Hiernaast zie je een afbeelding van de ruggenwervels met daarin het ruggenmerg. Welke zenuwcellen vind je vooral in het ruggenmerg?
A
Gemengde zenuwen
B
Bewegingszenuwcellen
C
Schakelzenuwcellen
D
Beweging en schakelzenuwcellen
Slide 20 - Quiz
Zet de onderstaande woorden op de juiste plek in het plaatje. Alles moet worden gebruikt.
Spieren
Schakelcellen
Uitloper bewegingszenuwcel
Uitloper gevoelszenuwcel
bewustwording
Zintuig
Hersenen
Slide 21 - Drag question
Prikkel
Reactie
Zet de onderstaande woorden in de juiste volgorde. Welke weg gaat de prikkel tot bewustwording en reactie.
Zintuig
Bewustwording
Impuls terug via schakelzenuwcel
Gevoelszenuwcel
Bewegingszenuwcel
Spier/klier
Impuls
Schakelzenuwcel
Slide 22 - Drag question
Kees loop door het bos, hij ziet in de verte een hert staan. Beschrijf langs welke weg de prikkel (het zien van het hert) gaat. Benoem het zintuig en de cellen waar het impuls wordt gevormd.
Slide 23 - Open question
Liza loopt op straat en hoort een ambulance naderen. Ze springt aan de kant. Noteer de weg die de prikkel geluid gaat tot de bewuste beweging wegspringen.
Slide 24 - Open question
Leg uit wat het verschil is tussen een bewuste en een reflex beweging. Noem in je antwoord de weg van het impuls.
Slide 25 - Open question
Juna wil voelen of het water heet is. Ze doet haar vinger eronder en trekt hem gelijk terug. Na het terugtrekken voelt ze pijn.
Leg uit dat je na een reflex-beweging toch ook de pijn voelt.
Slide 26 - Open question
Sleep de nummers naar het juiste vakje
1
2
3
4
Slide 27 - Drag question
Noem alle 5 reflexen die in de tekst staan.
Vertel bij alle reflexen wat de weg is van het impuls.
Slide 28 - Open question
Gaat het hier om een bewuste of onbewuste beweging? Sleep de onderdelen naar de juiste plek.
Soort beweging
gevoelszenuwcel
bewegingszenuwcel
schakelzenuwcel
ruggenmerg
bewuste beweging
onbewuste beweging
Slide 29 - Drag question
Waar zitten de schakelcellen waar reflex-impulsen worden gevormd?
A
Ruggenmerg
B
Grote hersenen
C
Ruggenmerg / Hersenstam
D
Ruggenmerg / Kleine hersenen
Slide 30 - Quiz
Via welke weg gaat het reflex? Sleep de nummers naar de juiste plek. De 1 bovenaan etc.
1
2
3
4
Slide 31 - Drag question
Zijn de onderstaande bewegingen bewust of onbewust? Sleep ze naar het juiste vakje.
Bewust
Onbewust
niezen
Hoesten na verslikken
Knipperen met je ogen in de zon
Schoppen tegen een bal
krabben aan een muggenbult.
Slide 32 - Drag question
Leg uit op welke manier impulsen bij organen aankomen.
Slide 33 - Open question
Leg uit op welke manier hormonen bij organen aankomen.
Slide 34 - Open question
Hier onder zie je 2 verschillende klieren; speekselklier en hormoonklier. Welke hoort waar?
hormoonklier
speekselklier
Slide 35 - Drag question
Lees de tekst hiernaast en sleep de ontbrekende woorden naar het schema.
tekst
stuurt impulsen
je wordt wakker
lichtgevoelige cellen sturen geen impulsen
je valt in slaap
hersencentrum niet actief
Slide 36 - Drag question
tekst
Slide 37 - Open question
Welke 2 hormonen maken de eilandjes van langerhans?
Slide 38 - Open question
Welke hormoonklier regelt de werking van andere hormoonklieren?
Slide 39 - Open question
Welke hormoonklier maakt het hormoon adrenaline?
Slide 40 - Open question
Welke hormoon zorgt er bij jongens voor dat de secundaire geslachtskenmerken zich vormen?
Slide 41 - Open question
Sleep de hormoonklieren naar de juiste plek.
schildklier
hypofyse
bijnieren
eilandjes van langerhans
eierstokken
zaadballen
Slide 42 - Drag question
Hoe werkt het groeihormoon uit de hypofyse? Bekijk de 5 gebeurtenissen en sleep het bijbehorende nummer naar het juiste plaatje