This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 30 min
Items in this lesson
Hoofdstuk 17 Schema's
Succes!
Slide 1 - Slide
Opdracht 1. Bekijk het schema
Bij elke volgende vraag kun je klikken op het plaatje om in te zoomen.
Slide 2 - Slide
1a. Op welke dag is klas 2b de eerste twee uur vrij? (als je op het plaatje klikt, zoom je in)
Slide 3 - Open question
1b. Hoeveel lesuren wiskunde heeft klas 2b elke week? (Als je op het plaatje klikt, zoom je in)
Slide 4 - Open question
1c. Welk vak heeft klas 2b op dinsdag het vijfde uur? (Als je op het plaatje klikt, zoom je in)
Slide 5 - Open question
1d. In welk lokaal heeft klas 2b geschiedenis? (Als je op het plaatje klikt, zoom je in)
Slide 6 - Open question
Opdracht 2. Bekijk het schema
Dit schema kun je gebruiken om te kiezen naar welke show je gaat op het festival. Je begint in het schema bij de vraag "wil je buiten staan?".
Je volgt daarna de pijlen die bij elk antwoord horen.
Slide 7 - Slide
2a. Thomas wil niet buiten staan en heeft niet veel tijd. Waar moet Thomas volgens het schema naar toe? (als je op het plaatje klikt, zoom je in)
Slide 8 - Open question
2c. Een groep vrienden gaat naar het festival. ze willen niet buiten staan en ze hebben veel tijd. Waar moeten ze naar toe? (als je op het plaatje klikt, zoom je in)
Slide 9 - Open question
2b. Maartje wil buiten staan en graag met haar kinderen naar een show met muziek. Waar moet Maartje volgens het schema naar toe? (als je op het plaatje klikt, zoom je in)
Slide 10 - Open question
Opdracht 3. Bekijk het schema.
Slide 11 - Slide
3a. Hoeveel walnoten werden erop maandag verkocht? Schrijf de berekening op. (als je op het plaatje klikt, zoom je in)
Slide 12 - Open question
3b. Op welke dag werden er 5000 walnoten verkocht? (als je op het plaatje klikt, zoom je in)
Slide 13 - Open question
3c. Op vrijdag werden er op 6000 walnoten verkocht. Hoeveel vakjes vul je met een walnoot? en welke dag? (als je op het plaatje klikt, zoom je in)
Slide 14 - Open question
3d. Op donderdag werden er 2000 walnoten verkocht. Hoeveel werden er in totaal in deze 5 dagen verkocht? Schrijf de berekening op. (als je op het plaatje klikt, zoom je in)