Er zijn situaties waarin de stap 'het analyseren van mentale modellen' uit het 10 steps model niet uitgevoerd hoeft te worden.
Juist
Onjuist
1 / 11
next
Slide 1: Poll
OnderwijswetenschappenWOStudiejaar 2
This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes.
Items in this lesson
Er zijn situaties waarin de stap 'het analyseren van mentale modellen' uit het 10 steps model niet uitgevoerd hoeft te worden.
Juist
Onjuist
Slide 1 - Poll
In hoofdstuk 9 wordt gesproken over drie verschillende soorten mentale modellen, waaronder de conceptuele mentale modellen. Conceptuele modellen beschrijven hoe meerdere concepten zich tot elkaar verhouden. Hierbij zijn er verschillende soorten relaties mogelijk. Benoem de drie soorten relaties die concepten onderling kunnen hebben en geef één voorbeeld per type relatie
Slide 2 - Open question
In hoofdstuk 7 worden vier basisstrategieën benoemd om ondersteunende informatie te presenteren. Per strategie horen een aantal situaties waarin deze het best gebruikt kan worden.
Sleep de juiste situaties naar het juiste begrip.
Deductive expository strategy
Inductive expository strategy
Deductive inquisitory strategy
Inductive inquisitory strategy
Beperkte tijd aanwezig
Veel prior knowledge nodig
Diepgaand begrip
beginnende leerlingen
Aan het begin van het onderwijsprogramma
Leerlingen met meer ervaring
Later in het onderwijsprogramma
Voldoende tijd aanwezig
Geen prior knowledge nodig
Diepgaand begrip is noodzakelijk
Slide 3 - Drag question
In hoofdstuk 7 wordt gesproken over vier principes voor het ontwerp van ondersteunende informatie. Hoe heet het principe waarin de leerling zelf controle heeft over het tempo waarin informatie wordt gepresenteerd?
Slide 4 - Open question
Welke strategieën kunnen instructieontwerpers gebruiken om ervoor te zorgen dat ondersteunende informatie effectief wordt geïntegreerd in trainingsprogramma’s?
Slide 5 - Open question
Hoe helpen mentale modellen leerlingen bij het begrijpen en structureren van complexe informatie?
Slide 6 - Open question
Koppel de onderwijssituaties aan de juiste onderdelen van ondersteunende informatie
Een docent legt het verband tussen verschillende motivatietheorieën om studenten te helpen bij het analyseren van motivatie in de praktijk.
Een cursus onderzoeksvaardigheden leert studenten een vaste reeks stappen om een literatuuronderzoek op te zetten
Studenten krijgen heuristieken aangereikt om effectiever wetenschappelijke teksten te lezen en kernideeën te identificeren.
Slide 7 - Drag question
I: Wanneer leerlingen foutieve intuïtieve strategieën gebruiken, kan dit worden verminderd door meer taakklassen toe te voegen aan het ontwerp. II: Als leerlingen een taak vaak genoeg herhalen, ontwikkelen ze vanzelf effectieve probleemoplossingsstrategieën. III: Bij het diagnosticeren van intuïtieve strategieën speelt cognitieve feedback een belangrijke rol.
Geef aan welke stellingen juist/onjuist zijn.
Slide 8 - Open question
In hoofdstuk 7 worden verschillende domeinmodellen genoemd. Sleep de definities/kenmerken naar het juiste begrip.
Conceptual model
Structural model
Causal model
Beschrijft wat de verschillende elementen in een domein zijn.
Beantwoordt de vraag: wat is dit?
Beschrijft hoe de verschillende elementen in een domein zijn georganiseerd.
Scripts en templates
Beschrijft hoe de verschillende elementen in een domein werken.
Principes en theorieën
Slide 9 - Drag question
Geef per model (conceptual, structural, causal) een concreet voorbeeld van het soort kennis dat hierbij hoort.
Slide 10 - Open question
Een universiteit wil een cursus ontwikkelen over effectieve lesontwerpen voor studenten Onderwijswetenschappen. In deze cursus leren studenten hoe ze een evidence-based lesplan kunnen ontwerpen voor het voortgezet onderwijs. De cursus bevat onder andere een overzicht van verschillende leertheorieën en instructiemodellen, een gestructureerde aanpak om een lesontwerp stap voor stap op te bouwen en strategieën om kritisch lesmateriaal te analyseren en te verbeteren.
Welke vorm(en) van ondersteunende informatie (domeinmodellen, systematische aanpakken, cognitieve strategieën) zijn/is het meest relevant in deze cursus?