BVVJ 7.4 Natuurbeheer/ Mens en milieu

7.4 Natuurbeheer/ Mens en milieu
1 / 37
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

7.4 Natuurbeheer/ Mens en milieu

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen vandaag
Terugblik 
Leerdoelen 7.4
Theorie BK: Mens en milieu KGT: Natuurbeheer
Aan de slag
Afsluiten

Slide 2 - Slide

Als de populatie sluipwespen groter wordt, hebben de eikenprocessierupsen meer natuurlijke vijanden. Wat zal er dan gebeuren met de populatie eikenprocessierupsen?
A
De populatie wordt groter.
B
De populatie blijft gelijk.
C
De populatie wordt kleiner.

Slide 3 - Quiz

Wat is ecologie?
A
De omgeving en het milieu waar het organisme in leeft.
B
Het bestuderen van de relaties tussen organismen en hun milieu.
C
De relaties tussen organismen onderling.
D
Het is een soort voedsel voor een ander organisme.

Slide 4 - Quiz

Kies de juiste pijlen om een voedselweb te maken

Slide 5 - Drag question

Wat is een biotische factor?
A
Alle levenloze natuur (de zon, water, etc.)
B
Alle levende natuur (de zon, water, etc.)
C
Alle levenloze natuur (voedsel, soortgenoten)
D
Alle levende natuur (voedsel, soortgenoten)

Slide 6 - Quiz

Hoe noem je het aantal individuen van de populatie?
A
Populatiedichtheid
B
Plaag
C
Draagkracht
D
Populatiegrootte

Slide 7 - Quiz

Abiotische factoren zijn
A
De zon, water en bacteriën.
B
De regen, stenen, grond en kou.
C
Planten, dieren en bomen
D
Dode dieren en planten en schuilplaatsen.

Slide 8 - Quiz

Welk niveau van de ecologie wordt beschreven?
Op de Veluwe leven wilde zwijnen die zich onderling voortplanten. Samen vormen ze een
De populaties van de verschillende soorten op de Veluwe vormen een
De Veluwe is een voorbeeld van een
Een enkel organisme noem je een
levensgemeen-schap
individu
populatie
ecosysteem

Slide 9 - Drag question

Zet de volgende organismen in de juiste volgorde om een voedselketen te vormen.

Slide 10 - Drag question

Voedselketen
Voedselweb

Slide 11 - Drag question

Een populatie is....
A
een groep organismen van hetzelfde soort.
B
groep organismen van verschillende soorten in een bepaald gebied.
C
een groep organismen van hetzelfde soort in een begrensd gebied.
D
een individu van één soort.

Slide 12 - Quiz

Maak een correcte voedselketen

Slide 13 - Drag question

Wat is een voorbeeld van een populatie?
A
Alle olifanten op aarde
B
Alle vissen in een sloot
C
Alle koolmezen in het streekbos
D
De mussen op het balkon van mr. Schoen

Slide 14 - Quiz

Wat is geen biotische factor
A
aantal rijpe bananen in het woud
B
aantal gorilla's in het woud
C
aantal chimpansees in het woud
D
de hoeveelheid regen in het woud.

Slide 15 - Quiz

Door een zachte winter is er veel gras en wordt de populatie konijnen groter.
Wat gebeurt er met de populatie vossen in dit gebied?
A
De populatie neemt af omdat de konijnen teveel ruimte innemen
B
De populatie neemt af omdat de konijnen teveel holen graven in dit gebied
C
De populatie neemt toe omdat er meer holen zijn voor de vos
D
De populatie neemt toe omdat er meer voedsel is.

Slide 16 - Quiz

7.4 Natuurbeheer/ Mens en milieu

Slide 17 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt manieren noemen waarop de mens afhankelijk is van het milieu.

  • KGT: Je kunt manieren noemen waarop mensen in Nederland de natuur beheren.


Sommige mensen zeggen dat er in Nederland geen echte natuur meer is. Overal zie je de invloed van mensen. Veel mensen willen de natuur beschermen.

Slide 18 - Slide

waarvoor gebruikt de mens de natuur

Slide 19 - Mind map

De mens en zijn omgeving
Mensen zijn afhankelijk van hun omgeving. 

Mensen halen voedsel, water, zuurstof, grondstoffen en energie uit het milieu. Ze gebruiken de natuur voor recreatie. 

Slide 20 - Slide

Mensen
Overal op aarde gebruiken mensen de natuur
bijvoorbeeld voor landbouw, veeteelt, visserij, huizenbouw, transport en de winning van grondstoffen. 
Het grootste deel aarde veranderd door mensen. Oceanen en zeeën worden beïnvloed door mensen. 
Een derde van het land in gebruik voor landbouw en veeteelt. 
Ook in Nederland wordt de meeste grond voor landbouw.

