What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Les 2 De Formele brief
Les 2 De Formele brief
Les 3: de formele brief, vervolg
donderdag
20 maart
2025
welkom
allemaal!
1 / 35
next
Slide 1:
Slide
NT1
ISK
This lesson contains
35 slides
, with
text slides
.
Lesson duration is:
120 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Les 2 De Formele brief
Les 3: de formele brief, vervolg
donderdag
20 maart
2025
welkom
allemaal!
Slide 1 - Slide
Wat is het doel van deze les?
Aan het eind van de les:
Kun je herkennen wat voor soort brief je hebt gekregen.
Weet je waar de belangrijke informatie staat in een brief.
Heb je geoefend met een app om moeilijke brieven beter te kunnen begrijpen.
Hebben we geoefend met werkwoorden in de tegenwoordige/ 'nu' tijd te schrijven.
Slide 2 - Slide
Dit gaan we vandaag doen
Kort herhalen waar we het vorige week over hadden
Kahoot
Bespreken: Wat is een formele brief, hoe ziet die er uit?
Oefenen met termen
Handige app om moeilijke brieven beter te kunnen lezen
Kahoot
Herhalen hoe je werkwoorden goed schrijft: d's en t's.
Slide 3 - Slide
Een persoonlijke brief
Opbouw:
- Minder strenge regels
Woorden / taal:
- Minder formele woorden, wat losser taalgebruik
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
de formele brief
Slide 6 - Slide
Van wie krijg jij ook alweer brieven?
brief
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
wordwall
Slide 9 - Slide
Wat voor woorden worden er (niet) gebruikt in een formele brief?
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Slide
wordwall
Slide 12 - Slide
leg de knipsels in de goede volgorde
Je krijgt met z'n 2-en een stapeltje knipsels
Leg de knipsels in de goede volgorde
Overleg SAMEN wat goed is
Wat voor brief is het?
Wat is het doel van de brief?
Slide 13 - Slide
een handige app om moeilijke brieven te begrijpen:
ga naar de app-store op je telefoon
zoek: Lees Simpel
download de app.
open de app.
maak een foto van een brief
tataah!!! Het helpt je vast!
Slide 14 - Slide
wordwall
Slide 15 - Slide
Maak de opdrachten van 'Les 3'
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Slide
A1 2.13 Ik drink, hij drinkt, wij drinken
Slide 18 - Slide
ik
ik-vorm
jij/je
ik-vorm + t
ik-vorm + jij/je
u
ik-vorm + t
hij/zij/ze
ik-vorm+ t
wij/we
hele werkwoord
jullie
hele werkwoord
zij/ze
hele werkwoord
ik drink thee
jij/je drink
t
koffie
drink jij/je? cola
u drink
t
melk
hij/zij/ze drink
t
water
wij/we drinken koffie
jullie drinken thee
zij/ze drinken water
hele werkwoord
: drinken
->
drinken
->
drink:
ik-vorm
Slide 19 - Slide
ik
ik-vorm
jij/je
ik-vorm + t
ik-vorm + jij/je
u
ik-vorm + t
hij/zij/ze
ik-vorm+ t
wij/we
hele werkwoord
jullie
hele werkwoord
zij/ze
hele werkwoord
ik word moe
jij/je word
t
groot
word
jij/je? groot
u word
t
oud
hij/zij/ze word
t
doof
wij/we worden ziek
jullie worden moe
zij/ze worden oud
hele werkwoord
: worden
->
worden
->
word:
ik-vorm
Slide 20 - Slide
A1 3.2 Ik zeg, wij zeggen - ik spel, wij spellen
Slide 21 - Slide
ik
ik-vorm
jij/je
ik-vorm + t
ik-vorm + jij/je
u
ik-vorm + t
hij/zij/ze
ik-vorm+ t
wij/we
hele werkwoord
jullie
hele werkwoord
zij/ze
hele werkwoord
ik zeg hallo
jij/je zeg
t
hoi
zeg
jij/je? dag
u zeg
t
hallo
hij/zij/ze zeg
t
doei
wij/we zeggen doeg
jullie zeggen hoi
zij/ze zeggen dag
hele werkwoord
: zeggen
->
zeg
gen
->
zeg:
ik-vorm
Slide 22 - Slide
ik
ik-vorm
jij/je
ik-vorm + t
ik-vorm + jij/je
u
ik-vorm + t
hij/zij/ze
ik-vorm+ t
wij/we
hele werkwoord
jullie
hele werkwoord
zij/ze
hele werkwoord
ik zit
jij/je zi
t
zit
jij/je?
u zi
t
hij/zij/ze zi
t
wij/we zitten
jullie zitten
zij/ze zitten
hele werkwoord
: zitten
->
zit
te
n
->
zit:
ik-vorm
Slide 23 - Slide
Aan het eind van een woord staan nooit twee dezelfde medeklinkers (gg, ll, tt, nn)
Slide 24 - Slide
3.6 Ik woon, wij wonen - ik spreek wij spreken
Slide 25 - Slide
ik
ik-vorm
jij/je
ik-vorm + t
ik-vorm + jij/je
u
ik-vorm + t
hij/zij/ze
ik-vorm+ t
wij/we
hele werkwoord
jullie
hele werkwoord
zij/ze
hele werkwoord
ik woon hier
jij/je woon
t
daar
woon
jij/je? daar
u woon
t
hier
hij/zij/ze woon
t
daar wij/we wonen hier
jullie wonen hier
zij/ze wonen daar
hele werkwoord
: zitten
->
zit
te
n
->
zit:
ik-vorm
Slide 26 - Slide
Heeft het hele werkwoord een lange klank?
De ik-vorm krijgt twee klinkers
wonen won ik woon
spreken
sprek
ik spreek
maken
mak
ik maak
leren
ler
ik leer
Slide 27 - Slide
Vul de goede vorm van het werkwoord in!
- maken
- leren
- wonen
- spreken
Slide 28 - Slide
3.11 Ik schrijf, wij schrijven - ik kies, wij kiezen
Slide 29 - Slide
Aan het eind
van een woord staat
nooit
een
v
of een
z
schrijven -> schrij
v
-> ik schrijf
kiezen -> kie
z
->
ik kies
lezen -> lee
z
->
ik lees
geven -> gee
v
->
ik geef
Slide 30 - Slide
Goed of fout?
Wat moet
het wel zijn?
Slide 31 - Slide
Dobbelspel
ik
jij
hij
u
wij
jullie
Slide 32 - Slide
Goed of Fout?
Wat moet het wel zijn?
Slide 33 - Slide
Hard gewerkt, super!
tot over twee weken!
Slide 34 - Slide
Hoe was deze les
of
Hebben jullie nog tips voor mij?
Slide 35 - Slide
More lessons like this
Les 5 Herhaling en afsluiting vd pilot
January 2025
- Lesson with
18 slides
NT1
ISK
gramm tegenwoordige tijd
December 2024
- Lesson with
19 slides
Groep 3 les 3: Interpunctie en e-mail schrijven en d's en t's
6 days ago
- Lesson with
35 slides
NT1
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
TC Th 1 herh hebben en zijn, vragen maken en begin Th 2
June 2022
- Lesson with
19 slides
NT2
ISK
3.4, 4.5 en 3.6
November 2024
- Lesson with
10 slides
NT2
MBO
Studiejaar 1
A1 herhaling en TC 3.7
June 2023
- Lesson with
35 slides
NT2
MBO
Studiejaar 2
A1 TC 3,3 en 3.4 en 3.5
September 2023
- Lesson with
22 slides
NT2
MBO
Studiejaar 1
Werkwoorden TT Thema 2 eten en drinken 25-5-2020
March 2022
- Lesson with
18 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 3