Betoog

Waar denk jij aan bij
een betoog?
1 / 13
next
Slide 1: Mind map
NederlandsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Waar denk jij aan bij
een betoog?

Slide 1 - Mind map

Betoog 

In een betoog probeert iemand je te overtuigen van zijn mening / standpunt. 

Dit doet hij met: 
- argumenten 
- tegenargumenten
-weerlegging



Slide 2 - Slide

Stelling /
standpunt: 

Mening in één zin. 
zoals: Vuurwerk moet verboden worden. 

Slide 3 - Slide

argumenten voor 
argumenten
tegen 
Waarom klopt jouw mening? 
Deze ondersteunen je standpunt 

Waarom kunnen mensen anders denken? 

Slide 4 - Slide

Een goede schrijver bedenkt in zijn betoog al tegenargumenten. Waarom zou hij dit doen?
A
Het haalt zijn eigen stuk onderuit.
B
Hij kan direct aangeven waarom dit niet zo is.
C
Zijn argumenten wegen daardoor zwaarder.
D
Hij houdt wel van een beetje tegengas.

Slide 5 - Quiz

Weerlegging

Waarom vind jij het argument niet goed? -> uitleggen

Waarom ben jij het er niet mee eens.  Je ontkracht het tegenargument! 

Slide 6 - Slide

Opbouw van een argument: 

1. Wat is je argument? 
2. Waarom is dat zo? 
3. Voorbeeld 

Slide 7 - Slide

Welk tekstdoel past bij een betoog?
A
informeren
B
instrueren
C
overtuigen
D
amuseren

Slide 8 - Quiz

Hoe is een betoog opgebouwd? 
Je overtuigt de lezer van je mening.
Inleiding:
Je trekt de aandacht, introduceert je (vraag)stelling/onderwerp.  (aan de hand van een anekdote) en geeft jouw stelling en jouw standpunt. 
Middenstuk:
Je geeft  jouw argumentatie voor jouw mening over de stelling. En je noemt een tegenargument en weerlegt deze.
Slot:
Je herhaalt je standpunt, vat je onderbouwing samen en trekt een conclusie.


Slide 9 - Slide

Middenstuk

-> Onderbouwen met minimaal twee argumenten 
(elk argument aparte alinea)

-> Geef ook tegenargument en weerleg dit

Slide 10 - Slide

Slot
Je herhaalt je standpunt, vat je onderbouwing samen en trekt een conclusie.

Slide 11 - Slide

Opbouw betoog
- Geef elk argument een aparte alinea
- Gebruik signaalwoorden voor de opsomming van de argumenten: ten eerste, bovendien, ook.
- Geef de conclusie aan met een signaalwoord: dus, kortom.

Slide 12 - Slide

Zelf een betoog schrijven
Ga naar It's learning en werk de opdracht uit + lever in. 

Slide 13 - Slide