What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
20250227_Futur simple
Le futur simple
1 / 41
next
Slide 1:
Slide
Frans
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 3
This lesson contains
41 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
30 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Le futur simple
Slide 1 - Slide
Lesdoel
Aan het eind van deze les kan je de futur simple
herkennen
vervoegen
onderscheiden van de futur proche
Slide 2 - Slide
Le futur simple
Wat weet je nog over de futur simple?
hoe noemt de tijd in het Nederlands
wanneer gebruik je de tijd?
waar situeert de tijd zich t.a.v. de futur proche?
hoe vertaal je de futur simple?
hoe vorm je de futur simple?
Slide 3 - Slide
Le futur simple
https://goscholengroepwesthoek-my.sharepoint.com/:p:/g/personal/cindy_faes_inspirascholen_be/EfZ_iosrkGxGol-4nM_-o8QBZi1KuYa9RfI0N1wWi66_Ag?e=hmLeqs
Slide 4 - Slide
Le futur simple: vorming regelmatige werkwoorden
NQL3 rév des verbes p.18
Hele ww
Uitgang
Futur simple
Je
manger
-ai
Je manger
ai
Tu
parler
-as
Tu parler
as
Il / Elle / On
finir
-a
Il finir
a
Nous
manger
-ons
Nous manger
ons
Vous
manger
-ez
Vous manger
ez
Ils / Elles
entendr
e
-ont
Ils entendr
ont
Slide 5 - Slide
Le futur simple: vorming regelmatige werkwoorden - NQL3 rév des verbes p.18
les verbes régulier = infinitief/infinitief -e (verbes en -re) + de uitgangen van avoir
Uitgang avoir
Uitgang
FS
Futur simple
Je/j'
ai
-ai
Je manger
ai
Tu
as
-as
Tu manger
as
Il / Elle / On
a
-a
Il manger
a
Slide 6 - Slide
Le futur simple: vorming regelmatige werkwoorden - NQL3 rév des verbes p.18
Futur simple = infinitief/infinitief -e (verbes en -re) + de uitgangen van avoir
Uitgang avoir
Uitgang
Futur simple
Nous
avons
-ons
Nous manger
ons
Vous
avez
-ez
Vous manger
ez
Ils / Elles
ont
-ont
Ils manger
ont
Slide 7 - Slide
Le futur simple = toekomende tijd
ik zal werken
jij zal fietsen
hij zal lopen
wij zullen eten
jullie zullen spreken
zij zullen kopen
Slide 8 - Slide
Le fs - onregelmatige ww
Onregelmatige werkwoorden
hebben een onregelmatige futur simple.
De stam van deze werkwoorden in de futur simple moet je dus uit je hoofd leren.
Slide 9 - Slide
Onregelmatige ww. - p. 18
Slide 10 - Slide
Onregelmatige ww. - p. 18
Slide 11 - Slide
De futur simple vertaal ik met:
A
zal/zullen
B
zou/zouden
Slide 12 - Quiz
Ik zal spreken
Hij zal eten
Nous partirons
Jullie zullen uitgaan
Zij zullen vinden
Je parlerai
Il mangera
Wij zullen vertrekken
Vous sortirez
Ils trouveront
Slide 13 - Drag question
Wat is de futur simple?
A
tegenwoordige tijd
B
voltooide tijd
C
toekomende tijd
D
verleden tijd
Slide 14 - Quiz
Jij zult afmaken (finir)
A
Tu finiras
B
Tu vas finir
C
Tu finira
D
Tu finirais
Slide 15 - Quiz
futur simple
perdre: tu
Slide 16 - Open question
on (dormir - futur simple)
Slide 17 - Open question
Au travail
Werkboek achteraan p. 18
P. 19 ex. 1 &2 & 3
p. 20 ex. 2 et 3
Slide 18 - Slide
Futur simple
A
Il sera à la maison
B
Il serait à la maison
C
Il est à la maison
D
Il a été à la maison
Slide 19 - Quiz
Je ... (aller, futur)
Slide 20 - Open question
Gebruik de futur simple
tu [avoir]
Slide 21 - Open question
Wat weet je nog over futur (simple)?
Slide 22 - Mind map
Futur simple
Choisir: vous
Slide 23 - Open question
Gebruik de futur simple
elle [appeler]
Slide 24 - Open question
Gebruik de futur simple
nous [peser]
Slide 25 - Open question
Au travail
Faire: les exercices sur Diddit (défi 3 mission 2) -->
1) le futur simple 2
2) le futur simple
Slide 26 - Slide
Le futur simple
Au travail!
P. 19 ex. 1 - onderlijn de FS
p. 19 ex. 2 - vul de FS aan
p. 19 ex. 3 - vul de FS in
p. 20 ex. 2 - zet mv in enk - vb. nous -> je
p. 20 ex. 3 - zet ww. om in FS
Slide 27 - Slide
De futur maak je met een vorm van gaan (aller) + hele werkwoord?
A
vrai
B
faux
Slide 28 - Quiz
Hoe maak je de futur?
(Algemene regel)
A
stam+e,es,e,ons,ez,ent
B
stam nous-vorm + ais,ais,ait,ions,iez,aient
C
hele ww+ ai,as,a,ons,ez,ont
D
avoir/être + volt.dw stam+e,u,i
Slide 29 - Quiz
Futur simple
A
Tu vas visiter Paris
B
Tu vas aller Paris
C
Tu visitera Paris
D
Tu visiteras Paris
Slide 30 - Quiz
Ik zal verliezen
A
Je perdrai
B
Je perdrera
C
Je perdais
D
Je vais perdre
Slide 31 - Quiz
il ________ (danser -futur)
A
danse
B
dansera
C
dansais
D
ai dansé
Slide 32 - Quiz
nous ________ (réfléchir -futur)
A
réfléchons
B
réfléchirons
C
réfléchirez
D
réfléchissons
Slide 33 - Quiz
elles ________ (vendre -futur)
A
vendreont
B
vendrent
C
vendront
D
vendrent
Slide 34 - Quiz
futur simple:
men zal maken
A
vous ferez
B
on faisait
C
on fera
D
on faira
Slide 35 - Quiz
zij zullen hebben (futur simple)
A
Ils ont
B
Ils auront
C
Ils aurent
D
Ils avoiront
Slide 36 - Quiz
futur simple:
jullie zullen zijn
A
vous serez
B
nous serons
C
vous êtrez
D
vous étiez
Slide 37 - Quiz
Nous ... (choisir, futur)
Slide 38 - Open question
Je ... (rencontrer, futur)
Slide 39 - Open question
Vous ... (entendre, futur)
Slide 40 - Open question
www.verbuga.eu
Slide 41 - Link
More lessons like this
20250227_Futur simple
February 2025
- Lesson with
34 slides
Frans
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 3
Futur Simple - R en OR (klas 3)
March 2023
- Lesson with
23 slides
Frans
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 3
3h4 3h5 mercredi, le 15 janvier 2020 chap3 ex 1/6 + futur
November 2017
- Lesson with
11 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
3h5, mardi, le 22 janvier 2019
January 2019
- Lesson with
13 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
3v2, mardi, le 22 janvier 2019
January 2019
- Lesson with
14 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
Les 3 - Futur simple - herhaling werkwoorden
November 2023
- Lesson with
28 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
Unité 2 - Grammaire II (futur + futur du passé)
November 2022
- Lesson with
24 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
V4 - Jeudi 4 mars 2021
March 2021
- Lesson with
14 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 4