Woche 2 24/3-28/3

Woche 2 24/3-28/3
1 / 25
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 25 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Woche 2 24/3-28/3

Slide 1 - Slide

Wilkommen!
Stunde 4 P4 

Slide 2 - Slide

Lernziel Stunde 4
  1. Toetsinzage - wat ging goed, wat kan beter?
  2. Je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 3 - Slide

oefenen NLA HW
  1. We dronken in die onstuimige nacht samen tien glazen wijn.
  2. Ik mag geen auto rijden als het gesneeuwd heeft.
  3. De leraar bepaalt de beste sfeer bij mij in de klas.
  4. In het weekend heb ik een hele leuke jongen ontmoet die bij mij op school zit.
  5. Vorige week was ik in mijn nieuwe auto onderweg naar het nieuwste concert van Rihanna.

LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 4 - Slide

Nakijken HW
  1. Wir tranken in dieser turbulenten/stürmischen Nacht zusammen zehn Gläser Wein.
  2. Ich darf kein Auto fahren, wenn es geschneit hat.
  3. Die Lehrerin sorgt für die beste Stimmung in meiner Klasse.
  4. Am Wochenende habe ich einen sehr netten Jungen kennengelernt/ bin ich einem sehr netten Jungen begegnet, der an meiner Schule ist.
  5. Letzte/Vorige Woche war ich mit meinem neuen Auto auf dem Weg zu Rihannas letztem Konzert.

LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 5 - Slide

Vragen? uitleg??

Slide 6 - Slide

oefenen NLA  30 minuten
  1. De man, wiens vrouw bij de bank werkt, is een topadvocaat bij een groot kantoor.
  2. Waar hangt de poster waarop die bekende filmacteur is afgebeeld?
  3. Zou je deze misdaadserie ook graag willen kijken?
  4. De wedstrijd waaraan maar weinig studenten wilden meedoen, was een groot succes.
  5. De kleuren van deze woningen zijn ons zeer goed bevallen

LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 7 - Slide

betrekkelijk voornaamwoord!
S200 van bundeltje

Slide 8 - Slide

Betrekkelijk voornaamwoord?
1. Das ist der Mann, ___ (die) ich gestern getroffen habe.
2. Das Buch, ___ (dat) du liest, ist sehr spannend.
3. Die Frau, ___(met wie) meine Onkel geheiratet ist, ist meine Lehrerin.
4. Der Hund, ___ (die) im Garten spielt, gehört meinem Nachbarn.
5. Der Wettbewerb, (waaraan) viele Jugendliche teilnahmen, war in Amsterdam.
6. Die Kinder, ___(voor wie) ich das mache, sind sehr llieb.
7. Der Film, ___ (die) wir gestern gesehen haben, war toll.
8. Das Haus, ___ (waarin) wir leben, ist sehr groß.
9. Die Katze, ___ (die) auf dem Sofa liegt, ist sehr alt.
10. Der Mann, ___ (wiens) Hund im Garten spielt, ist mein Nachbar.

Slide 9 - Slide

TIPS...
De man, wiens vrouw bij de bank werkt, is een topadvocaat.
0Wiens – betrekkelijk vnw in genitiv P 200 bundeltje
Bank – instituut niet zitding
Topadvocaat = combinatie woorden achterste woord bepaalt geslacht

Waar hangt de poster waarop die filmacteur is afgebeeld?
Waarop is niet worauf maar auf + betrekkelijk vnw (P200)
De filmacteur is onderwerp, 1e naamval


LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 10 - Slide

TIPS...
Zou je deze misdaadserie ook graag willen kijken?
Zou je graag willen = möchtest du
Deze misdaadserie = lvw samengesteld Let op vertaling serie!

De wedstrijd waaraan maar weinig studenten wilden meedoen, was een groot succes.
Waaraan is niet woran maar aan+ betrekkelijk vnw
Teilnehmen an + ¾? WAAR,WANNEER, WAARHEEN? 7/2 regel
Was een succes – naamwoordelijk deel van gezegde = 1e naamval

De kleuren van deze woningen zijn ons zeer goed bevallen.
Van = bezitsrelatie = genitiv
Bevallen – juiste betekenis en als je het goed opzoekt staat er es hat mit gefallen+ haben dus!





LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 11 - Slide

oefenen NLA  (thuis afmaken)
  1. De man, wiens vrouw bij de bank werkt, is een topadvocaat bij een groot kantoor.
  2. Waar hangt de poster waarop die bekende filmacteur is afgebeeld?
  3. Zou je deze misdaadserie ook graag willen kijken?
  4. De wedstrijd waaraan maar weinig studenten wilden meedoen, was een groot succes.
  5. De kleuren van deze woningen zijn ons zeer goed bevallen

LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 12 - Slide

oefenen NLA  30 minuten
  1. Der Mann, dessen Frau bei der Bank arbeitet, ist ein Spitzenanwalt.
  2. Wo hängt der Poster, auf dem dieser Filmschauspieler abgebildet ist?
  3. Möchtest du diese Kriminalserie/Krimi auch mal sehen/gucken?
  4. Der Wettbewerb, an dem nur wenig Studenten teilnehmen wollten, war ein großer Erfolg. 
  5. Die Farben dieser Wohnungen, haben uns sehr gut gefallen.  
LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 13 - Slide

Wilkommen!
Stunde 5 P4 

Slide 14 - Slide

Lernziel Stunde 5
  1. Je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 15 - Slide

oefenen NLA  (HW)
  1. De man, wiens vrouw bij de bank werkt, is een topadvocaat bij een groot kantoor.
  2. Waar hangt de poster waarop die bekende filmacteur is afgebeeld?
  3. Zou je deze misdaadserie ook graag willen kijken?
  4. De wedstrijd waaraan maar weinig studenten wilden meedoen, was een groot succes.
  5. De kleuren van deze woningen zijn ons zeer goed bevallen

LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 16 - Slide

oefenen NLA  30 minuten
  1. Der Mann, dessen Frau bei der Bank arbeitet, ist ein Spitzenanwalt bei einem großen Büro.
  2. Wo hängt das Poster, auf dem dieser berühmte Filmschauspieler abgebildet ist?
  3. Möchtest du diese Krimiserie auch gerne sehen?
  4. Der Wettbewerb, an dem nur wenige Studenten teilnehmen wollten, war ein großer Erfolg.
  5. Die Farben dieser Häuser/ Wohnungen haben uns sehr gut gefallen.
LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 17 - Slide

oefenen NLA  30 minuten
  1. Waarom ben jij naast de vriend van mijn zus gaan zitten?
  2. Ik houd niet van het gedrag van veel politieagenten.
  3. De gitarist, wiens muziek ons zo goed bevalt, heeft dit lied zelf gecomponeerd.
  4. We konden ook op de fiets naar de stad gaan.
  5. Wie heeft de hond, die door een auto was aangereden, naar de dierenarts gebracht?

LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 18 - Slide

Wilkommen!
Stunde 6 P4 

Slide 19 - Slide

Lernziel Stunde 6
  1. Je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 20 - Slide

oefenen NLA HW nakijken
  1. Waarom ben jij naast de nieuwe vriend van mijn oudste zus gaan zitten?
  2. Ik houd niet van het gedrag van veel Nederlandse politieagenten.
  3. De populaire gitarist, wiens muziek ons zo goed bevalt, heeft dit mooiste lied zelf gecomponeerd.
  4. We konden ook op de snelste fiets naar de stad gaan.
  5. Wie heeft die hond, die door een auto was aangereden, naar de dierenarts gebracht?

LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 21 - Slide

oefenen NLA HW nakijken
  1. Warum hast du dich neben den neuen Freund meiner ältesten Schwester gesetzt?
  2. Ich mag das Verhalten/ Benehmen vieler niederländischen Polizisten nicht.
  3. Der Gitarrenspieler, dessen Musik uns so gut gefällt, hat dieses schönsten Lied selbst komponiert.
  4. Wir konnten auch auf dem schnellsten Rad in die Stadt gehen.
  5. Wer hat diesen Hund, der von einem Auto verletzt war, zum Tierarzt gebracht?

LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 22 - Slide

verdiepen
kies een grammaticaal onderwerp dat je wilt verbeteren nav deze oefening. Je kunt kiezen uit:
  • voorzetsels+3 OF +4 (S203 bundeltje)
  • genitiv 
  • gebruik gele kaart
  • trappen van vergelijking (S201 bundeltje)



Slide 23 - Slide

oefenen NLA 
  1. Meneer Bremer, is dat uw auto, die naast de nieuwe winkel staat?
  2. In plaats van een boek schonk ik haar een bos bloemen, die mooier zijn dan de vorige.
  3. Mevrouw Stein, kan ik u een moment spreken over het belangrijke project?
  4. Tijdens de laatste maanden gebeurden op deze plaats verscheidene ongelukken, die ernstiger waren dan de vorige.
  5. Wat kost de koffie in deze horecagelegenheid, die bekender is dan de andere?

LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 24 - Slide

oefenen NLA nakijken
  1. Herr Bremer, ist das Ihr Auto, das neben dem neuen Geschäft steht?
  2. Anstatt/Statt eines Buches schenkte ich ihr einen Blumenstrauß, der schöner ist als der vorige.
  3. Frau Stein, kann ich Sie einen Moment über das wichtige Projekt sprechen?
  4. Während der letzten Monate passierten an diesem Ort mehrere Unfälle, die ernster waren als die vorherigen.
  5. Was kostet der Kaffee in dieser Gaststätte, die bekannter ist als die andere?

LZ LZ1 je werkt aan grammatica, woordenschat en woordenboekgebruik

Slide 25 - Slide