This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 15 min
Items in this lesson
Disk Thema
Houden van en verliefd zijn
Slide 1 - Slide
Schrijf 'ik hou van jou' in je eigen taal.
Slide 2 - Mind map
Slide 3 - Slide
Ben jij weleens verliefd geweest?
A
Ja
B
Nee
C
een beetje
D
Neeeeeeeeeeeeeee
Slide 4 - Quiz
Is verliefd zijn leuk?
A
ja
B
nee
C
weet ik niet
D
neeeeeeee
Slide 5 - Quiz
Hoe oud moet je zijn om verliefd te worden?
12-13-14
15-16
17-18
18+
het maakt niet uit
Slide 6 - Poll
Type hier een titel
Slide 7 - Slide
De vriend
De vriendin
Slide 8 - Slide
Het vriendinnetje
Het vriendje
Slide 9 - Slide
Type hier een titel
Het liefje
De persoon van wie je houdt en met wie je een relatie hebt.
Mijn liefje en ik hebben al 2 jaar verkering.
Slide 10 - Slide
Type hier een titel
Lotte is verliefd op een jongen uit haar klas. Hij is zo superlief, maar ze durft het niemand te vertellen. Ze is een beetje bang dat de jongen haar raar zal vinden. Haar nieuwsgierige vriendin vraagt: “Wie is het? Zeg het nou!” Maar Lotte zegt niets en houdt het stiekem.
Slide 11 - Slide
Type hier een titel
verliefd
Als je iemand heel leuk vindt en vlinders in je buik hebt.
Voorbeeldzin: Anna is verliefd op een jongen uit haar klas.
Slide 12 - Slide
Type hier een titel
superlief
Heel erg aardig en lief.
Voorbeeldzin: Mijn oma is superlief en geeft me altijd koekjes.
Slide 13 - Slide
Type hier een titel
niemand
Geen enkele persoon.
Voorbeeldzin: Er was niemand op het speelplein toen het regende.
Slide 14 - Slide
Type hier een titel
bang
Als je iets eng vindt.
Voorbeeldzin: Ik ben bang voor spinnen.
Slide 15 - Slide
Type hier een titel
nieuwsgierig
Als je graag meer wilt weten over iets.
Voorbeeldzin: Het kind keek nieuwsgierig naar het nieuwe speelgoed.
Slide 16 - Slide
Type hier een titel
stiekem
Iets doen zonder dat iemand het weet
Voorbeeldzin: Hij at stiekem een snoepje uit de kast.
Slide 17 - Slide
Ik ben … voor grote honden. Als ik ze zie, ren ik hard weg!
A
beurt
B
bang
C
aardig
D
verliefd
Slide 18 - Quiz
Verliefd zijn vind ik heerlijk! Ik heb dan zo’n fijn … in mijn buik.
A
vriend
B
lachen
C
gevoel
D
verlegen
Slide 19 - Quiz
Bungeejumpen? Nee hoor, dat … ik echt niet! Dat lijkt me heel eng!
A
meen
B
volg
C
durf
D
merk
Slide 20 - Quiz
Ik weet nog niet zeker of ik naar het feestje ga. … blijf ik wel thuis.
A
bang
B
misschien
C
verlegen
D
hopen
Slide 21 - Quiz
Ik vind jouw broer echt … Hij luistert goed en is altijd blij.
A
raar
B
verlegen
C
hard
D
aardig
Slide 22 - Quiz
Duurt de dag nog …? Ik ben zo moe, dat ik wel kan slapen.
A
stiekem
B
gemakkelijk
C
volgen
D
lang
Slide 23 - Quiz
Zullen we samen huiswerk maken? Ja, goed …!
A
afspreken
B
idee
C
aardig
D
vriend
Slide 24 - Quiz
Niemand weet dat ik rook. Ik doe het ...
A
stiekem
B
raar
C
pijn
D
beurt
Slide 25 - Quiz
Die jongen kijkt de hele tijd naar mij. Ik denk dat hij mij wil ...
A
merken
B
verlegen
C
versieren
D
durven
Slide 26 - Quiz
Mieke heeft altijd mooie kleding aan. Vandaag … ze een prachtige jurk.
A
verlegen
B
merkt
C
draagt
D
versiert
Slide 27 - Quiz
Type hier een titel
Groep roze
Elke dag spelen Tim en Sam buiten. Vandaag is het de beurt van Sam om het doel te verdedigen. Ze hebben allebei evenveel gescoord. “We zijn een goed team met elkaar!” zegt Sam. Ze spelen verder tot ze uit moeten rusten. Dan lopen ze samen naar het huis van Tim om iets te drinken. "Wat een leuke dag!" zegt Tim.
Slide 28 - Slide
Type hier een titel
De dag
24 uur, van ochtend tot avond.
Voorbeeldzin: Elke dag ga ik naar school.
Slide 29 - Slide
Type hier een titel
De beurt
Als iemand iets mag doen en daarna de ander.
Voorbeeldzin:
Het is mijn beurt om het bord schoon te maken.
Slide 30 - Slide
Type hier een titel
Veel
Een grote hoeveelheid.
Voorbeeldzin:
De man heeft veel papieren.
Slide 31 - Slide
Type hier een titel
Evenveel
Precies hetzelfde aantal.
Voorbeeldzin:
Er zijn evenveel rode als blauwe snoepjes.
Slide 32 - Slide
Type hier een titel
bij
Op een plek vlak naast of met iemand.
Voorbeeldzin:
Ik zit bij mijn vriend in de klas.
Slide 33 - Slide
Type hier een titel
Uit
Uitleg: Naar buiten of niet meer aan.
Voorbeeldzin:
De lichten zijn uit, dus het is donker in de kamer.
Slide 34 - Slide
Type hier een titel
Van
Geeft aan bij wie iets hoort of waar het vandaan komt.
Voorbeeldzin:
Die boeken zijn van mijn zus.
Slide 35 - Slide
Type hier een titel
Met
Samen met iemand of iets.
Voorbeeldzin: Ik ga met mijn broer naar het park.
Slide 36 - Slide
Slide 37 - Slide
Type hier een titel
Groep roze
Er is een nieuwe jongen in de klas. Hij is heel aardig en heeft een zachte stem. De kinderen in de klas vinden het leuk om met hem te spelen. “Die jongen kan echt goed voetballen!” zegt Tim. Maar er is één klein probleem: hij kent de regels nog niet goed. Iedereen helpt hem, en ze moeten samen veel lachen.
Slide 38 - Slide
Type hier een titel
Lachen
Slide 39 - Slide
Type hier een titel
Aardig
Lief en aardig
Voorbeeldzin: Mijn buurvrouw is altijd heel aardig tegen mij.
Slide 40 - Slide
Type hier een titel
Zacht
Niet hard, voelt fijn aan.
Voorbeeldzin: Het dekentje op mijn bed is lekker zacht.
Slide 41 - Slide
Type hier een titel
Het probleem
Iets dat lastig of moeilijk is.
Voorbeeldzin: Er was een probleem met de computer, maar nu werkt hij weer.