What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Deeltaak 4 week 3 les 2 en 3
Deeltaak 4 Week 3 les 2 en 3
1 / 24
next
Slide 1:
Slide
Duits
Middelbare school
mavo, havo
Leerjaar 1
This lesson contains
24 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
60 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Deeltaak 4 Week 3 les 2 en 3
Slide 1 - Slide
Vorab Fragen?
Slide 2 - Slide
Was machen wir heute?
Hören Seite 30
Kurze Wiederholung Personalpronomen
Kurze Wiederholung Sein
das Verb Haben
Fragen!?
Slide 3 - Slide
Pak nu je boek erbij
Ga naar Seite (bladzijde) dreißig (30)
Lees de tekst bij het plaatje en geef antwoord op de vraag bij de volgende dia.
Vraag 2 beantwoorden we later.
Slide 4 - Slide
VOR DEM SEHEN:
Waarom speelt Max een quiz met Josephine en haar ouders?
Slide 5 - Open question
https:
Slide 6 - Link
NACH DEM SEHEN:
Wat denk jij? Wie zou bij jou in het gezin de winnaar van de quiz zijn?
Slide 7 - Open question
de vriendin
de dochter
de broers en zussen
het mobieltje
de ouders
de boeken
de moeder
de vader
de hond
die Freundin
die Eltern
das Handy
die Mutter
die Bücher
der Vater
die Tochter
der Hund
die Geschwister
Slide 8 - Drag question
Slide 9 - Slide
Zoek de kloppende persoonlijke voornaamwoorden.
ich
du
er
sie
es
wir
ihr
sie (mv)
Ik
Jij
Hij
Zij
Het
Wij
Jullie
Zij (mv)
Slide 10 - Drag question
Ik ben
jij bent
hij is
zij is
het is
wij zijn
jullie zijn
zij zijn
U bent
ich bin
du bist
er ist
sie ist
es ist
wir sind
ihr seid
sie sind
Sie sind
Slide 11 - Slide
Wat is de juiste vorm van het werkwoord sein?
wir ....
A
bin
B
bist
C
ist
D
sind
Slide 12 - Quiz
Wat is de juiste vorm van het werkwoord sein?
du...
A
bin
B
bist
C
sind
D
seid
Slide 13 - Quiz
Wat is de juiste vorm van het werkwoord sein?
sie ...
A
bin
B
bist
C
ist
D
sind
Slide 14 - Quiz
Ik ben
ik heb
jij bent
jij hebt
hij is
hij heeft
zij is
zij heeft
het is
het heeft
wij zijn
wij hebben
jullie zijn
jullie hebben
zij zijn
zij hebben
U bent
U heeft
ich bin
ich habe
du bist
du hast
er ist
er hat
sie ist
sie hat
es ist
es hat
wir sind
wir haben
ihr seid
ihr habt
sie sind
sie haben
Sie sind
Sie haben
Slide 15 - Slide
Het werkwoord haben
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
habe
hast
hat
haben
habt
haben
Slide 16 - Drag question
Wat is de juiste vorm van het werkwoord haben?
wir ...
A
habe
B
hast
C
haben
D
habt
Slide 17 - Quiz
Wat is de juiste vorm van het werkwoord haben?
er ...
A
habe
B
hast
C
hat
D
haben
Slide 18 - Quiz
Wat is de juiste vorm van het werkwoord haben?
ihr
A
habe
B
hast
C
haben
D
habt
Slide 19 - Quiz
ik heb
Vertalen in het Duits.
Slide 20 - Open question
wij hebben
Vertalen in het Duits.
Slide 21 - Open question
zij heeft
Vertalen in het Duits.
Slide 22 - Open question
Hausaufgaben
Baustein 10, 11, 12 en 13
Wörter Kapitel 1 lernen
blz. 26
Lernliste Deutsch-Niederländisch A en C
ALLEEN de woorden vóór en achter de zinnen.
Oefenen rijtjes werkwoorden sein en haben
Slide 23 - Slide
Gibt es noch Fragen?
Slide 24 - Slide
More lessons like this
K1 persoonlijk voornaamwoord & werkwood sein
September 2019
- Lesson with
14 slides
Duits
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 1
Waarin zijn Modalverben anders?
November 2024
- Lesson with
15 slides
Duits
Voortgezet speciaal onderwijs
Leerroute 3
h4_wdh_ haben + sein
September 2024
- Lesson with
17 slides
Duits
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
h2_haben und sein + pers.vnw
November 2019
- Lesson with
22 slides
Duits
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 2
a2/h2_spel_ haben + sein
August 2024
- Lesson with
20 slides
Duits
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
KM2 Kapitel 4
January 2023
- Lesson with
41 slides
Duits
Middelbare school
vmbo g
Leerjaar 2
haben, sein
January 2025
- Lesson with
11 slides
Duits
Middelbare school
vmbo t, mavo
Leerjaar 3
Haben en sein
March 2024
- Lesson with
34 slides
Duits
MBO
Studiejaar 1,2