Respiratie - Anatomie en fysiologie

1 / 50
next
Slide 1: Slide
DierverzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Respiratie
Anatomie en fysiologie

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Respiratie

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Respiratie = Ademhaling
Respiratiestelsel:
Het respiratiestelsel zorgt samen met de bloedsomloop voor het transport van zuurstof en koolstofdioxide.

Slide 4 - Slide

Respiratie is het Latijnse woord voor ademhaling.

Het wordt vaak gebruikt in medische of biologische contexten om alles aan te duiden wat te maken heeft met de opname van zuurstof en de afgifte van koolstofdioxide.

In de biologie kan “respiratie” ook verwijzen naar cellulaire ademhaling – het proces waarbij cellen energie vrijmaken uit glucose met behulp van zuurstof. Maar in deze context bedoelt men simpelweg de lichamelijke ademhaling: het in- en uitademen via het ademhalingsstelsel.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Drie onderdelen respiratiestelsel
  1. De voorste luchtwegen
  2. De achterste luchtwegen 
  3. De ademhalingsspieren

Slide 6 - Slide

Het ademhalingsstelsel is opgedeeld in drie hoofdonderdelen:

De voorste luchtwegen
Dit zijn de structuren die als eerste in contact komen met de ingeademde lucht. Ze omvatten o.a. de:
  • Neusholte
  • Mondholte
  • Keelholte (farynx)
Deze structuren zorgen voor filtering, verwarming en bevochtiging van de lucht.

De achterste luchtwegen
Dit deel geleidt de lucht verder richting de longen. Het bestaat uit o.a.:
  • Strottenhoofd (larynx)
  • Luchtpijp (trachea)
  • Bronchiën en bronchiolen D
Deze onderdelen zorgen voor het transport van lucht richting de longblaasjes.

De ademhalingsspieren
Deze spieren zijn nodig om de ademhaling mogelijk te maken, vooral:
  • Het middenrif (diafragma)
  • De tussenribspieren 
Ze zorgen ervoor dat de borstholte groter of kleiner wordt, waardoor lucht naar binnen of buiten stroomt.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Ademhalingsspieren
Achterste luchtwegen
Voorste luchtwegen

Slide 8 - Drag question

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions





Kijk naar deze afbeelding.


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Welk deel van het respiratiestelsel wordt hier afgebeeld?

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

Deze slide gaat over de neus van de hond, als onderdeel van de voorste luchtwegen:

De neusspiegel (planum nasale) is het buitenste, vaak natte en koude deel van de hondenneus.

Binnenin wordt de neus verdeeld door het neustussenschot (septum).

De neus bevat neusschelpen (conchae), dit zijn opgerolde structuren van kraakbeen met slijmvlies erop. Ze vergroten het oppervlak voor het opvangen van geurstoffen en het verwarmen/bevochtigen van de ingeademde lucht.
Wat is de functie van de neusschelpen (conchae) in de neus van een hond?
A
Ze regelen de temperatuur van het bloed
B
Ze maken slijm aan voor vertering
C
Ze vergroten het oppervlak voor geur- en luchtbewerking
D
Ze sturen lucht direct naar de longen

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

Deze slide laat zien dat er in de neus van een hond drie neusholten of -gangen zijn:

Dorsale neusgang
  • Ligt bovenin
  • Bevat de reukzintuigen en de reukzenuw ➝ Belangrijk voor geurherkenning
Middelste neusgang

Verbindt met de sinussen (luchtgevulde holtes in de schedel)

Ventrale neusgang
  • Ligt onderin
  • Geleidt de lucht naar de keel (richting luchtpijp en longen)
De afbeeldingen tonen doorsneden van de hondenneus, waarbij de verschillende gangen zijn gelabeld.
Komt de lucht eerst langs het strottenhoofd of de pharynx?
Strottenhoofd
Pharynx

Slide 19 - Poll

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

Deze slide gaat over de keelholte (pharynx), een belangrijk kruispunt voor lucht én voedsel. Er worden twee delen besproken:

Nasopharynx
  • Dit is het bovenste deel van de keelholte, achter de neusholte
  • Voert lucht caudaal (naar achteren) naar het strottenhoofd (larynx) en dan naar de luchtpijp ➝ Deel van de luchtweg
Oropharynx
  • Ligt achter de mondholte
  • Voert voedsel caudaal naar de slokdarm (oesophagus) ➝ Deel van het spijsverteringskanaal
De afbeelding laat mooi zien hoe lucht (bovenlangs) en voedsel (onderlangs) via verschillende routes gaan, gescheiden door o.a. het zachte gehemelte en de epiglottis.

Slide 21 - Slide

Deze slide gaat over het strottenhoofd (larynx) – een belangrijk onderdeel van de voorste luchtwegen. Het strottenhoofd heeft twee hoofdfuncties: lucht geleiden naar de luchtpijp en beschermen tegen verslikken.

De larynx bestaat uit:
  • Kraakbeen (zoals epiglottis, cricoid, thyroid en arytenoid cartilage)
  • Bindweefsel
  • Spierweefsel
De epiglottis (strotklepje) is een belangrijk klepje dat sluit tijdens het slikken, zodat voedsel niet in de luchtpijp komt. Tijdens intubatie wordt dit klepje omlaag gedrukt om toegang tot de luchtpijp te krijgen.

