Poser une question

Vraagzinnen & Vraagwoorden


In het Frans kun je op verschillende manieren een vraag stellen. 



1 / 14
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with text slides.

Items in this lesson

Vraagzinnen & Vraagwoorden


In het Frans kun je op verschillende manieren een vraag stellen. 



Slide 1 - Slide

Les buts
Je kunt: 
  • Op 2 manieren een vraag stellen in het Frans
  • Een vraag stellen met een vraagwoord in het Frans

Slide 2 - Slide

Prends le livre (page 36

Lis en silence la grammaire (2 min)

Slide 3 - Slide

Vraag zonder vraagwoord


Tu regardes la télé?

Regardes-tu la télé? (inversie)


Est-ce que tu regardes la télé?

(Est-ce que + gewone zin +?)








Slide 4 - Slide

Vraag zonder vraagwoord


Ils cherchent une boulangerie?

Cherchent-ils  une boulangerie?

Est-ce qu'ils cherchent une boulangerie?



Slide 5 - Slide

Vraag zonder vraagwoord

1. Vous mangez une pizza?
3. Elle fait ses devoirs?

Slide 6 - Slide

Vraag zonder vraagwoord

1. Vous mangez une pizza?
3. Elle fait ses devoirs?

Slide 7 - Slide

Vraag zonder vraagwoord
Fais exercice 30c +30d (5 min alleen)
Compare (vergelijk) les réponses avec ton voisin. (2 min)



Slide 8 - Slide

Prends le livre (page 37)

Lis en silence la grammaire (2 min)

Slide 9 - Slide

Vraag met een vraagwoord

Tu habites ?

 est-ce que tu habites?

habites-tu?


(vraagwoord+est-ce que+gewone zin)

(vraagwoord+inversie+rest)

Slide 10 - Slide

Vraag met een vraagwoord

1. Tu vas quand?
2. Vous allez au collège comment?

Slide 11 - Slide

Vraag met een vraagwoord

Tu vas quand?

Quand vas-tu?
Quand est-ce que tu vas?

Slide 12 - Slide

Vraag met een vraagwoord
Vous allez au collège comment?

Comment allez-vous au collège?
Comment est-ce que vous allez au collège?

Slide 13 - Slide

Vraag met een vraagwoord
Fais ex. 31c+31d (5min)
Compare (vergelijk) les réponses avec ton voisin. (2 min)
Slim stampen grammaire H en ligne

Slide 14 - Slide