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Biodiversiteit
Doordat mensen worden de leefgebieden van dieren en planten kleiner. 
Soms verdwijnen ze helemaal.
 Dier-, en plantensoorten worden bedreigd:
Individuen van die soort hebben moeite hebben om in leven te blijven en zich voort te planten. Uiteindelijk kan een soort daardoor uitsterven



Slide 23 - Slide

Wereldwijd neemt het aantal verschillende ecosystemen af. 
 Variatie in de natuur neemt af: biodiversiteit

Dit is ook een bedreiging voor de mens
 mensen hebben de natuur nodig om te overleven. 
We gebruiken de natuur bijvoorbeeld om voedsel en medicijnen te maken.

Slide 24 - Slide

Herintroductie
Met maatregelen wordt geprobeerd om de bedreigde soorten weer in aantal te laten toenemen. 

Zo’n maatregel is bijvoorbeeld herintroductie. Dat is het terugbrengen van een dier- of plantensoort in een land.

Zoek een voorbeeld van herintroductie in Nederland!

Slide 25 - Slide

Herintroductie otters

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Video

Natuurbeheer
Veel mensen proberen de natuur in Nederland te behouden, te beschermen en te herstellen. 
De maatregelen die daarvoor nodig zijn, noem je natuurbeheer. 
Een voorbeeld is het aanleggen van doorgangen voor wilde dieren. Daardoor kunnen ze van het ene naar het andere natuurgebied gaan. 

Slide 28 - Slide

Zoek iets op over:
Natuurbeheer: subisidies voor boeren
Bosbeheer
Faunabeheer
Waterbeheer

Slide 29 - Slide



Subsidie voor boeren voor:

• zaaien van bloemen langs akkers, zodat daar insecten kunnen leven;
• weilanden later maaien, zodat de nesten van weidevogels niet worden vernield;
• minder mest gebruiken, zodat er minder schadelijke stoffen in de grond en het water terechtkomen;
• poelen graven waarin amfibieën kunnen leven.


Staatsbosbeheer zorgt voor:
variatie in bosbegroeiing te behouden. 
Op open terreinen groeien vaak andere planten en leven soms andere dieren dan in de bossen. BV bomen kappen zodat andere bomen ruimte hebben of een heideveld niet dicht groeit. 

Natuurmonumenten zorgt voor:

Inzetten van dieren voor begrazing. 
Zo behoudt een gebied zijn natuurlijke begroeiing. 
Vaak neemt de biodiversiteit hierdoor toe.
Agrarisch natuurbeheer
Bosbeheer

Slide 30 - Slide


Fauna = alle diersoorten die in een gebied voorkomen. 

gezonde populaties in het wild behouden 
schade door (te) grote populaties te voorkomen door herintroductie en afschot (jacht) bv:
• afschot van vossen om weidevogels te beschermen;
• afschot van zieke en zwakke herten om lijden te voorkomen;
• afschot van wilde zwijnen om schade aan landbouwgewassen te voorkomen
• afschot van ganzen als ze een gevaar vormen voor de luchtverkeersveiligheid bij Schiphol.


Rijkswaterstaat en de Waterschappen:
 beheren rivieren, de kanalen en het grondwater. bijvoorbeeld:
• verontreiniging van waterbodems opruimen;
• doorgangen voor vissen maken in sluizen en dammen;
• verbreden van rivieren om de kans op overstroming te verkleinen;
• oevers minder steil maken zodat water- en oeverplanten beter kunnen groeien;
• sluizen op een kier zetten waardoor een natuurlijk overgangsgebied van zeewater en rivierwater ontstaat.
Faunabeheer
Waterbeheer

Slide 31 - Slide

Aan de slag
Maken en nakijken/ verbeteren:

KGT 7.4 Natuurbeheer

BK 7.4 Mens en milieu opdracht 1
Samenhang opdracht 2, 3 4, 5
timer
1:00

Slide 32 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt manieren noemen waarop de mens afhankelijk is van het milieu.

  • KGT: Je kunt manieren noemen waarop mensen in Nederland de natuur beheren.


Sommige mensen zeggen dat er in Nederland geen echte natuur meer is. Overal zie je de invloed van mensen. Veel mensen willen de natuur beschermen.

Slide 33 - Slide

Wat is biodiversiteit?
A
het aantal oorspronkelijke plantensoorten
B
het aantal oorspronkelijke diersoorten
C
de variatie aan soorten in de natuur
D
het verdwijnen van soorten in de natuur

Slide 34 - Quiz

De mens is afhankelijk van zijn omgeving voor .....
A
grondstoffen
B
voedsel en zuurstof
C
water en energie
D
recreatie

Slide 35 - Quiz

Leg in eigen woorden uit wat 'herintroductie' betekend

Slide 36 - Open question

Afsluiten
Hoe ging de les
Volgende keer: Milieuvervuiling, oorzaken en gevolgen

Slide 37 - Slide