De afbeeldingen tonen:
Links: de binnenkant van de larynx, met stembanden en opening naar de trachea

Rechts: de kraakbenige structuur van het strottenhoofd
Wat is de functie van de epiglottis tijdens het slikken?
A
Voorkomen dat voedsel in de luchtpijp komt
B
Lucht in de trachea laten
C
Geluid maken bij het blaffen
D
Slijm afvoeren uit de neus

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

4

Slide 23 - Video

This item has no instructions

01:06
Waarom moet een dier onder anesthesie zijn voordat je kunt intuberen?

Slide 24 - Open question

Omdat intuberen:
  • Pijnlijk en ongemakkelijk is voor het dier
  • Een sterke kokhalsreflex (larynxreflex) kan opwekken als de hond bij bewustzijn is
  • Stressvol en onveilig is als het dier beweegt of zich verzet
  • Omdat de epiglottis en stembanden alleen goed te passeren zijn als de spieren ontspannen zijn — wat pas gebeurt bij anesthesie.
Kortom: anesthesie zorgt ervoor dat het dier stil, ontspannen en pijnvrij is, zodat de procedure veilig en effectief kan verlopen.
01:52
Hoe heet het instrument dat gebruikt wordt om de bek open te houden en in de keel te kijken?
A
Otoscoop
B
Laryngoscoop
C
Spatel
D
Tang van Kocher

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

01:55
Hoe heet het klepje dat je naar beneden moet drukken om de luchtpijp zichtbaar te maken?
Epiglottis
Larynx

Slide 26 - Poll

This item has no instructions

02:35
Hoe controleer je of de tube goed in de luchtpijp zit?

Slide 27 - Open question

  • Luisteren naar ademgeluiden
  • Kijken of er mist in de tube komt bij uitademing
  • Voelen voor luchtstroom
  • Eventueel gebruik van een capnograaf (CO₂-meting)

Slide 28 - Slide

Deze slide gaat over de luchtpijp (trachea) — het buisvormige orgaan dat lucht van het strottenhoofd naar de longen voert.

De trachea:
  • Bestaat uit U-vormige kraakbeenringen die de luchtweg openhouden. Deze zijn aan de achterkant verbonden met bindweefsel en een dorsale spier.
  • Is aan de binnenkant bekleed met trilhaarepitheel: kleine haartjes die stofdeeltjes en slijm naar boven bewegen richting de keel, waar het kan worden opgehoest of doorgeslikt.
De afbeeldingen laten zien:
  • Een schematische weergave van de trachea en splitsing naar de bronchiën (naar beide longen)
  • De ligging van de trachea in het lichaam van een hond
  • Een microscopisch beeld van het trilhaarepitheel met slijm en deeltjes erop.
Trilhaar epitheel
Kraakbeen- ringen
Trachea
Vervoert lucht van de larynx naar de bronchiën
Houden de luchtpijp open
Verplaatst slijm en stof naar boven

Slide 29 - Drag question

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Slide 31 - Slide

Deze slide gaat over de achterste luchtwegen: de luchtwegvertakkingen na de luchtpijp.
De luchtweg vertakt zich in stappen:
  1. De trachea splitst in twee hoofdbronchiën (één naar elke long).
  2. De hoofdbronchiën vertakken zich verder in kleinere bronchiën.
  3. Die gaan over in bronchioli — dit zijn fijne luchtwegvertakkingen die geen kraakbeen meer bevatten.
  4. De bronchioli eindigen in alveoli (longblaasjes), waar gaswisseling plaatsvindt: zuurstof in, CO₂ eruit.


Plaats de volgende woorden op de juiste volgorde:
alveoli/bronchiën/bronchioli

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

Deze slide gaat over de longen van de hond, het eindstation van de luchtwegen waar de gaswisseling plaatsvindt.

Belangrijke punten:
  • De longen liggen in de borstholte, omgeven door ribben.
  • Ze bestaan uit verschillende longkwabben (lobben), zoals zichtbaar op de afbeeldingen:
  • De rechterlong heeft meestal meer kwabben dan de linker.
  • Onder de longen ligt het diafragma (middenrif) — een spier die essentieel is voor het in- en uitademen. Bij samentrekken vergroot het de borstholte, waardoor lucht wordt aangezogen.


Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Op welk cijfer wordt het diafragma afgebeeld?
A
1
B
2
C
3

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Slide 36 - Slide

Deze slide bespreekt de longvliezen (pleurae) en het mediastinum, twee belangrijke onderdelen van de borstholte:

Longvliezen (pleurae)
Bestaan uit twee lagen:
  1. Longvlies: ligt tegen de longen aan
  2. Borstvlies: ligt tegen de binnenkant van de borstkas aan
Daartussen zit de pleuraholte, een smalle ruimte gevuld met een beetje vocht — dit zorgt ervoor dat de longen soepel kunnen bewegen bij het ademen.

Mediastinum
De ruimte tussen de longen, begrensd:
  • Ventraal door het borstbeen
  • Dorsaal door de wervelkolom
Hierin liggen o.a. het hart, de luchtpijp, slokdarm, grote bloedvaten, zenuwen en lymfeklieren.

De afbeelding laat een dwarse doorsnede van de borstholte zien waarin deze structuren zijn benoemd.
Neusholte
Keelholte
Strotten-
hoofd
Luchtpijp
Cavum nasale
Larynx
Trachea
Pharynx

Slide 37 - Drag question

This item has no instructions

Longblaasjes
Longvlies
Longen
Middenrif
Alveoli
Pulmones
Diaphragma
Pleura visceralis

Slide 38 - Drag question

This item has no instructions

Neus
Neusholte
Keelholte

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Slide 50 - Slide

This item has no instructions