8. Franse Revolutie en Restauratie

1 / 116
next
Slide 1: Video
GeschiedenisHoger onderwijs

This lesson contains 116 slides, with interactive quizzes, text slides and 22 videos.

time-iconLesson duration is: 240 min

Items in this lesson

Slide 1 - Video

This item has no instructions

Revolutie, welke ken je?

Slide 2 - Mind map

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Video

Ancien régime : 
wanneer? begin 14e eeuw, einde 1917
politiek? Absolutisme (God)
sociaal/standen? adel/clerus/3e stand (97%)
oorzaak <-> aanleiding
oorzaak : 
de onderlaag, langdurig proces
aanleiding :
onverwachts moment (vonk die de boel doet ontploffen)

Slide 8 - Video

oorzaken : 
- bankroet (oorlogen, koningshuis)
- ongelijkheid in standen
- verlichting (vb. Amerikaanse revolutie)
Hoe heeft de Franse steun aan de Amerikaanse Revolutie bijgedragen aan de Franse Revolutie?
A
Het verminderde de belastingdruk
B
Het versterkte de economie
C
Het leidde tot politieke stabiliteit
D
Het vergrootte de staatsschuld en de ontevredenheid

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Welke rol speelde de Verlichting in de aanloop naar de Franse Revolutie?
A
Het verspreiden van ideeën over gelijkheid
B
Het onderdrukken van politieke debatten
C
Het promoten van absolute monarchie
D
Het versterken van de standenmaatschappij

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Wat was een directe aanleiding voor de Franse Revolutie?
A
Een succesvolle oogst
B
Een nieuwe koning aan de macht
C
De financiële crisis van de staat
D
Een buitenlandse invasie

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Welke factor speelde een rol bij de sociale onrust voorafgaand aan de Franse Revolutie?
A
Stijgende levensstandaard
B
Gebrek aan religieuze vrijheid
C
Oneerlijke verdeling van belastingen
D
Vrijheid van meningsuiting

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Wat was een belangrijke economische oorzaak van de Franse Revolutie?
A
Hoge belastingen en slechte economie
B
Sterke internationale handel
C
Lage belastingen en goede economie
D
Te veel politieke conflicten

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

1789-1791
- interne strijd
- opstanden/rellen
- koning naar Tuileriën
- droits/grondwet 1791

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Hoofdfiguren Franse Revolutie (korte uitleg en afbeelding)

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Slide 24 - Video

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

1792-1799
- einde monarchie/Ancien Régime
- militarisering (a.d.h.v. loting)
- Rode Terreur: Robespierre
- directiore (Burras)

Slide 26 - Video

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

Robespierre

Slide 28 - Video

This item has no instructions

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Video

This item has no instructions

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Video

This item has no instructions

Slide 36 - Video

This item has no instructions

Wie was koning van Frankrijk tijdens de revolutie?
A
Lodewijk XIV
B
Karel de Grote
C
Lodewijk XVI
D
Napoleon Bonaparte

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Wat was de Bastille?
A
Een marktplaats
B
Een oorlogsschip
C
Een gevangenis en symbool van tirannie
D
Een paleis van de koning

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

Wat was een belangrijke oorzaak van de Franse Revolutie?
A
De Franse overwinningen in oorlogen
B
De uitvinding van de stoommachine
C
Sociale ongelijkheid tussen standen
D
De ontdekking van Amerika

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurde er in januari 1789?
A
De Staten-Generaal werd bijeengeroepen.
B
De koning vluchtte naar Engeland.
C
De Verklaring van de Rechten van de Mens.
D
De Bastille werd bestormd.

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Wanneer begon de Franse Revolutie?
A
In 1804
B
In 1789
C
In 1776
D
In 1792

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurde er in augustus 1789?
A
De koning werd geëxecuteerd.
B
De Verklaring van de Rechten van de Mens.
C
De Nationale Vergadering werd ontbonden.
D
De Franse vlag werd geïntroduceerd.

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Welke politieke club was het meest invloedrijk?
A
Girondijnen
B
Royalisten
C
Anarchisten
D
Jacobinens

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

Wat was het doel van de Jacobijnen?
A
Republiek vestigen
B
Militaire dictatuur opzetten
C
Sociale gelijkheid
D
Monarchie herstellen

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurde er in 1793?
A
Executie van Lodewijk XVI
B
Ondertekening van de grondwet
C
Vrede met Oostenrijk
D
Oorlog met Engeland

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Meanwhile in onze gebieden

Slide 46 - Slide

1789-1794 België hoort bij Oostenrijk
Oefening Canon van Vlaanderen
* Ga naar https://www.canonvanvlaanderen.be/events/keizerin-maria-theresia/ en lees de focuspunten en ga vervolgens naar https://historiek.net/brabantse-omwenteling-politieke-spanningen-religieus-geweld/70071/

* Welk verband is tussen de Brabantse en Franse Revolutie? Welk belang zie hierin?

