Hoofdstuk 3.2 Krachten meten K3 les 2

3.2 Krachten meten
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

3.2 Krachten meten

Slide 1 - Slide

Terugblik
  1. Je kunt de effecten van een kracht benoemen.
  2. Je kunt verschillende soorten krachten beschrijven.
  3. Je kunt de drie eigenschappen van een krachtenpijl benoemen.
  4. Je kunt een kracht tekenen als een pijl met het juiste aangrijpingspunt en de juiste richting.

Je kunt een krachtenschaal gebruiken om de kracht te tekenen met de juiste lengte.

Slide 2 - Slide

Hoe noem je de kracht die ervoor zorgt dat je fiets van snelheid veranderd?
A
zwaartekracht
B
versnellingskracht
C
spierkracht
D
vertragingskracht

Slide 3 - Quiz

Welke kracht zie je hier in het touw?
A
trekkracht
B
drukkracht
C
wringkracht
D
buigkracht

Slide 4 - Quiz

Welke kracht zie je hier ?
A
trekkracht
B
drukkracht
C
wringkracht
D
buigkracht

Slide 5 - Quiz

Leerdoelen 3.2 Krachten meten
  1. Je kunt het verband beschrijven tussen de uitrekking van een veer en de kracht die op de veer werkt.
  2. Je kunt krachten meten met een krachtmeter.
  3. Je kunt de zwaartekracht op een voorwerp berekenen als de massa is gegeven.

Slide 6 - Slide

Krachten
Een kracht kun je niet zien, maar wel meten.


 Hoe zou je kunnen zien dat de ene kracht groter is dan de andere?

Slide 7 - Slide

Een spiraalveer uitrekken
Hoe groter de kracht, hoe groter de uitrekking
Als je aan een spiraalveer trekt, rekt hij uit. 
Om de veer uit te rekken, is een kracht nodig.
Om de veer verder uit te rekken, is een grotere kracht nodig. 

De uitrekking zie je als je massablokjes aan een veer hangt. 

Slide 8 - Slide

Een spiraalveer uitrekken
Hoe groter de kracht, 
hoe groter de uitrekking
De uitrekking is het aantal cm dat de veer langer wordt. Als je zo’n proef doet, merk je dat de uitrekking ‘gelijk opgaat’ met de kracht op de veer:

  • Als de kracht 2× zo groot wordt, wordt de uitrekking ook 2× zo groot.
  • Als de kracht 3× zo groot wordt, wordt de uitrekking ook 3× zo groot.

Slide 9 - Slide

Krachten meten
Krachten kun je meten met een krachtmeter
In zo’n krachtmeter zit een spiraalveer

Hoe groter de kracht waarmee je aan de krachtmeter trekt,
des te verder rekt de veer uit.

Slide 10 - Slide

Krachten meten
Wat zal er gebeuren in de situatie hiernaast?

Rekt de veer meer of minder uit?

Slide 11 - Slide

Krachtmeter
De eenheid van kracht (F) is Newton (N)

We meten krachten met een krachtmeter.

Slide 12 - Slide

Kracht meten
  • Krachtmeter (veerunster)
  • Meetinstrument 
  • Elke krachtmeter ander meetbereik
  • Kleine kracht (slappe veer)
  • Hoe groter de kracht hoe meer de veer uitrekt (stugge veer)

Slide 13 - Slide

Zwaartekracht en massa

  • Zwaartekracht is de kracht waarmee de aarde voorwerpen aantrekt. 
  • De zwaartekracht werkt dus altijd naar beneden. 
  • Bij alles wat je optilt, voel je deze kracht. 
  • Voor het tillen van een krat met volle flessen heb je veel kracht nodig. 
  • Als de flessen leeg zijn, heb je minder kracht nodig. 
  • De zwaartekracht op de volle krat is dus het grootst.


Slide 14 - Slide

Zwaartekracht en massa
Om een voorwerp met een massa van 1 kg op te tillen, heb je een kracht nodig van 10 N.

Op aarde!



Slide 15 - Slide

Zwaartekracht en massa
De sterkte van de zwaartekracht van de aarde is dus 10 N voor 1 kg. 

Als je de zwaartekracht op een massa wilt uitrekenen, moet je de massa in kg vermenigvuldigen met de sterkte van de zwaartekracht. 

  • Dit kan je schrijven als de formule:
  • zwaartekracht = massa × 10
  • Fz = m ∙ 10


Slide 16 - Slide

Voorbeeldopdracht 1
zwaartekracht = massa × 10
Hoe groot is de zwaartekracht die werkt op iemand van 70 kg?

gegevens:
massa = 70 kg

gevraagd:
zwaartekracht = ?



  • Uitwerking:

  • zwaartekracht = massa × 10
  • zwaartekracht = 70 × 10 = 700 N

Slide 17 - Slide

Voorbeeldopdracht 2
Op jupiter ben je zwaarder, daar is de zwaartekracht 24 N per kg in plaats van 10 N per kg op aarde.
Hoe groot is de zwaartekracht die werkt op iemand van 70 kg?

gegevens:
massa = 70 kg

gevraagd:
zwaartekracht = ?



  • Uitwerking:

  • zwaartekracht = massa × 24
  • zwaartekracht = 70 × 24 = 1680 N

Slide 18 - Slide

Aan de slag!
Maak opdrachten 
van paragraaf 3.2 

Je mag samenwerken!

Tekenopgaven sla je even over

Slide 19 - Slide

Wat is het symbool voor de kracht?
A
M
B
F
C
f
D
r

Slide 20 - Quiz

Krachten kan je meten met een
A
weegschaal
B
Krachtmeter
C
thermometer

Slide 21 - Quiz

Zwaartekracht is de kracht die
A
voorwerpen naar de aarde toe trekt
B
voorwerpen laat zweven
C
kracht die als zwaar wordt ervaren
D
kracht die door een zwaard geleverd wordt

Slide 22 - Quiz

Kracht is een
A
Gevoel
B
Eenheid
C
Grootheid
D
Uitvoering

Slide 23 - Quiz

Lees de grootte van de kracht op de krachtmeter af.
De kracht is...
A
2,5N
B
2,2N
C
2,6N
D
2,8N

Slide 24 - Quiz

Aan de slag!
Maak opdracht: van paragraaf  3.2 Krachten meten 7 t/m 13

Je mag samenwerken!

Slide 25 - Slide

Afsluiting: we weten.................
  1. Je kunt het verband beschrijven tussen de uitrekking van een veer en de kracht die op de veer werkt.
  2. Je kunt krachten meten met een krachtmeter (veerunster).
  3. Je kunt de zwaartekracht op een voorwerp berekenen als de massa is gegeven.
  4. Je kunt uitleggen wat een krachtenschaal is.
  5. Je kunt een kracht op een gegeven krachtenschaal tekenen.

Slide 26 - Slide

Welke 3 dingen heb jij deze les geleerd?

Slide 27 - Mind map

Waar wil je nog extra uitleg over?

Slide 28 - Mind map

Afsluiting
Volgende les:

Huiswerk:

  • Zet in je planner!!
  • Maak opdracht: van paragraaf 3.2 Krachten meten 7 t/m 13

Dank voor jullie aandacht!

Slide 29 - Slide