WEBB - Wereldeconomie 1.12 t/m 1.15

Welkom
5 vwo ECONOMIE  ||  2024-2025
1 / 22
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Welkom
5 vwo ECONOMIE  ||  2024-2025

Slide 1 - Slide

Kostprijs product
Hoeveel het kost om een product te maken. 
  • Arbeidsproductiviteit, hoeveelheid arbeid, kwaliteit arbeid. 
  • Kwaliteit kapitaal, hoeveelheid kapitaal, schaalvoordelen

Slide 2 - Slide

Verzonken kosten 
  • Kosten die zijn gemaakt en die je niet meer kunt terugverdienen als de activiteit wordt gestaakt, omdat er geen andere gebruiksmogelijkheden zijn.
  • Invloed op schaalgrootte en versterken comparatief voordeel. 

Slide 3 - Slide

Factorproductiviteit
Factorproductiviteit geeft aan hoe goed arbeid en kapitaal (machines) worden ingezet in een land. 

Factorproductiviteit stijgt door:
Scholing, specialisatie, veel R&D, innovaties, beter milieu, etc...

Slide 4 - Slide

Productiestructuur
Rijkere landen
  • Grote hoeveelheden kapitaalgoederen, hooggeschoolde bevolking.
Armere landen
  • Grote hoeveelheden goedkope laaggeschoolde arbeiders vooral arbeidsintensieve productie. 

Slide 5 - Slide

Multinational: 
een groot bedrijf dat in meerdere landen economisch actief zijn met de productie en/of verkoop van hun goederen en diensten.

Internationale arbeidsverdeling: Ieder land produceert goederen en diensten waar hij het best of het goedkoopst in is.

Slide 6 - Slide

VOC als eerste multinational? 

Slide 7 - Slide

Wat verhoogd de factorproductiviteit NIET?
A
corruptie
B
instituties
C
innovatie
D
hoge kwaliteit machines

Slide 8 - Quiz

Bepaal voor Engeland en Portugal het comparatieve voordeel
A
Engeland kleding en wijn
B
Portugal kleding en wijn
C
Engeland kleding en Portugal Wijn
D
Portugal wijn en Engeland kleding

Slide 9 - Quiz

Vrijhandel
Bij vrijhandel kunnen landen zonder belemmeringen met elkaar handelen.
Binnen de Europese Unie is er vrijhandel.











Slide 10 - Slide

Vrijhandel

Slide 11 - Slide

Vrijhandel en protectie
Binnen de EU is er vrijhandel.
T.o.v.  niet- EU landen, wil de EU de eigen economie en werkgelegenheid beschermen door het nemen van protectiemaatregelen.

Wereldwijd zijn er meer afspraken tussen bepaalde landen : vrijhandelszondes

Slide 12 - Slide

Protectionisme en vrijhandel
Protectiemaatregelen
  • invoerrechten
  • contingentering
  • invoerverbod
  • exportsubsidie
  • exportverbod
Vrijhandel
  • bijv. Europa
  • vrijhandelszones
  • WTO
Vrijhandelszones:
Groepen landen die geen onderlinge protectiemaatregelen hebben. 

Slide 13 - Slide

Protectionisme
Tarifaire maatregelen (invloed prijs)
  • Invoerrechten (importheffingen).
  • Exportsubsidies
Non-tarifaire maatregelen
  • Invoercontigenten  (importquote) 
  • Kwaliteiteseisen

Slide 14 - Slide

Situaties aanvaardbaar protectionisme
  • Nationaal belang. Geen problemen als er internationale conflicten zijn bijvoorbeeld voedselvoorziening. 
  • Infant industry. Opzet gaat vaak samen met hoge investeringskosten. 
  • Binnenlandse productie niet afhankelijk laten woren van buitenlandse toeleveranciers. 
  • Afdwingen bepaalde productiewijze ter bescherming van mens en milieu.  

Slide 15 - Slide

Waarom stimuleert vrijhandel innovaties?

Slide 16 - Open question

Wat is een gevolg van vrijhandel?
A
Concurrentie neemt toe
B
Concurrentie neemt af
C
Er is geen verschil
D
Er ontstaat meer criminaliteit

Slide 17 - Quiz

Wat is het doel van protectionisme?
A
Werkgelegenheid eigen land beschermen
B
Opkomen voor arme boeren in het buitenland
C
Vrije wereldhandel stimuleren
D
Prijsstabiliteit

Slide 18 - Quiz

Stelling 1
Een contingent is een voorbeeld van non-tarifaire invoerrecht.
Stelling 2
Tarifaire invoerrechten maken import producten duurder zodat de nationale werkgelegenheid beschermd wordt.
A
1+2 zijn juist
B
1+2 zijn onjuist
C
1 is juist; 2 is onjuist
D
1 is onjuist; 2 is juist

Slide 19 - Quiz

Wat zijn non-tarifaire maatregelen in protectionisme?
A
Importheffingen en exportsubsidies
B
Invoerquotum en eisen stellen aan geïmporteerde producten
C
Beschermende maatregelen met directe prijsinvloed
D
Geen invloed hebben op de prijs

Slide 20 - Quiz

Twee beweringen.
I. Een uitvoersubsidie is een non-tarifaire handelsbelemmering.
II. Een local-content voorschrift is een tarifaire handelsbelemmering.


A
Beide zijn goed
B
I is goed en II is fout
C
I is fout en II is goed
D
Beide zijn fout

Slide 21 - Quiz

Aan het werk
Maken t/m 1.15
Nakijken
  • Wat heb je goed gedaan?
  • Wat kun je beter doen?
Lees de tekst
  • Onderstrepen
  • Samenvatten

Slide 22 - Slide