This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
H5: Gedrag
5.1 Prikkels en signalen
Slide 1 - Slide
Startopdracht:
Maak opdr 1 en 2 op blz 94
Slide 2 - Slide
Leerdoelen 5.1
- Je kunt uitleggen dat gedrag door inwendige en uitwendige prikkels ontstaat.
- Je kunt uitleggen welke prikkels altijd dezelfde reactie geven en hoe dit bijdraagt aan verzorggedrag.
- Je kunt voorbeelden geven van hoe dieren en mensen met lichaamstaal communiceren.
- Je kunt toepassingen van signalen in reclame, cartoons en kledingstijl herkennen
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Video
Wat is gedrag?
Gedrag bij biologie is:
Alles wat een mens of een dier doet.
= reageren op een prikkel
Slide 5 - Slide
Hoe ontstaat gedrag?
Gedrag ontstaat doordat mensen en dieren reageren op inwendige en uitwendige prikkels. Alle reacties op prikkels vormen het gedrag.
Prikkel > verandering in de omgeving, hier reageren (respons) dieren en mensen op.
Slide 6 - Slide
Oorzaak van gedrag
Gedrag ontstaat doordat mensen en dieren reageren op inwendige en uitwendige prikkels.
– Inwendige prikkel -> komt vanuit het lichaam
Honger
Pijn
Angst
Slaperigheid
– Uitwendige prikkel -> komt van buiten
Geuren
Geluiden
Smaak
Enz.
Slide 7 - Slide
Drempelwaarde en motivatie
Mensen en dieren reageren niet altijd op prikkels.
Daarvoor zijn twee oorzaken:
1. De sterkte van de prikkel is lager dan de drempelwaarde (de minimale sterkte om een impuls naar de hersenen te sturen).
2. De motivatie (dewil) om te reageren is klein.
Slide 8 - Slide
Bij een hond die geen honger heeft is de motivatie om te eten laag.
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Slide
Altijd dezelfde reactie
Mensen en dieren zenden zelf ook prikkels uit, dit noemen we een signaal. De reactie op een signaal noem je een respons.
Op sommige signalen komt altijd dezelfde respons. Zo'n signaal noemen we een sleutelprikkel.
Op de volgende dia's zie je enkele voorbeelden.
Slide 12 - Slide
Dreiggedrag
De rode buik van een mannetjes stekelbaars is een uitwendige prikkel voor een ander mannetje.
Het andere mannetje zal hier altijd hetzelfde op reageren, namelijk met dreiggedrag
(weg jij!). De rode buik is dus een sleutelprikkel.
Slide 13 - Slide
Spergedrag
Hiernaast zie je jonge vogeltjes. De opengesperde bekjes met de feloranje binnenkant, is een uitwendige prikkel voor de ouders. De ouders zullen de jongen gaan voeren.
De schaduw van de ouders boven het nest, is voor de jongen de sleutelprikkel om dit spergedrag te vetonen.
Slide 14 - Slide
Verzorggedrag
Een klein kind heeft grote ogen, bolle wangen en een korte kin. Een puppy heeft grote ogen en een korte snuit. Dit zorgt voor een 'rond hoofd'.
Zo'n rond hoofd bij jonge dieren, baby's en kinderen is voor ouders de sleutelprikkel om over te gaan op verzorggedrag. Deze jonge dieren, baby's en kinderen hebben verzorging nodig.
Slide 15 - Slide
Supranormale prikkel
Soms wordt een sleutelprikkel overdreven. Dit noem je een surpanormale prikkel.
De koekoek legt zijn eieren in het nest van andere soorten vogels.
De extra grote rode opengesperde snavel is voor de pleegouders de prikkel om het koekoeksjong te voeren, zelfs wanneer deze al veel groter is.
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Video
Sleutelprikkel
Supranormale prikkel
Slide 18 - Slide
Slide 19 - Slide
0
Slide 20 - Video
Hoe maken dieren elkaar iets duidelijk?
Elkaar iets duidelijk maken noem je communiceren.
Mensen kunnen elkaar iets duidelijk maken door te praten (verbaal gedrag). Dieren doen dit vaak met hun lichaamshouding (non-verbaal gedrag of lichaamstaal).
