Les 2 Minor ''Een kwestie van dood en leven 'een minor over palliatieve zorg

Quiz les 2 

1 / 14
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnHBOStudiejaar 4

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 11 min

Items in this lesson

Quiz les 2 

Slide 1 - Slide

De aanleiding van een onderzoek is:
A
een reden om een probleemstelling te formulieren.
B
een reden om een onderzoek te starten.
C
een antwoord op de hoofdvraag.
D
Een bevinding uit je onderzoek dat nader onderzocht moet worden.

Slide 2 - Quiz

Wat is de 6W-methode?
A
Een hulpmiddel om de Methode te schrijven.
B
Een hulpmiddel om informatie te zoeken.
C
Een hulpmiddel om de aanleiding op te stellen.
D
Een hulpmiddel om een taakverdeling te maken.

Slide 3 - Quiz

De 4/6 W's van de 6W-methode staan volgens Verhoeven (2022) voor:
A
Wat is het probleem?
B
Wie heeft het probleem?
C
Wanneer is het een probleem?
D
Waar doet het probleem zich voor?

Slide 4 - Quiz

Welke 2 andere W's horen bij de 6W-methode van Verhoeven (2022)?
A
Welke onderzoeksvraag beantwoordt het probleem?
B
Waartoe leidt het onderzoek?
C
Welke methode is geschikt voor het verminderen van het probleem?
D
Waarom is het een probleem?

Slide 5 - Quiz

Bij ''Wat is het probleem?'' vraag je je af:
A
Hoe is de te onderzoeken situatie omschreven?
B
Is er duidelijk wat er wordt bedoeld?
C
Welke situatie moet worden aangepakt?
D
Wat wordt de eerste zoekactie?

Slide 6 - Quiz

Bij: ''Wie heeft het probleem?'' kan je je ook afvragen:
A
Wat wil je met je onderzoek bereiken?
B
Waarom moet deze situatie worden aangepakt?
C
Sinds wanneer is er een probleem?
D
Over wie gaat het probleem?

Slide 7 - Quiz

Bij: ''Wanneer is het probleem ontstaan?''
A
Moet er gezocht worden naar wat het probleem is?
B
Wordt achterhaald wat het beginpunt van het probleem is.
C
Geef je antwoord op de vraag of het onderzoek relevant is.
D
Zoek je naar de oorzaak van een probleem.

Slide 8 - Quiz

Bij: ''Waar doet het probleem zich voor?'' geef je antwoord op de vraag
A
Wie zijn er bij het probleem betrokken?
B
Zijn er bepaalde gebieden/locaties aan te wijzen?
C
Wie zijn de eigenaar van het probleem?
D
Wie heeft het baat bij een oplossing van het probleem.

Slide 9 - Quiz

Bij de vraag: ''Waarom is het een probleem?'' is het de bedoeling dat....
A
je achterhaalt wat de daadwerkelijke reden is voor een onderzoek.
B
je achterhaalt wie er betrokken zijn bij het onderzoek.
C
achterhaalt of je kwalitatief of kwantitatief onderzoek gaat doen.
D
je achterhaalt we de belanghebbenden zijn.

Slide 10 - Quiz

Bij de vraag: ''Waartoe leidt het onderzoek?'' beschrijf je:
A
Wat is de zin van het onderzoek--> nuttig?
B
Wie er centraal staan in je onderzoek.
C
Wat is de doelstelling van je onderzoek?
D
Wat je met het onderzoek wil bereiken.

Slide 11 - Quiz

Wanneer je de 6W-methode hebt beantwoord heb je de basis voor:
A
De conclusie van je onderzoek.
B
De aanleiding voor je onderzoek.
C
Aanbevelingen voor je onderzoek.
D
De discussie voor je onderzoek.

Slide 12 - Quiz

Wat wil je nog weten over de 6W-Methode?

Slide 13 - Mind map

De 6W-methode helpt bij het:
A
Bepalen van de doelgroep en onderzoeksmethoden.
B
Bepalen van de tijd en duur van het onderzoek.
C
Bepalen van de aanleiding en het formuleren van hoofd- en deelvragen.
D
Bepalen van de alternatieve mogelijkheden om een onderzoeksvraag te formuleren.

Slide 14 - Quiz