet de pas?
A
Armen-pas
B
utrechter
C
U-pas

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Controle
  • De overheid geeft regels voor het gebruik van de collectieve voorzieningen, maar daar blijft het niet bij.
  • De overheid controleert ook of mensen zich aan die regels houden.
  • Overtredingen worden bestraft.
  • Zeer zware overtredingen zelfs met een gevangenisstraf

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Begrippen
  • collectieve voorzieningen = Voorzieningen voor gezamenlijk gebruik waarvoor de overheid zorgt.
  • het Rijk = De landelijke overheid.
  • lagere overheden = Provincies, gemeenten en waterschappen.
  • collectieve uitgaven = Overheidsuitgaven voor gezamenlijke voorzieningen.
  • wetten = Door het Rijk gemaakte regels die voor iedereen gelden.


Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Aan het werk!
Opgave: 4, 5, 7, 8, 9, 10
BLZ: 41


Slide 20 - Slide

This item has no instructions