This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Oefentoets Voortplanting en seksualiteit
Slide 1 - Slide
In dit deel van het voortplantingsstelsel van de vrouw liggen eicellen
A
Eileider
B
Eierstokken
C
Baarmoeder
D
Vagina
Slide 2 - Quiz
Welke letter in de afbeelding van het vrouwelijke voortplantingsstelsel geeft een orgaan aan dat ook in het mannelijk voortplantingsstelsel voorkomt?
A
P
B
R
C
T
D
Q
Slide 3 - Quiz
Hoe heet het onderdeel?
1
A
Urineleider
B
Urinebuis
C
Zaadleider
D
Zaadbuis
Slide 4 - Quiz
Met welk onderdeel is dit te vergelijken bij de vrouw?
1
A
Clitoris
B
Eileider
C
Baarmoeder
D
Eierstok
Slide 5 - Quiz
Drie functies van het voortplantingstelsel van de man zijn: 1. productie van zaadcellen 2. opslag van zaadcellen 3. productie van mannelijke hormonen (testosteron)
Welke van de functies wordt of worden uitgeoefend door de bijballen?
A
Functie 1
B
Functie 2
C
Functie 1 en 2
D
Functie 1,2 en 3
Slide 6 - Quiz
Hieronder staat de uitleg van een SOA. Over welke SOA gaat dit stukje tekst?
De bacterie die de SOA veroorzaakt, kan zorgen voor ontstekingen in de urinebuis, bij de anus en in de baarmoederhals. Twee derde van de vrouwen en de helft van de mannen merkt er niets van. Je kunt de ziekte dan toch overdragen aan anderen. Zonder behandeling veroorzaakt de bacterie ontstekingen in de eileiders of de bijballen, wat kan leiden tot onvruchtbaarheid.
A
Chlamidia
B
Syfilis
C
Hiv
D
Herpes genitalis
Slide 7 - Quiz
In welk deel van het voortplantingstelsel van de vrouw komt de eicel en zaadcel samen (bevruchting)?
A
Baarmoeder
B
Vagina
C
Eierstok
D
Eileider
Slide 8 - Quiz
Als de eerste dag van de menstruatiecyclus 4 januari is.
Welke dag begint dan haar nieuwe menstruatiecyclus?
A
1 februari
B
7 februari
C
14 februari
D
10-15 januari
Slide 9 - Quiz
Op welke dag van de menstruatiecyclus is het baarmoederslijmvlies het dikst
A
8
B
14
C
20
D
28
Slide 10 - Quiz
Waarom wordt het baarmoederslijmvlies dikker?
A
Zodat je ongesteld kan worden
B
Zodat er een bevruchte eicel zich in het slijmvlies kan nestelen
C
Dit zorgt ervoor dat er in de eierstok een eicel gerijpt kan worden
Slide 11 - Quiz
Wat zijn de fases van de geboorte in de goede volgorde?
fase 1:
fase 2:
fase 3:
Uitdrijving
Nageboorte
Ontsluiting
Slide 12 - Drag question
De eierstok, teelbal en hypofyse maken ..........
Slide 13 - Open question
Isa is een eeneiige tweeling. Heeft zij een tweelingbroer of een tweelingzus?
A
Tweelingbroer
B
Tweelingzus
C
Kan allebei
Slide 14 - Quiz
Eicellen krijgen energie uit het reserve voedsel dat erin is opgeslagen. Waaruit krijgen de zaadcellen hun energie
Slide 15 - Open question
Isa is een twee-eiige tweeling. Heeft zij een tweelingbroer of een tweelingzus?
A
Tweelingbroer
B
Tweelingzus
C
Kan allebei
Slide 16 - Quiz
Primaire geslachtskenmerken
Welke onderdelen horen bij de primaire geslachtskenmerken?
Penis
Borsten
Veel lagere stem
Schaamlippen
Vagina
Bredere heupen
Balzak
Brede schouders
Baardgroei
Slide 17 - Drag question
Wat zijn secundaire geslachtskenmerken?
A
Geslachtskenmerken die al vanaf de geboorte aanwezig zijn
B
Geslachtskenmerken die vanaf rond je 10e jaar gaan ontwikkelen.
Slide 18 - Quiz
Zaadcellen/sperma Wat zijn dat?
A
hormonen
B
mannelijke geslachtscellen
C
bloedcellen
D
urine
Slide 19 - Quiz
Welk orgaan maakt testosteron?
Slide 20 - Open question
Een zaadcel begint met zwemmen in de vagina en moet de weg afleggen naar .................. omdat hij daar de eicel tegenkomt. Wat moet er op de puntjes staan?
A
Baarmoedermond
B
Eierstok
C
Eileider
D
Baarmoeder
Slide 21 - Quiz
Geef hieronder antwoord op de vraag op de vorige slide
Welke conclusie kun je aan de hand van de tabel hiernaast trekken over de spermicide?
Slide 22 - Open question
Beschermd alleen tegen zwangerschap
Beschermd tegen SOA's en zwangerschap.
Slide 23 - Drag question
Welk van de aangegeven nummer beschermt het kindje tegen stoten, uitdroging en temperatuur wisselingen?
1
2
3
4
A
1
B
2
C
3
D
4
Slide 24 - Quiz
Welk van de aangegeven onderdelen zorgt ervoor dat er een bloedvat naar het kind toegaat?
1
2
3
4
A
1
B
2
C
3
D
4
Slide 25 - Quiz
Wat regelen de geslachtshormonen?
A
Primaire geslachtskenmerken
B
Secundaire geslachtskenmerken
C
Tertiaire geslachtskenmerken
D
Puberteit
Slide 26 - Quiz
Hiernaast zie je 4 afbeeldingen van prenataal onderzoek. Sleep de juiste naam naar de juiste vorm.
Tekst
Vruchtwaterpunctie
Vlokkentest
Echoscopie
NIPT
Slide 27 - Drag question
Liam heeft een erfelijke ziekte. Beide ouders hebben deze ziekte niet. Welk antwoord past hierbij
A
Als zijn ouders nog een kind krijgen is deze ook ziek
B
Als zijn ouders nog een kind krijgen is dit kind drager
C
Als zijn ouders nog een kind krijgen is deze geen drager en niet ziek
D
Alle antwoorden kunnen
Slide 28 - Quiz
In welk onderdeel groeit het kindje in de buik van de moeder?