Samenstellingen

Welkom!
Ga rustig op je plek zitten en leg je boek en leesboek op tafel


1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom!
Ga rustig op je plek zitten en leg je boek en leesboek op tafel


Slide 1 - Slide

Samenstellingen

Slide 2 - Slide

Wat gaan we doen vandaag?
- Wat weet je al?
- Theorie
- Werken aan de opdracht 


Aan het einde van de les heb je de spellingsregels geleerd hoe je samengestelde woorden juist spelt.

Slide 3 - Slide

Wat weet je al?

Slide 4 - Slide

Wat weet je al?
Wat? Maak opdracht 1 en 2 op bladzijde 124
Hoe? Zachtjes overleggend met degene naast je 
Tijd? 5 minuten
Vragen? Steek je hand op en ik kom bij je langs
Klaar? Lees verder in je leesboek 
timer
5:00

Slide 5 - Slide

Theorie 
Samenstellingen 

Slide 6 - Slide

Samenstellingen 
Aaneenschrijven:
  • woorden met één klemtoon 
  • samengestelde werkwoorden en samenstellingen die afgeleid zijn van werkwoorden
  • Engelse leenwoorden schrijf je met andere Engelse of Nederlandse woorden vast 
  • Eigennaam 

  • Feestbeest
  • lichtgeel, loodwaar
  • afmaken, lesgegeven, dagdroomde 
  • eraf, hierheen, daarvandaan 
  • flatscreen, sportoutfit, TikTokdansje 

Slide 7 - Slide

Samenstellingen
Spaties:
  • Als in een eigennaam al een spatie staat, dan blijft deze behouden
  • Soms ligt het aan de betekenis 

  • Anne Frankhuis, Red Bullverslaving, Dode Zeezout 

  • Wat een fantastisch uitzicht!
  • Het schip verdween langzaam uit zicht. 
  • Weet je wie er meedoen vanavond?
  • Ik vraag me af wat ze ermee doen. 

Slide 8 - Slide

Samenstellingen 
Tussen -s:
  • Als je een -s hoort 
  • Soms hoor je de -s niet bij het eerste deel, vervang deze dan om te controleren

  • Koningsdag, buitenshuis
  • Dorpsstraat -> dorpshuis 
  • Levensstijl -> levensgevaarlijk 

Slide 9 - Slide

Samenstellingen
Tussen -en:
  • Als het linkerdeel een zelfstandig naamwoord is met meervoud op -en

  • Boekenweek, krantenbezorger, sterrenstelsel 

Tussen -er: 
  • Je schrijf de tussen -er meestal bij woorden die in het meervoud eindigen op -eren 

  • eierdop, kinderfiets 

Slide 10 - Slide

Samenstellingen  
Tussen -e:
  • Je schrijft een tussen -e als het linkerdeel van de samenstelling bij:
  • een meervoud heeft op -s -> aspergesoep 
  • een meervoud heeft dat zowel -s als op -(e)n kan eindigen -> keuzestress 
  • geen meervoud heeft -> roggebrood 
  • uniek is, er bestaat er maar één van -> zonneschijn 
  • een bijvoeglijk naamwoord versterkt -> apetrots 

Slide 11 - Slide

Samenstellingen  
Koppelteken:
  • als klinkers 'botsen' -> zee-eend 
  • bij gelijkwaarde combinaties -> chef-kok, singer-songwriter 
  • tussen alle woorden van een vaste woordgroep -> een-op-een, kant-en-klaarmaaltijd 
  • aardrijkskunde namen en samenstellingen -> West-Terschelling, Schouwen-Duiveland
  • na afkortingen, letter, cijfers en speciale tekens -> PvdA-leden, L-vormig 
  • samenstelling waarin het volgende deel begint met een hoofdletter -> oud-Hollands
  • tussen anderstalige woorden die normaal los geschreven worden -> déjà-vugevoel 

Slide 12 - Slide

Werken aan de opdracht
Wat? Maak opdracht 3, 4 en 5 op bladzijde 124 
Hoe? Zelfstandig en stil
Tijd? Tot het einde van de les (het is huiswerk voor 02/04)
Vragen? Steek je hand op en ik kom bij je langs
Klaar? Lees verder in je leesboek of maak ander huiswerk
timer
10:30

Slide 13 - Slide

Huiswerk
Voor 02 april 2025 moet opdracht 2, 3 en 4 op bladzijde 128 af zijn.

Schrijf dit op in je plenda! 

Slide 14 - Slide