lesje

WIC
1 / 16
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeHBOStudiejaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

WIC

Slide 1 - Slide

Wat weten jullie over de WIC

Slide 2 - Mind map

als slaaf was je het bezit van iemand en had je zelf niets te vertellen. Je moest gedwongen werken.Hoe je leefde en woonde, bepaalde je eigenaar. Vaak werd je gekettend. Bijv met een slavenhalsband
De Nederlandse slavenhandel begon in 1621. Toen werd de West-Indische Compagnie (WIC) opgericht. 
De driehoek van de slavenhandel begon in Nederland. Daar werden schepen van de WIC volgeladen met wapens en andere spullen. De schepen voeren hiermee naar West-Afrika 
In Afrika kochten Nederlandse kooplieden slaven van Afrikaanse stamhoofden. Een stamhoofd nam zijn vijanden gevangen en voerde ze naar de kust. Daar verkocht hij ze als slaven aan een koopman. In ruil voor de slaven kreeg het stamhoofd onder andere geld en wapens. Met die wapens kon hij weer een nieuwe oorlog voeren.
Als er genoeg slaven waren om een schip mee te vullen, voer het naar Amerika oftewel 'West-Indië' . In de Nederlandse koloniën Curaçao en Suriname werden de slaven verkocht. 

De schepen voeren de producten die van de plantages kwamen, zoals koffie, tabak en suiker, mee terug naar Europa (blauwe pijl). De producten werden daar voor veel geld verkocht. En dan begon een nieuwe driehoek. In totaal zijn zo'n 500.000 slaven door Nederlandse kooplieden verkocht. Dat is ongeveer 5% van de totale slavenhandel in die tijd.
Slaven werden gebrandmerkt. Een gloeiendheet ijzeren stempel werd twee tellen tegen de huid van de slaaf gehouden. Aan het litteken van de brandwond kon je zien van wie de slaaf was. Slaven die naar Fort Elmina werden gebracht kregen een brandmerk met het teken van de WIC. Zij waren de nieuwe eigenaar van de slaven.
De slaven die de lange overtocht naar Amerika hadden overleefd werden daar opnieuw gebrandmerkt. Dit keer door hun nieuwe eigenaren, de plantagehouder.
Met het brandmerken van een slaaf konden eigenaren laten zien dat de slaaf van hen was. Dit betekent dat slaven niet vrij zijn. Ze zijn het eigendom van iemand anders. De eigenaar bepaalt dan wat de slaven doen. Hun hele leven werd bepaald door de slaveneigenaar.
Nederlandse handelaren brachten de slaven, per schip, helemaal naar de andere kant van de oceaan. Vaak naar Curaçao en Suriname. De slaven die de verschrikkelijke reis overleefd hadden, gingen daar van de boot af. Ze kregen vers eten en drinken en werden opgeknapt. Daarna werden ze op een slavenmarkt verkocht.
De bazen van de plantages kwamen naar de slavenmarkt. Ze zochten er naar nieuwe slaven voor het zware werk op de plantages. Het moeste jonge, gezonde slaven zijn. Jonge en gezonde slaven waren sterker, werkten harder en leefden langer dan oude of zieke slaven.
Een bekende slavenmarkt was die op Plantage Zuurzak. Deze plantage lag in Willemstad. Dat is nu de hoofdstad van Curaçao. Vanaf deze plek moesten slaven vaak opnieuw op een boot, naar Suriname. Ze gingen mee met hun nieuwe eigenaar om op zijn plantage te werken.
https://www.youtube.com/watch?v=d8y-RAKlEd4
Beatrix onthulde het op 1 juli 2002. Nederland was één van de laatste landen die de slavernij afschafte. Dat was op 1 juli 1863.
Nu wordt er in Suriname op 1 juli feest gevierd. Dit feest heet Keti Koti. Keti Koti betekent 'gebroken ketens'. De mensen in Suriname dansen, zingen en eten die dag met z'n allen op straat. De slachtoffers van de slavernij worden de avond voor het feest herdacht.
Keti Koti wordt ook op sommige plekken in ons land gevierd. Door het feest en het monument proberen de mensen de slavernij niet te vergeten. Het is een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis.

Slide 3 - Slide

2

Slide 4 - Video

00:30
wat ruilde de WIC ?

Slide 5 - Open question

00:56
Hoe werden de slaven genoemd?

Slide 6 - Open question

In het scheepsvaartcentrum kun je zelf rond kijken!
Kombuis ( keuken)
voorraden
kanon
Het ruim
Mast voor het zeil
Het ruim- hier lag de handelswaar
Slaapplaatsen
Kapiteinshut
Anker

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Link

Als je Keti Koti hoort waar denk je aan?

Slide 9 - Open question

2

Slide 10 - Video

00:36
Welk land moesten ze op de plantages werken?
A
CURACAO
B
AZIE
C
SURINAME
D
NEDERLAND

Slide 11 - Quiz

01:22
Wat betekent Keti Koti?
A
Keten houden
B
Doorbreken
C
regels houden
D
Ketenen doorbreken

Slide 12 - Quiz

Welke route legt de WIC met de driehoekshandel af?
A
Nederland -> Afrika -> Amerika -> Nederland
B
Nederland -> Afrika -> Amerika -> Nederland
C
Afrika -> Amerika -> Afrika -> Nederland
D
Amerika -> Afrika -> Nederland -> Amerika

Slide 13 - Quiz

Bijv. tabak, katoen en koffiebonen
Slaven
Wapens
Amerika --> Nederland
Afrika --> Amerika
Nederland --> Afrika

Slide 14 - Drag question

Wanneer was de afschaffing van de Surinaamse slavernij?
A
1862
B
1962
C
1863
D
1963

Slide 15 - Quiz

Hoe heet de herdenkingsdag van de afschaffing van de slavernij?
A
Kiti Curry
B
Keti koti
C
Kiti Koti
D
Hello Kitty

Slide 16 - Quiz