Herhalingsles naamvallen en rangtelwoorden

Rangtelwoorden
1 / 12
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Rangtelwoorden

Slide 1 - Slide

0 - null
1- eins
2- zwei
3- drei
4- vier
5- fünf
6- sechs
7- sieben
8- acht
9- neun
10- zehn
11- elf 
12- zwölf

21 - einundzwanzig
22 - zweiundzwanzig
23 - dreizundzwanzig
24 - vierundzwanzig
25 - fünfundzwanzig
26 - sechsundzwanzig
27 - siebenundzwanzig
28 - achtundzwanzig
29 - neunundzwanzig



13- dreizehn
14- vierzehn
15- fünfzehn
16- sechzehn
17- siebzehn
18- achtzehn
19- neunzehn
20 zwanzig
30- dreißig
40- vierzig
50 fünfzig
60 sechzig
70- siebzig
80- achtzig
90 - neunzig
100 - hundert

Slide 2 - Slide

Seite76

Slide 3 - Slide

Noteer in je schrift en check bij degene naast je
timer
2:00

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Wat valt er onder het gezegde van een zin?

Slide 6 - Open question

Welke vraag kan ik stellen om het onderwerp van een zin te vinden?

Slide 7 - Open question

Kies het juiste antwoord
A
onderwerp = 4e nv lijdend voorwerp = 1e nv
B
onderwerp = 1e nv lijdend voorwerp = 4e nv

Slide 8 - Quiz

Welke vraag kan ik stellen om het lijdend voorwerp van een zin te vinden?

Slide 9 - Open question

Het onderwerp kan ik vervangen door:
A
hij/zij
B
hem/haar

Slide 10 - Quiz

Het lijdend voorwerp kan ik vervangen door:
A
hij/zij
B
hem/haar

Slide 11 - Quiz

Hausaufgaben besprechen
Neem bladzijde 118 voor je in je boek

Slide 12 - Slide