Les 18 (19-11)

Les 18
Frans 
le 14 novembre

1 / 15
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Les 18
Frans 
le 14 novembre

Slide 1 - Slide

Programme
  • Presentie
  • Lesdoelen    
  • Frans feitje                              
  • Introductie 
  • Paragraphe A
  • Au travail!
  • Afsluiting
  • Devoirs 

Slide 2 - Slide

Lesdoelen
Na de les...

...kan ik woorden opnoemen die te maken hebben met Franse eet producten.

...ken je woorden die te maken hebben met iets bestellen. 

...weet je hoe je mannelijke en vrouwelijke woorden sneller kunt onthouden. 

Slide 3 - Slide

Presentie

Slide 4 - Slide

- Frans feitje -

  Wist je dat....



Slide 5 - Slide

Introduction
Doel: iets kopen

Jullie gaan nu meekijken met de introductie video van dit hoofdstuk. de vraag die centraal staat is als volgt:

- Wat zie je op de video?
- Wat hebben de grote witte woorden met elkaar gemeen?



Slide 6 - Slide

Introduction
We gaan nu opnieuw de video met elkaar bekijken, maar nu gaan we er een opdracht aan vastmaken:

- Kies één van de volgende woorden: la boulangerie, le croissant, le  
  restaurant, la baguette, le café, la confiture, manger, bon appétit.
- Ga staan.
- Kijk de video opnieuw.
- Ga zitten elke keer als het door jou gekozen woord in beeld komt. 
- Ga daarna weer staan.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

huit
douze
quatorze
quatre
un

Slide 9 - Drag question

Introduction
Laten we dan nu eens een element van vorige periode herhalen: de cijfers!

Exercice 3:
Luister mee naar het volgende audiofragment. Jullie mogen dit twee keer horen. Vul de getallen in die je hoort. 


Slide 10 - Slide

Paragraphe A: vocabulaire
Een korte herhaling. 

Pak p.92 en 93 erbij. Aan een woord kun je zien wanneer het mannelijk en wanneer het vrouwelijk is. Hoe ook alweer?

Kleur (colorie) nu voor elk mannelijk en vrouwelijk woord in voca  A het rondje blauw (m) of rood (v). 

Slide 11 - Slide

Paragraphe A: 
Un petit jeu.

Maintenant, choisis quatre mots du voca A. 
- Het woord moet le of la ervoor hebben staan.
- Kies tenminste één woord uit met een l' of  één woord met'les' er voor. 
- Wissel van rol.
- Kies allebei 3 woorden uit de Voca lijst A.
- Vervang de bepaalde lidwoorden door de onbepaalde lidwoorden
   un, une en des. 
- Wie had de meeste goed?

Slide 12 - Slide

Paragraphe A: écouter
We hebben ons nu gefocust op voca A en gaan nu beginnen met het luisterfragment. Kijk mee naar het plaatje hiernaast en beantwoord de volgende vragen:
- Wanneer speelt het fragment zich af?
- Waar speelt het fragment zich af?
- Wat zijn de emoties van de spelers?

Luister nu mee naar het fragment en 
maak:
- ex. 5a, b et c.

Slide 13 - Slide

Au travail!
Maintenant, c'est à vous.

Faire:
- ex. 6a, b
- ex. 7a

timer
15:00

Slide 14 - Slide

Devoirs
Faire ex. 6 en 7. 
Apprendre voca A

Slide 15 - Slide