Hypotheken

Hypotheken
1 / 14
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Hypotheken

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Planning
  • Quiz: check je kennis
  • Oefenen examenopgaven
  •  Afsluiting: exit vraag

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Noem één voordeel en één nadeel van een huis kopen ten opzichte van een huis huren.

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

Bij welke omschrijving is er sprake van een hypothecaire lening met lineaire aflossing?
A
Een lening waarbij elke maand een gelijk interestbedrag wordt betaald.
B
Een lening waarbij elke maand een vast bedrag wordt betaald, bestaande uit interest en aflossing.
C
Een lening waarbij elke maand met gelijke bedragen wordt afgelost.
D
Een lening waarbij de lening ineens aan het einde van de looptijd wordt afgelost.

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Jonas wil per 1 januari 2024 een huis kopen. Het huis heeft een aanschafwaarde van € 450.000. Voor de financiering gebruikt hij voor een deel eigen geld. Voor het overige deel van de financiering sluit hij een hypothecaire lening af bij de Volksbank. Hiervoor schakelt hij de hulp in van hypotheekadviseur De Hypotheker. Notaris Boer & Kroon stelt de leveringsakte en hypotheekakte op.

Wie is de hypotheekgever bij deze hypothecaire lening?
A
Jonas
B
De Volksbank
C
Notaris Boer & Kroon
D
De Hypotheker

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Er zijn drie elementen bij een hypothecaire lening met lineaire aflossing: aflossing, netto-interestuitgaven en belastingvoordeel. In onderstaande figuur zijn deze elementen zichtbaar.

Geef bij elke letter van de figuur aan welk element het betreft. Ga er hierbij vanuit dat het belastingpercentage gelijk is aan 40%.

A
A = netto-interestuitgaven, B = belastingvoordeel, C = aflossing
B
A = aflossing, B = netto-interestuitgaven, C = belastingvoordeel
C
A = aflossing, B = belastingvoordeel, C = netto-interestuitgaven
D
A = netto-interestuitgaven, B = aflossing, C = belastingvoordeel

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Op 1 juli 2026 sluit Maud een annuïteitenhypotheek af van € 150.000 met een looptijd van 30
jaar en een interestpercentage van 0,25% per maand. De maandelijkse annuïteit bedraagt
€ 632,41. Het marginale belastingtarief is gelijk aan 37%.

Bereken de het bedrag dat Maud in augustus aflost.

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Op 1 juli 2023 sluit Shayne een annuïteitenhypotheek af van € 320.000 met een interestpercentage van 0,25% per maand en een looptijd van 30 jaar. De maandelijkse annuïteit bedraagt € 1.349,13. Het marginale belastingtarief is gelijk aan 38%.

Bereken voor het derde kwartaal van 2023 de totale bruto hypotheekuitgaven van Shayne.
A
€ 5.396,52
B
€ 4.047,39
C
€ 2.509,38
D
€ 2.196,06

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Op 1 februari 2023 sluit Salma een annuïteitenhypotheek af van € 650.000 met een interestpercentage van 0,27% per maand, een rentevaste periode van 10 jaar en een looptijd van 30 jaar. De maandelijkse annuïteit bedraagt € 2.825,27. Het marginale belastingtarief is gelijk aan 37,07%.

Bereken het totale belastingvoordeel als gevolg van de hypotheekrenteaftrek gedurende de gehele looptijd van de hypotheeklening.
A
€ 367.097,20
B
€ 138.395,64
C
€ 136.082,93
D
€ 73.243,28

Slide 9 - Quiz

Totale interestbedrag: 30 x 12 x 2.825,27 – 650.000 = € 367.097,20
Belastingvoordeel: 0,3707 x 367.097,20 = € 136.082,93
Job rekent erop dat hij op 1 januari 2031 zijn beleggingsproducten verkoopt en met de opbrengst daarvan een flink deel van zijn studieschuld vervroegd aflost. Volgens Job zal hij door deze vervroegde aflossing meer kunnen lenen bij een bank voor de aankoop van een eigen huis.

(2p) 29. Leg uit dat de bank vanwege deze vervroegde aflossing bereid zal zijn een hoger bedrag aan Job uit te lenen voor de aankoop van een huis.

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Lineair vs annuïteit

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Oefenen!
Ga aan de slag met opgaves uit je supersamengevat. Steek je hand op als je een vraag hebt, dan kom ik bij je. Je mag op rustige toon  overleggen.
- Ruimzicht (examenopgave havo)
- Kyra en Niels (examenopgave havo)
- Birgit en Moshaber (examenopgave vwo)

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Stel dat de Nederlandse overheid besluit om de hypotheekrenteaftrek af te schaffen. Hypotheekgevers met welk type hypotheeklening (lineair/annuïtair) merken hier het meeste effect van? Motiveer je antwoord.

Slide 14 - Open question

This item has no instructions