onderzoeksvaardigheden: onderzoeksverslag

1 / 15
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Onderzoeksvraag
  • De onderzoeksvraag moet omschrijven wat je in de proef gaat onderzoeken. 
  • Openvraag (geen ja/nee antwoord)
  • Het is een vraag --> dus maak een zin die eindigt met een vraagteken.

In de conclusie moet je de onderzoeksvraag beantwoorden!

Slide 2 - Slide

Hypothese 
  • Een hypothese is een veronderstelling --> het is wat jij vervacht als antwoord op je onderzoeksvraag. 
  • Je maakt een hypothese voordat je aan een proef of onderzoek begint. 

Slide 3 - Slide

Conclusie
  • Een conclusie is een antwoord op de onderzoeksvraag
  • Trek een conclusie aan de hand van de resultaten.

Slide 4 - Slide

Onderzoeksvaardigheden:
Onderzoeksverslag:
Je weet hoe je een onderzoeksverslag moet maken.
Je weet wat je bij alle punten van een onderzoeksverslag moet noteren.

Slide 5 - Slide

Titel:
* Je maakt een pakkende titel voor je onderzoeksverslag.
* De titel geeft aan waar je onderzoek over gaat.
* De titel is 1 zin. 

Slide 6 - Slide

Onderzoeksvraag:
* De vraag bestaat uit 1 zin.
* De vraag gaat over het onderzoek.
* De vraag geeft 1 variabele aan.
* De vraag is een open vraag( je kan geen ja/nee antwoorden op de vraag)

Slide 7 - Slide

Hypothese:
* Dit maak je voordat je het onderzoek gaat doen( je weet dus nog niet zeker wat het antwoord gaat zijn, maar dat is niet erg).
* Geeft antwoord op de onderzoeksvraag.
* Bestaat uit 1 korte zin.
* Bevat GEEN uitleg.

Slide 8 - Slide

Verwachting:
* Geeft aan wat je in je resultaat gaat waarnemen( zien/ horen/ proeven/ enz.)
* Je herhaalt de hypothese
* ziet er als volgt uit:
Als ( herhalen hypothese) dan zie ik in mijn reslutaat dat ( aangeven hoe je resultaat eruitziet/ hoort/ proeft/ enz.)

Slide 9 - Slide

Benodigdheden experiment:
* Alle materialen, stoffen, enz. wordt genoteerd.
* Hoeveel je van alles gebruik maakt wordt genoteerd.

Slide 10 - Slide

experiment:
* Aangeven wat je in het experiment hebt gedaan.
* In stappen aan geven wat je hebt gedaan.
* Noteren in gebiedende wijze. ( doe dit, pak dit, vul de reageerbuis, leg de watjes in het petrischaaltje, enz. )

Slide 11 - Slide

Reslutaat
* Maak een beschrijving van het resultaat.
* Maak ook een tabel.
* Maak ook een grafiek (lijn of staaf grafiek)

Slide 12 - Slide

Conculsie
* Herhaal de onderzoeksvraag.
* Geef antwoord op de onderzoeksvraag.
* Herhaal de hypothese
* Geef aan of de hypothese juist of onjuist is, en leg uit waarom dit zo is aan de hand van het resultaat. 

Slide 13 - Slide

Discussie:
* Noem 2 punten die goed gingen tijdens je experiment.
* noem 2 verbeterpunten, leg uit wat er niet goed ging, leg uit wat je de volgende keer anders moet doen, en leg uit wat voor een effect het op je resultaat en/of conclusie heeft gehad. 

Slide 14 - Slide

Controle!
Controleer je verslag.
Lees je verslag nog een keer door en leg deze presentatie er naast. Heb je alle punten erin?
Pas je verslag aan.
Lever je verslag in. 

Slide 15 - Slide