H2S2S3 John Locke, Rousseau en Montesquieu

H2S1 voltaire
1 / 10
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 10 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

H2S1 voltaire

Slide 1 - Slide

Om welke verlichte gedachtegang stond Voltaire bekend?

Slide 2 - Open question

Voltaire
Godsdiensttolerantie:
God als horlogemaker: Voltaire stelde zich God voor als een horlogemaker.
Dit betekent dat hij dacht dat God de wereld had gemaakt zoals een horlogemaker een klok maakt. Eenmaal gemaakt, loopt de klok vanzelf. Hij geloofde sterk in de vrijheid van zelf denken en had kritiek op de georganiseerde religies.


Natuurwetten: Volgens Voltaire werkte de wereld volgens natuurwetten, net zoals een klok werkt volgens mechanische regels. Deze natuurwetten bepalen hoe alles in de wereld werkt.
God trekt zich terug: Voltaire geloofde dat God, nadat hij de wereld had gemaakt, zich terugtrok en zich niet meer bemoeide met wat er in de wereld gebeurde. 


Slide 3 - Slide

H2: Ik kan een beeld vormen van de Verlichting, door:
2.1 Je kan de verlichte gedachtegang van Voltaire omschrijven. (r) (6.3.2)
2.2 Je kan de verlichte gedachtegang van John Locke omschrijven. (r) (6.3.3)
2.3 Je kan de verlichte gedachtegang van Rousseau omschrijven. (r). (6.3.3)
2.4 Je kan de verlichte gedachtegang van Montesquieu omschrijven. (r) (6.3.3)
2.5 Je kan uitleggen welke verlichte gedachtegang je voor jezelf het belangrijkste vindt. (i)

Slide 4 - Slide

De Engelsman John Locke stelde dat alle mensen vrij en gelijk worden geboren. Iedereen bezit dus ook dezelfde grondrechten: een soort basisrechten voor elk mens.



Overleg in tweetallen: wat moet volgens jullie belangrijke grondrechten zijn?
Bron 1: John Locke

Slide 5 - Slide

De Engelsman John Locke stelde dat alle mensen vrij en gelijk worden geboren. Iedereen bezit dus ook dezelfde grondrechten, zoals het recht op vrijheid, leven en bezit. Locke stelde dat het de taak van de koning was om deze rechten te bewaken. Vroeger werd de macht aan de koning gegeven door de burgers. Dit betekende dat als de koning zijn taak verwaarloosde of zijn macht misbruikte, het volk hem mocht afzetten. De absolute vorsten wilden hier niets meer van weten. Als absolute vorsten eenmaal de macht hadden, vonden de vorsten dat het volk niets meer te vertellen had. Locke wilde dit dus terugdraaien. Deze ideeën waren volledig in tegenspraak met de
absolutistische standenmaatschappij.
Bron 1: John Locke

Slide 6 - Slide

De Fransman Jean-Jacques Rousseau ging nog een stap verder. Rousseau vond dat het volk van nature goed is en de macht moest hebben. Hij had kritiek op de standenmaatschappij dat voor ongelijkheid zorgde. Gelijkheid was alleen mogelijk als de democratie zou worden ingevoerd. 
Bron 2: Rousseau

Slide 7 - Slide

Een andere belangrijke visie op machtsverdeling is de driemachtenleer van Montesquieu. Montesquieu kwam tot de conclusie dat een alleenheerser zijn macht altijd zou misbruiken. Dit was volgens hem een 'natuurwet die gold voor de samenleving'. Montesquieu beschreef ook hoe dit opgelost kon worden. De absolute macht moest volgens hem in drieën worden gedeeld: in de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Voorbeelden van deze driedeling in de praktijk zijn een gekozen volksvertegenwoordiging en onafhankelijke rechters.
Bron 3: Montesquieu 

Slide 8 - Slide

Driemachtenleer van Montesquieu. 
Wetgevende macht                                 Uitvoerende macht
NL: Staten-Generaal 
(1e+2e kamer)
NL: Regering 
(koning en ministers)
NL: Rechters en OM

Slide 9 - Slide

S2.2 John Locke:
- Vond dat alle mensen vrij en gelijk geboren waren en hebben recht op grondrechten, zoals het recht op vrijheid, leven en bezit. 
- Hij vond dat de koning de taak had deze rechten te bewaken en afgezet door het volk mocht worden als de koning zijn taak niet goed uitvoerde.

S2.3: Rousseau
Hij had kritiek op de standenmaatschappij dat voor ongelijkheid zorgde. Gelijkheid was alleen mogelijk als de democratie zou worden ingevoerd.  

S2.3: Montesquieu
Montesquieu kwam tot de conclusie dat een alleenheerser zijn macht altijd zou misbruiken en hij bedacht de driemachtenleer: uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht. 
                                                                     Klaar? Opdrachten paragraaf 6.3

Slide 10 - Slide