Beenverbindingen

Beenverbindingen
1 / 21
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Beenverbindingen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Je kunt de beenverbindingen beschrijven.
Je kunt de bouw van de gewrichten beschrijven.
Je kunt de werking beschrijven van het: scharniergewricht, kogelgewricht, rolgewricht

Slide 2 - Slide

Beenverbindingen 
Er zijn verschillende verbindingen. 
vergroeiing - naadverbinding - kraakbeenverbinding - gewricht

Slide 3 - Slide

Vergroeid
  • Geen beweging
  • Alleen in het heiligbeen

       (verschillende wervels zijn vergroeid)

Slide 4 - Slide

Naadverbinding
Je schedelbeenderen zijn verbonden met een naadverbinding
De naden zijn kronkelig.

Bij een baby zitten de schedelbeenderen nog niet helemaal aan elkaar gegroeid.
Dit noemen we  fontanel. 
Er is dan nog een beetje beweging tussen de schedelbeenderen mogelijk. 

 

Slide 5 - Slide

Kraakbeenverbinding
Wanneer twee botten met kraakbeen verbonden zijn, noemen we dit een kraakbeenverbinding.
De ribbenkast en borstbeen zijn hier voorbeelden van. 
Er is weinig beweging mogelijk

Slide 6 - Slide

Bouw van een kogelgewricht

  1. Gewrichtskogel en kom
  2. Gewrichtskapsel
  3. Gewrichtssmeer
  4. Kapselbanden
  5. Kraakbeenlaagje

Slide 7 - Slide

Soorten gewrichten
Er zijn drie soorten gewrichten:

  1. Kogelgewricht
  2. Rolgewricht
  3. Scharniergewricht

Slide 8 - Slide

kogelgewricht

Slide 9 - Slide

kogelgewricht
De kop van het bot beweegt in de kom van het andere bot. 
Voorbeelden:
schouder - heup 

Er is veel beweging mogelijk. 

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

scharniergewricht

Slide 12 - Slide

Scharniergewricht
Een scharniergewricht kan botten alleen maar laten buigen of strekken. 
voorbeeld: knie, elleboog

Er is veel beweging mogelijk. 

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Rolgewricht
een rolgewricht zorgt ervoor dat twee beenderen langs elkaar kunnen bewegen.
Voorbeeld: je onderarm (spaakbeen/ellepijp) 

Er is veel beweging mogelijk. 

Slide 15 - Slide

rolgewricht

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Aan de slag
Maken: opdr. 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 8 
(Blz. 25 t/m 28)

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Link

In de tijd van de riddertoernooien viel een ridder nog al eens van zijn paard. Soms schoot de heup dan uit de kom. Dan zeiden ze: zijn kont valt uit elkaar. Er waren dokters die dat wilden verhelpen door de spieren bij het bekken door te snijden. Maar als ze de zenuwbanen raakten, waren de ridders verlamd aan hun benen. Zo kwamen ze erachter dat dit gebied ‘heilig’ is. Daar moet je met het mes vanaf blijven. Waarschijnlijk komt daar ook de naam heiligbeen vandaan. 

Slide 21 - Slide