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Slide 48 - Video

Brabandse omwenteling
1788-1790
- Wat? Opstand tegen het Oostenrijkse Ancien Régime/Oostenrijkse keizers
- Verband? Standenspanningen
- Belang? 
       1. België als begrip ontstaat
       2. 'taal' kwestie (Frans en Nederlands)

Slide 49 - Slide

spiegelt zich aan Julius Caesar -> consul

Slide 50 - Video

This item has no instructions

1799-1815

Slide 51 - Slide

This item has no instructions

Slide 52 - Slide

Trafalgar
Champollion

Slide 53 - Slide

This item has no instructions

Slide 54 - Slide

This item has no instructions

Slide 55 - Video

This item has no instructions

Slide 56 - Slide

This item has no instructions

Slide 57 - Video

This item has no instructions

Slide 58 - Slide

vanaf 1810 wilt hij meer en meer gebieden
1812 :  Russische campagne mislukt
-> Russische winter
-> Guerilla
-> verschroeide aarde
1814-1815 : overwinnaars verdelen in Wenen de gebieden

Slide 59 - Slide

This item has no instructions

Slide 60 - Video

This item has no instructions

Slide 61 - Slide

This item has no instructions

Slide 62 - Video

This item has no instructions

Slide 63 - Slide

This item has no instructions

Slide 64 - Video

This item has no instructions

Welk jaar begon Napoleon met het invoeren van het metrieke stelsel?
A
1799
B
1805
C
1810
D
1801

Slide 65 - Quiz

This item has no instructions

Wat was de naam van Napoleon's burgerlijke code?
A
Code of Hammurabi
B
Code Napoléon
C
Code Civil
D
Code of Justinian

Slide 66 - Quiz

This item has no instructions

Welk wetboek introduceerde Napoleon in Nederland?
A
Code Civil
B
Code Napoléon
C
Code of Hammurabi
D
Code Napoleon III

Slide 67 - Quiz

This item has no instructions

Wat hebben we te danken aan Napoleon?

Slide 68 - Mind map

This item has no instructions

Slide 69 - Slide

This item has no instructions

Slide 70 - Video

This item has no instructions

Slide 71 - Slide

1814-1815: Wellington/Blüder

Slide 72 - Slide

This item has no instructions

Slide 73 - Slide

This item has no instructions

Slide 74 - Slide

This item has no instructions

Slide 75 - Slide

This item has no instructions

Slide 76 - Slide

This item has no instructions

Slide 77 - Slide

wanneer? 1814-1815
waarom daar? Oostenrijk (1 van de overwinnaars)
hoofdoelen?
- conservatisme (waarden religie-monarchie)
belang?
1. tegenstromingen: liberalisme en het nationalisme (2 samen = communisme)
2. grootmachten (Oostenrijk, Groot-Brittannië (en kolonies), Pruisen en Rusland (later ook Frankrijjk))
Wat is een natie?
(Volk) Vlaming? Taal, 'volksaard'/ gemeenschappelijk verleden (idee komt uit de Romantiek)
Taal is de onderscheidende factor.
(Natie) Vlaanderen? Grens, volkssoevereiniteit
Welk begrip is verbonden met liberalisme? 
- waarden: individuele vrijheid, streven naar gelijkheid/gelijkwaardigheid
- politiek: parlementaire democratie, maakt wetten die de individuele vrijheid gaan beschermen.
- sociaal: meritocratie (je krijgt wat je verdiend) / klassen
- economisch: vraag en aanbod (vrije markt) = Kapitalisme
Adam Smith

Slide 78 - Slide

This item has no instructions

Slide 79 - Slide

This item has no instructions

Slide 80 - Slide

This item has no instructions

Slide 81 - Slide

This item has no instructions

Slide 82 - Slide

This item has no instructions

Slide 83 - Video

This item has no instructions

Slide 84 - Slide

This item has no instructions

Slide 85 - Slide

This item has no instructions

Slide 86 - Slide

This item has no instructions

Slide 87 - Slide

This item has no instructions

Slide 88 - Slide

This item has no instructions

Slide 89 - Slide

This item has no instructions

Slide 90 - Slide

This item has no instructions

Wat was een gevolg van het Congres van Wenen voor de Duitse staten?
A
Het behoud van de oude territoriale grenzen
B
De vorming van een verenigd Duitsland
C
De oprichting van de Duitse Bond

