1) luisteroefening (vrai/faux)
2) vocabulaire (welk woord past het beste in de zin)
3) grammatica -> passé composé * + pers. vnw vervangen
4) phrases-clés (letterlijk vertalen + vrije oefening: beoordeling vakantieverblijf)
5) leestekst 2x
6) vocabulaire (vertalen FR-NL)