Les 6 - Gezondheid en voeding - Slaap en waak stoornissen

Module: 
Gezondheid en voeding 

Les 6
Slaap en waakstoornissen


1 / 32
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Module: 
Gezondheid en voeding 

Les 6
Slaap en waakstoornissen


Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid wordt meerdere malen tijdens de les ingevoerd door de docent.

Bij vroegtijdig verlaten van de les, zonder geldige reden of overleg, betekend 'ongeoorloofd afwezig'.

Ben je te laat? Alleen binnen met een briefje van de administratie. Anders na de 45 min. 


Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Programma
  1. Incheck
  2. Terugblik
  3. Lesdoelen
  4. Theoretische gedeelte
  5. Aan de slag
  6. Afsluiting les

Slide 4 - Slide

Deel 1: 90 min (2 x45 min)

5 min. Welkom en AWR
5 min. Energizer
4 min. lesdoelen
3 min. Programma
20 min  Uitleg en Opbouw vak
10 min  Theoretische gedeelte
20 min  Leeractiviteit 2
10 min Lesdoelen check
3 minuten afsluiting les

80 min. totaal





Hoe voel jij je nu?
😒🙁😐🙂😃

Slide 5 - Poll

This item has no instructions

Terugblik
Elke les staan we stil bij wat we de vorige les hebben besproken. 






Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Wat is een veelvoorkomende eetstoornis?
A
Hoofdpijn
B
Boulimia nervosa
C
Anorexia nervosa
D
BED

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Wat verstaan we onder voedingsstoornissen?
A
Teveel of tekort aan voedingsstoffen
B
Alleen te weinig voedingsstoffen
C
Geen invloed op de gezondheid
D
Alleen te veel voedingsstoffen

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een glutenintolerantie?
A
Vermijden van glutenbevattend voedsel
B
Toegestaan in een koemelkvrij dieet

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een dieet volgens een arts?
A
Voorgeschreven door een diëtist
B
Aanpassen van het eetpatroon
C
Geen invloed op gezondheid
D
Vrije keuze van voedingsmiddelen

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Leerdoelen
Je kunt uitleggen welke fasen iemand doorloopt tijdens het slapen.
Je kunt uitleggen wat er in het brein en de rest van je lichaam gebeurt tijdens je slaap. 
Je kunt uitleggen wat de effecten zijn van een goede nachtrust en een gezond slaap-waakritme. 
Je kunt een verstoord slaap-waakritme en de effecten op gezondheid en gedrag bij je client herkennen.
Je kunt verschillende soorten slaapstoornissen omschrijven.
Je kunt de behandeling van slaapstoornissen omschrijven.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Wat denk je?
Slaap haal je in om nadien langer te slapen. 
Iedereen heeft 8 uur slaap nodig.
Slapen is slapen. Of je nu 9 bent of 99 jaar.
Schaapjes tellen werkt. 
Wat je overdag doet, staat los van wat je 's nachts doet.
Slaapmedicatie is vaak dé oplossing. 



Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel uur slaap jij 's nachts?
Minder dan 6 uur.
6-7 uur.
7-8 uur.
Meer dan 8 uur.

Slide 13 - Poll

This item has no instructions

Welke factoren helpen jou om een goede nachtrust te hebben en welke factoren belemmeren jou?

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Ben jij een ochtendmens of een avondmens?
Ik ben een ochtendmens.
Ik ben een avondmens.

Slide 15 - Poll

This item has no instructions

Biologische klok
In je hersenen (in de hypothalamus) zit een groepje cellen, die een ritme van ongeveer 24 uur oplegt. Dit is een centrale klok. 
Deze cellen zijn verbonden met je netvlies. Daglicht reset dit ritme naar 24 uur. Je centrale klok staat in verbinding met andere (perifere) klokken. Zo hebben je spieren, je lever en je immuunsysteem een eigen klok. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Waarom is je biologische klok zo belangrijk?
Al die klokken moeten zoveel mogelijk synchroon lopen. Doen ze dat niet, dan raakt je biologische klok verstoord. Dit heeft invloed op je slaapkwaliteit, op je gemoedstoestand, op je energie op een dag. Op de lange termijn is er een risico op overgewicht en diabetes type 2. 


Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Je droomt alleen tijdens je REM-slaap.
A
Ja, alleen als je niet diep slaapt droom je.
B
Nee, je droomt ook als je diep slaapt.

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Wat is waar over de REM-slaap?
A
Hartritme en ademhaling zijn regelmatig.
B
Spieren zijn gespannen.
C
Verwerking van informatie vindt plaats.
D
Emotioneel herstel vindt plaats.

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Wat is waar over slaapfasen?
A
Je doorloopt ongeveer 7 slaapcycli.
B
Je lichaam herstelt zich vooral in de laatste slaapuren.
C
De REM-slaap duurt ongeveer 20 minuten.
D
Als je wilt uitslapen, doe dit dan minimaal 3 uur.