Slide 91 - Quiz

This item has no instructions

Welk land kreeg controle over België als gevolg van het Congres van Wenen?
A
Groot-Brittannië
B
Nederland
C
Duitsland
D
Frankrijk

Slide 92 - Quiz

This item has no instructions

Wat waren de belangrijkste gevolgen van het Congres van Wenen?
A
De oprichting van een Europese federatie
B
De erkenning van nationale onafhankelijkheidsbewegingen
C
Het beperken van Frankrijks macht
D
Het herstel van de Europese monarchieën

Slide 93 - Quiz

This item has no instructions

Slide 94 - Slide

België behoort tot Nederlanden
1648: Münster: Zuid (katholiek, hiërarchie) en Noord (protestant, godsdienstvrijheid, geen hiërarchie)
Zuiden waren Franstalig (elite), Noorden Nedelandstalig
Zuiden : economisch: landbouw nijverheid
Noorden: Gouden eeuw handel en industrie

Slide 95 - Slide

This item has no instructions

Wat liet Willem I achter op onze gebieden?

Slide 96 - Open question

Verdiensten: 
- Economisch: wij worden rijker
Gent textielindustrie
Antwerpen haven
Borinage steenkool
Luik staal
kanalen: Terneuzen
Banken maken
- Onderwijs: Athenea en lycea
- Nederlands als bestuurstaal /primair
- Tegenstanders : 
1. kerk : willen geen godsdienstvrijheid
Willem I
Verdiensten:
- Economisch: wij worden rijker
Gent textielindustrie
Antwerpen haven
Borinage steenkool
Luik staal
kanalen: Terneuzen
Banken maken
- Onderwijs: Athenea en lycea
- Nederlands als bestuurstaal /primair
- Tegenstanders:
1. kerk: willen geen godsdienstvrijheid/onderwijsplannen/Franstalig (Katholieken)
2. bourgeoisie: Franstalige burgerij -> ziet Nederlands niet zitten en gaat tegen de vrijheid in (Liberalen)
1 + 2 vormen het Monsterverbond

Slide 97 - Slide

This item has no instructions

Slide 98 - Slide

This item has no instructions

Wat waren de grieven van het Monsterverbond?

Slide 99 - Open question

This item has no instructions

Slide 100 - Slide

de heilige alliantie -> 5 landen van het congres van Wenen

Slide 101 - Video

This item has no instructions

Slide 102 - Slide

This item has no instructions

Slide 103 - Video

This item has no instructions

Slide 104 - Slide

This item has no instructions

Slide 105 - Slide

This item has no instructions

Slide 106 - Slide

This item has no instructions

Slide 107 - Slide

This item has no instructions

Slide 108 - Slide

This item has no instructions

Slide 109 - Slide

This item has no instructions

Slide 110 - Slide

verzuiling: 
Katholieke zuil <=> vrijzinnige zuil
rituelen, organisatie <=> onderwijs
communautaire kwestie: 
Vlaamstaligen <-> Franstaligen
Sociale strijd/overleg:
werknemers <=> werkgevers
Welke stad speelde een belangrijke rol in de revolutie?
A
Gent
B
Antwerpen
C
Brussel
D
Luik

Slide 111 - Quiz

This item has no instructions

Welke gebeurtenis leidde tot de onafhankelijkheid van België?
A
De Franse Revolutie
B
De Slag bij Waterloo
C
De val van Napoleon
D
De Belgische onafhankelijkheidsverklaring

Slide 112 - Quiz

This item has no instructions

Wat was de aanleiding voor de Belgische Revolutie?
A
Buitenlandse invasie
B
Religieuze conflicten
C
Verzet tegen de Nederlandse overheersing
D
Economische crisis

Slide 113 - Quiz

This item has no instructions

Wie was de koning van België vóór de revolutie?
A
Filips II
B
Willem I
C
Napoleon
D
Leopold I

Slide 114 - Quiz

This item has no instructions

Wanneer vond de Belgische Revolutie plaats?
A
1848
B
1815
C
1789
D
1830

Slide 115 - Quiz

This item has no instructions

Slide 116 - Slide

This item has no instructions