Formules en vuistregels (ICT)

Formules en vuistregels (ICT)
Programma van vandaag: 

* formules en vuistregels
* herhaling: informatie over de toets 
* Eduhint smart rekenen > zelfstandig werken volgens je advies


1 / 12
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Formules en vuistregels (ICT)
Programma van vandaag: 

* formules en vuistregels
* herhaling: informatie over de toets 
* Eduhint smart rekenen > zelfstandig werken volgens je advies


Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoel
Aan het einde van de les weet je wat woordformules en vuistregels zijn en kun je deze toepassen op verschillende grootheden en eenheden. 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

wat weet je al
over woordformules en vuistregels?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Wat zijn woordformules en vuistregels
Woordformules: Een manier om rekenkundige relaties tussen verschillende grootheden vast te leggen.
Voorbeeld: Snelheid = afstand / tijd 
of > netwerksnelheid = datavolume / tijd

Vuistregels: Een eenvoudige, vaak praktische regel om snel een schatting of beslissing te maken.

Een vuistregel voor mijn type telefoon is bijvoorbeeld dat een foto (gemiddeld) 2MB groot is. Ik kan dan zelf een inschatting maken hoeveel opslagruimte ik nodig heb. 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

welke voorbeelden van
vuistregels kun je bedenken?

Slide 5 - Mind map

- 1 byte is 8 bit
- 1 MB is 8 megabit
- Een vuistregel voor een goede online game-ervaring is dat de ping (vertraging) onder de 50 milliseconden moet liggen.
- vervang professionele hardware elke 3-5 jaar
- 3-2-1 Backup Regel"
Toepassing: Een betrouwbare back-upstrategie waarbij je:
3 kopieën van je data hebt,
2 verschillende opslagmedia gebruikt,
1 kopie op een andere fysieke locatie bewaart.
Voorbeeld: Een bedrijf maakt dagelijks back-ups op lokale servers en daarnaast een cloud-back-up op een externe locatie.
Je wilt een game van 10GB downloaden. Hoe lang duurt dit met een internetsnelheid van 50 mbps?
(50 megabits per seconde is 6,25 MegaBytes per seconde)

Woordformule: downloadtijd in seconden= bestandgrootte in MB / downloadsnelheid in MB/s

Slide 6 - Open question

10 GB = 10.000 MB
1600 sec of 26 min en 40 sec

Een netwerk moet 200 GB aan data verwerken in 10 uur. Wat is de minimale bandbreedte in megabits per sec?

woordformule: benodigde bandbreedte in MB/s = gegevensvolume in MB / tijd in sec
(let op de genoemde eenheden)
A
4 mbps
B
44 mbps
C
84 mbps
D
440 mbps

Slide 7 - Quiz

200.000 MB / 36.000 sec = 5,56 MB/s

5,56 x 8 = 44,44 mbps
(van bytes naar bits is x 8)
Vuistregel: hoe snel loopt een gemiddeld persoon per uur? Geef het antwoord in km.

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Vuistregel: hoe groot is een gemiddelde email zonder bijlagen? Geef het antwoord in kb.

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Een bedrijf maakt dagelijks een back-up van 750 GB aan data. De back-up server heeft een snelheid van 125 MB per seconde. Hoe lang duurt het voordat de back-up is voltooid?

Woordformule: back-uptijd in sec = totale dataomvang in MB / back-up snelheid in MB per sec

Geef het antwoord in minuten

Slide 10 - Open question

750.000 MB /  125 MB/s = 6000 sec
6000 / 60  = 100 minuten
info toets
hoofdstuk 1-6  uit smart rekenen
mee: rekenmachine, pen, kladpapier, rekenkaart
vragen komen uit smart rekenen
let op niveau toets:           toets N2       of    toets N3/N4. 
Doe je de opleiding op N3/4, dan mag je de toets niet maken op N2. 
Doe je dit wel, dan krijg je een 1. 

Let op: de herkansing wordt een aparte opdracht. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

en nu???
verder met smart rekenen > volgens je eigen planning
(zie geel blok linksbovenin)

voor de toets: hoofdstuk 1 - 6 

Heb je de hoofdstuktoetsen voldoende gemaakt (score 80%) dan hoef je geen aparte paragrafen te maken

Slide 12 - Slide

This item has no instructions