Vriendschap

Vriendschap 
en ruzies
1 / 21
next
Slide 1: Slide
DramaBasisschoolGroep 8

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Vriendschap 
en ruzies

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Quizzzzz met stellingen


Kies A, B, C of D en ga daar staan

Slide 3 - Slide

Iemand is een vriend(in) als hij/zij....
A
veel spullen voor me koopt.
B
leuke dingen samen met mij doet
C
aardig doet en ik doe ook aardig tegen hem/haar.
D
altijd doet wat ik wil doen

Slide 4 - Quiz

Hoe vaak spreek je af met je vriend(in)?


A
Nooit
B
Elke dag, we zijn niet voor niets vrienden.
C
Als ik daar zin in heb en hij/zij ook.
D
Als ze me iets wil geven wat ik graag wil

Slide 5 - Quiz

Heeft een vriend(in) dezelfde hobby's?

A
Ik zorg ervoor dat mijn vriendin dezelfde hobby's krijgt als ik heb
B
Nee. We houden niet van dezelfde dingen
C
Vaak vinden we hetzelfde leuk, maar niet altijd alles.
D
Ja, we vinden altijd hetzelfde leuk

Slide 6 - Quiz

Als je een vriend(in) tegen komt begroet je elkaar door...
A
Ik stomp hem altijd keihard op zijn rug. Lachen man!
B
Niks te zeggen. Dat vind ik eng.
C
Ik geef hem/haar een dikke high-five
D
Ik zeg gewoon vriendelijk "hoi"

Slide 7 - Quiz

Je vriend(in) vertelt je een
geheim.
Wat doe je?
A
Ik vertel het aan 1 of 2 andere vrienden.
B
Ik houd mijn mond. Ik wil dat hij me kan vertrouwen.
C
Ik luister niet naar mijn vriend. Dat stoort als we gamen.
D
Ik zet dit gelijk online! Lachen!

Slide 8 - Quiz

Zeg je weleens iets onaardigs tegen je vriend(in)?
A
Alleen als hij geen cadeau voor me heeft meegenomen.
B
Ik zeg eigenlijk nooit iets tegen mijn vriend.
C
We schelden elkaar altijd uit. Dat hoort zo als je vrienden bent.
D
Nee. Eigenlijk doen we altijd aardig tegen elkaar.

Slide 9 - Quiz

Heb je wel eens ruzie met je vriend/vriendin?
A
Nooit
B
Altijd, maar hij doet ook nooit wat ik zeg.
C
Soms, maar we maken het altijd snel weer goed.
D
Ik maak nooit ruzie, maar mijn vriend(in) wel

Slide 10 - Quiz

Kun je een vriend/ vriendin
alles vertellen?
A
Ja, natuurlijk. Daar zijn we vrienden voor.
B
Ja, natuurlijk. Maar wel jammer dat hij het altijd gelijk doorvertelt.
C
Nee, ik vertel mijn vriend liever niets over mezelf.
D
Ja vaak wel, maar ik kies zelf wat ik allemaal wil vertellen en delen.

Slide 11 - Quiz

Heb je altijd dezelfde mening als je vriend(in)?
A
Ja, ik vind altijd alles wat hij/zij ook vindt
B
Ja, We houden allebei van Chilli-saus
C
Niet altijd, maar we begrijpen elkaar wel.
D
Wat is dat, een mening?

Slide 12 - Quiz

Wat is jouw manier van
vrienden maken?
A
Ik laat zien wat voor mooie spullen ik heb, zodat iedereen graag vrienden met mij wil zijn.
B
Ik wacht af tot dat er iemand naar mij toe komt en met me wil praten
C
Ik vraag of iemand met mij wil spelen en bespreek wat we dan samen zullen gaan doen.
D
Ik koop leuke cadeaus voor hem of haar

Slide 13 - Quiz

Jouw vriend(in) ligt ziek op bed.
Hij/zij kan niet naar school. Wat doe jij?
A
Je zegt dat hij/zij zich aanstelt en gewoon naar school kan komen.
B
Je wacht tot hij/zij weer op school is.
C
Je gaat hoe dan ook bij hem/haar langs, en neemt wat lekkers mee.
D
Je appt/ belt hem of haar op en wenst beterschap

Slide 14 - Quiz

Je wilt afspreken met je vriend(in), maar hij heeft al iets afgesproken
met een ander...
A
Je zegt dat je het jammer vindt dat hij je laat vallen
B
Je stelt voor om ook te komen. Gezellig toch?
C
Je zegt dat je het begrijpt. Je wenst ze veel plezier
D
Je loopt weg zonder nog iets te zeggen.

Slide 15 - Quiz

Hoe zou je jezelf omschrijven als vriend?
A
Ik ben vaak druk met mijzelf bezig, maar ik ben er wel voor een ander.
B
Ik denk niet vaak aan mijn vriend en geef niet veel om hem/haar
C
Ik troost mijn vriend als hij/zij verdriet heeft, en praat veel met hem/haar
D
Ik ben altijd positief, zorgzaam en zorg dat mijn vriend zich ook altijd happy voelt

Slide 16 - Quiz

Je vriend(in) en jij hebben ruzie.
Wat doe jij?
A
Je blijft stomme appjes sturen. Moet hij maar reageren!
B
Je negeert hem een tijdje. Hij zal ooit wel eens normaal gaan doen
C
Je trekt elke vriend(in) erbij en zet iedereen tegen haar op!
D
Je voelt je naar en kan je niet concentreren. Stiekem wil je het snel goed maken

Slide 17 - Quiz

Ruzies oplossen doe je zo!

Slide 18 - Slide

Vindt je jezelf een goede vriend en klasgenoot?
A
ja, altijd
B
nee, nooit
C
ja, vaak
D
ja, soms

Slide 19 - Quiz

Goed gedaan!

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide