.
In deze zin staan twee werkwoorden
(ww): hebben en gekregen
Het werkwoord is een woordsoort
In een zin staan altijd één of meer werkwoorden.
Een werkwoord zegt wat iets of iemand doet of wat iets of iemand overkomt.
Sommige werkwoorden hebben een onduidelijke betekenis: hebben , kunnen, moeten, mogen, worden, zijn of zullen.
Zo herken je een werkwoord
Een werkwoord kun je vervoegen. Je maakt er dan verschillende werkwoordsvormen van.
Bijvoorbeeld:
- hele werkwoord = krijgen: krijg, krijgt, krijgen, kreeg, kregen, gekregen
- hele werkwoord = opbellen: bel op, belt op, bellen op, belde op, belden op, opgebeld