Schrijf ten minste vijf namen/functies op die je op de plaatjes ziet. Schrijf erachter waarom dit een held is.
Slide 4 - Slide
Heldendaad?
"Moeder rijdt met auto ijskoud water in, jongen springt erachteraan"
Slide 5 - Slide
Fictie- blz. 176-179
We gaan samen de teksten 'Op de WC' en 'Een kleine kans' (deel 1) lezen.
Hierna maken we samen opdracht 1 en 2.
Schrijf alle antwoorden netjes en leesbaar in je schrift op.
Slide 6 - Slide
Aan het werk
Fictie- blz. 176-179
Wat? Maak opdracht 3 op bladzijde 177-179.
Hoe? Werk zelfstandig.
Klaar? Je mag in je eigen leesboek lezen.
timer
1:00
Slide 7 - Slide
Bespreken
Fictie- blz. 176-179
Wat? We bespreken opdracht 3.
Hoe? Gezamenlijk. Als je de beurt krijgt, geef je jouw antwoord. Als je het goed hebt, zet je een krul. Bij een fout antwoord schrijf je het goede antwoord op.