Dieren communiceren op verschillende manieren:
1. Geluiden
2. Lichaamshouding
3. Kleuren
Slide 21 - Slide
Geluiden
Veel dieren maken geluiden. Daarmee kunnen ze berichten uitwisselen.
Zo kunnen dieren elkaar bijvoorbeeld waarschuwen voor gevaar.
Een leeuw kan met zijn gebrul laten weten dat hij in zijn gebied de baas is.
Slide 22 - Slide
Lichaamshouding
Aan de staart van een hond kun je zien hoe hij zich voelt.
Met de staart tussen de benen laten ze zien dat ze bang zijn (plaatje 2).
Met de staart omhoog laten ze zien dat ze veel zelfvertrouwen hebben (plaatje 3).
Bij plaatje 4 kan een hond met zijn staart laten zien dat hij kan gaan dreigen.
Slide 23 - Slide
Kleuren
Sommige dieren gebruiken kleuren om een boodschap over te brengen.
Een pauw zet zijn gekleurde veren uit om een hen (vrouwtje) te laten zien dat hij met haar wil paren.
Als een vrouwtjes baviaan een rood en opgezwollen achterwerk heeft, is dit voor een mannetje het signaal dat ze vruchtbaar is.
Slide 24 - Slide
Welke signalen gebruiken mensen?
Mensen communiceren door verbaal gedrag en non-verbaal gedrag.
De keuze voor je kleding en haardracht is een vorm van communiceren. Denk maar eens aan de oranje kleding die mensen aantrekken bij een voetbalwedstrijd. Je geeft een signaal af zodat andere weten bij welke groep je hoort.
Mensen gebruiken ook supranormale prikkels (de overdreven sleutelprikkels). Dit zie je bijvoorbeeld bij knuffels. Knuffels lijken op jonge dieren, maar dan met nóg ronder hoofd.
Slide 25 - Slide
Supranormale prikkel
Slide 26 - Slide
Maken
Eerste 8 minuten in stilte
Zelf bestuderen/doorlezen: 5.1
Maken: opdr 3, 4, 9 t/m 14, 18, 22, 25 en 26.
Klaar? Nakijken -> antwoorden staan op itslearning, daarna maken samenvatting of testjezelf
Slide 27 - Slide
Uitwendige prikkels
Inwendige prikkels
Geur
licht
Geluid
kou
Warmte
honger
Dorst
Pijn
Slide 28 - Drag question
De drempelwaarde voor een prikkel is niet altijd even hoog. Wat speelt een rol bij de drempelwaarde?
A
Motivatie
B
Gewenning
C
Beide
Slide 29 - Quiz
Wat is een sleutelprikkel?
A
een klein stukje van gedag dat ethologen onderzoeken.
B
een overdreven prikkel die door reclamemakers wordt gebruikt.
C
een prikkel die altijd hetzelfde gedrag oproept.
D
een signaal waarmee een dominant dier aangeeft dat hij de baas is.
Slide 30 - Quiz
Wat zie je in het plaatje?
A
Zorgen/ zorggedrag
B
Dreigen/ dreiggedrag
C
Bedelen/ bedelgedrag
D
Sperren/ spergedrag
Slide 31 - Quiz
Een supranormale prikkel (vergeleken met een sleutelprikkel) is:
A
Een sterkere prikkel voor hetzelfde gedrag.
B
Een kunstmatige prikkel voor hetzelfde gedrag.
C
Een aangeboren prikkel voor hetzelfde gedrag.
D
Een aangeleerde prikkel voor hetzelfde gedrag.
Slide 32 - Quiz
0
Slide 33 - Video
De sleutelprikkel bij de stekelbaars is
A
Vorm van de vis
B
Kleur van de buik
Slide 34 - Quiz
geluiden
lichaamshouding
kleuren
spergedrag
Slide 35 - Drag question
Deze extra grote, rode opengesperde snavel van dit koekoeksjong is een supranormale prikkel
A
Juist
B
Onjuist
Slide 36 - Quiz
Twee katten komen elkaar tegen, ze nemen een agressieve lichaamshouding aan. Is dit verbaal of non-verbaal?