This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
H5.2 Rekenen met snelheid
Slide 1 - Slide
De snelheid van een scooter in het verkeer is WEL/NIET steeds verschillend.
A
WEL
B
NIET
Slide 2 - Quiz
Daarom spreek je over de ..................... snelheid van de scooter.
Slide 3 - Open question
De gemiddelde snelheid van een scooter is 35 km/h.
Dat betekent dat de scooter in 1 uur een afstand van ............... aflegt.
Slide 4 - Open question
Stefan fietst in 2,0 uur een afstand van 48 kilometer. Tijdens de rit moet hij enkele keren stoppen voor een stoplicht. Bereken de gemiddelde snelheid van Stefan.
A
48
B
24
C
22
D
2
Slide 5 - Quiz
Tammy en Dewi rennen 12 kilometer en doen hier 1,5 uur over. Hoe groot is de gemiddelde snelheid van Tammy en Dewi? Geef het antwoord zonder spaties
Slide 6 - Open question
Nadia fietst naar haar tante. Haar tante woont 62 kilometer bij haar vandaan. Nadia is 5,2 uur onderweg, want ze neemt een pauze. Hoe groot is de gemiddelde snelheid van Nadia? Rond je antwoord af op een geheel getal.
Slide 7 - Open question
In de winter worden veel schaatswedstrijden gehouden. Eén van de afstanden is de 500 meter. Op een dag rijdt Kjeld de 500 meter in 40,0 seconden. Hoe groot is zijn gemiddelde snelheid in km/h?
Slide 8 - Open question
De 1500 meter is een afstand bij schaatswedstrijden. Carla schaatst de 1500 meter. Ze doet er precies 2 minuten over. Hoe groot is de gemiddelde snelheid van Carla?
Slide 9 - Open question
Een rups kruipt over een plant. Na 1,8 uur is de rups 72 cm verder. Tussendoor eet de rups bladeren.
Hoe groot is de gemiddelde snelheid van de rups? Geef het antwoord in cm/h
Slide 10 - Open question
Meneer Houben rijdt met de auto naar school. Het is erg druk op de weg. Zijn gemiddelde snelheid is daarom maar 35 kilometer per uur. Hij is precies 1 uur onderweg.