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Verband tussen slaap en Alzheimer
Diepe slaap is nodig om het schadelijke Alzheimereiwit amyloid af te breken. 
Uit onderzoek blijkt dat in de diepe slaap het schadelijke eiwit daalt en in de lichte slaap dit eiwit toeneemt. 
Langdurig slecht slapen verhoogt het risico op Alzheimer, stelt dr. Claassen van Radboud. 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Paar feiten
Hardnekkige of herhaaldelijke slaapgerelateerde problemen die lijden veroorzaken of het functioneren belemmeren.
15% bij mannen en 32% bij vrouwen geven aan slaapproblemen te hebben.
Diagnose wordt gesteld met polysomnografisch onderzoek (slaapklinieken) en psychologische beoordeling en slaapdagboeken.
Dyssomnia’s (verstoringen van hoeveelheid, kwaliteit of timing) en parasomnia’s (verstoringen die plaatsvinden tijdens slaap of bij overgang tussen waken en slapen)
Bij mensen met een verstandelijke beperking komen slaapproblemen drie tot vijf maal vaker voor dan bij mensen zonder die beperking.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Soorten slaapstoornissen
- Insomnia (problemen met in slaap vallen, doorslapen of goede slaap)
- Hypersomnolentiestoornis (extreme slaperigheid gedurende de dag)
- Narcolepsie (plotseling slaapaanvallen, zonder waarschuwing, gaat samen met kataplexie, verlies van spierspanning)
- Slaapgebonden ademhalingsstoornis (apneu)
- Pavor nocturnus (nachtelijke paniekaanvallen die leiden tot abrupt ontwaken, komt vooral bij kinderen voor)
- Somnambulisme (slaapwandelen)
- Remslaapgedragsstoornis (naspelen van dromen, de benodigde verlamming ontbreekt; kan een vroeg teken van Parkinson zijn)
- Nachtmerriestoornis

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Behandeling
  • Angstremmers zoals valium en oxazepam; deze versterken neurotransmitter GABA die activiteit in centrale zenuwstelsel dempt. Gevaar voor reboundverschijnselen bij stoppen. Verslavend effect, fysiologisch maar ook psychologisch. Daarom kort, lage dosis, in combinatie met CGT
  • Zolpidem lijkt even effectief, maar minder bijwerkingen te geven
  • Stimulantia bij narcolepsie of hypersomnia
  • Chirurgisch verwijden bovenste luchtwegen bij slaapapneu
  • CGT met stimuluscontrole bijvoorbeeld bed alleen leren associëren met slapen, ontspanningsoefeningen en rationele herstructurering (‘als ik niet goed slaap, functioneer ik de volgende dag niet’)

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Verstandelijke beperking en behandeling
De oorzaak van de slaapproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking is veelal een stoornis in het melatonineritme. Die lichaamseigen stof is van belang voor het functioneren van de biologische klok.
Door een stoornis in de melatoninehuishouding werken normale slaapmiddelen bij mensen met een verstandelijke beperking niet of slecht. Het geneesmiddel melatonine werkt wel, mits goed toegediend.

AVG-arts Braam: “Meer dan de helft van de mensen met een verstandelijke beperking kan de stof niet goed afbreken. En het teveel dat dan ontstaat, zorgt ervoor dat de slaapproblemen terugkomen.”



Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Tips
  • Regelmatige slaap-waakcyclus
  • Bed alleen om te slapen
  • Vermijd ‘schermen’ 2 uur voor slapen
  • Als je na 20 minuten niet in slaap valt, ga dan naar een andere kamer om te ontspannen
  • Vermijd dutjes overdag
  • Vermijd piekeren, schrijf een belangrijk idee op
  • Doe ontspannende dingen voor slapen
  • Regelmatige lichaamsbeweging (niet direct voor slapen) kan slapen bevorderen
  • Vermijd cafeine en alcohol.
  • Vervang zelfondermijdende gedachten door rationele gedachten

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
  • Boek: Mensen
  • Hfd: 17 Stoornissen in de lichaamsbeleving en regulatie
  • Kopje 4: weten en begrijpen 
  • Opdr: 3 Factoren die de gezondheid beïnvloeden

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Wat is het belangrijkste om te weten over deze slaapstoornis?

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

Lesdoelen
Aan het einde van de les:
  • Je kunt uitleggen welke fasen iemand doorloopt tijdens het slapen.
  • Je kunt uitleggen wat er in het brein en de rest van je lichaam gebeurt tijdens je slaap.
  • Je kunt uitleggen wat de effecten zijn van een goede nachtrust en een gezond slaap-waakritme.
  • Je kunt een verstoord slaap-waakritme en de effecten op gezondheid en gedrag bij je client herkennen.
  • Je kunt verschillende soorten slaapstoornissen omschrijven.
  • Je kunt de behandeling van slaapstoornissen omschrijven







Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Afsluiting

Slide 32 - Slide

This item has no instructions