VS Zutphen 11VWO - 1 Schaarste en ruil

Schaarste en ruil
1 / 15
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 15 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Schaarste en ruil

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
Voorstellen (5 minuten)
Leerdoelen & inleiden (10 minuten)
Theorie & opgaven / pauze (2*25 minuten)
Spel met de bel (10 minuten)
Reflecteren / volgende week (5 minuten)

Slide 2 - Slide

Voorstellen en Vraag
Wijnand Jakobs
Docent economie IO


(help me met ...)
Klasse management
...

Slide 3 - Slide

Wat gaan we doen?
Voorstellen (5 minuten)
Leerdoelen & inleiden (5 minuten)
Theorie & opgaven / pauze (2*25 minuten)
Spel met de bel (10 minuten)
Reflecteren / volgende week (5 minuten)

Slide 4 - Slide

Leerdoelen
Begrippen:
Schaarste, vrije goederen, alternatief aanwendbaar, arbeidsdeling, directe ruil (in natura), transactiekosten, indirecte ruil, ruilmiddel, rekenmiddel, spaarmiddel.

Begrijpen:
  • De economische invalshoek: Behoefte, middelen en schaarste.
  • Soorten ruil en bijbehorende transactiekosten, functies van geld.
  • Sectoren en formele en informele circuit. 




Slide 5 - Slide

Actualiteit

Slide 6 - Slide

Wat gaan we doen?
Voorstellen (5 minuten)
Leerdoelen & inleiden (10 minuten)
Theorie & opgaven / pauze (2*25 minuten)
Spel met de bel (10 minuten)
Reflecteren / volgende week (5 minuten)

Slide 7 - Slide

De economische invalshoek: Behoefte, middelen en schaarste
De belangrijkste economische stroming zegt:
  • De behoeften van mensen zijn verschillend maar eindeloos.
  • De middelen (KANO) zijn niet eindeloos dus relatief schaars (soms zelfs absoluut).
  • en dus moet je keuzes maken met je eigen (alternatief aanwendbare) middelen.
  • Die keuzes baseer je op laagste opofferingskosten (gemiste baten beste alternatief)

  • Er bestaan niet schaarse goederen: Wind, Lucht, Zon, ....
  • Met middelen produceren we goederen en diensten. 

Maken opdracht 1.3 / 1.4

Slide 8 - Slide

Soorten ruil en bijbehorende transactiekosten, functies van geld.
  • Historisch gezien: Directe ruil (in natura) ... een geit voor een zak graan.
  • Veel efficiënter bleek echter arbeidsdeling/specialisatie ... 
  • Directe ruil nagenoeg onmogelijk: de transactiekosten zijn immens.
  • Dus indirecte ruil met een ruilmiddel ... uiteindelijk geld.

Functies van geld:
  • Ruilmiddel.
  • Rekenmiddel.
  • Spaarmiddel.

Maken opdracht 1.9

Slide 9 - Slide

Sectoren en formele en informele circuit. 
Marktsector (vrij):
  • Prijsbepaling door vraag (consument) en aanbod (producent).
Niet-marktsector (gereguleerd):
  • De overheid en non-profitsector bepalen de prijs niet of niet door vraag en aanbod.

  • Markten waar de belastingregels worden toegepast ... formele circuit, formele economie, geregistreerd, wit.
  • Markten waar de belastingregels NIET worden toegepast ... informele circuit, informele economie, niet geregistreerd, grijs of zwart.

Maken opdracht 1.16

Slide 10 - Slide

Wat gaan we doen?
Voorstellen (5 minuten)
Leerdoelen & inleiden (10 minuten)
Theorie & opgaven / pauze (2*25 minuten)
Spel met de bel (10 minuten)
Reflecteren / volgende week (5 minuten)

Slide 11 - Slide

Spel met de bel!
  • Ik heb 10 vragen over hoofdstuk 7 voor jullie.
  • Ik stel de vraag aan een willekeurige leerling:
    > Antwoord goed, volgende leerling, volgende vraag.
    > Antwoord fout, volgende leerling, opnieuw bij vraag 1.
  • 10 vragen goed ... jullie winnen, maximale tijd 5 minuten.

    >>> Zijn  er vragen?
timer
5:00

Slide 12 - Slide

Wat gaan we doen?
Voorstellen (5 minuten)
Leerdoelen & inleiden (10 minuten)
Theorie & opgaven / pauze (2*25 minuten)
Spel met de bel (10 minuten)
Reflecteren / volgende week (5 minuten)

Slide 13 - Slide

Leerdoelen
Begrippen:
Schaarste, vrije goederen, alternatief aanwendbaar, arbeidsdeling, directe ruil (in natura), transactiekosten, indirecte ruil, ruilmiddel, rekenmiddel, spaarmiddel.

Begrijpen:
  • De economische invalshoek: Behoefte, middelen en schaarste.
  • Soorten ruil en bijbehorende transactiekosten, functies van geld.
  • Sectoren en formele en informele circuit. 




Slide 14 - Slide

Reflecteren / volgende week
* Was duidelijk wat ik van jullie verwachte?
*Ging ik in op jullie individuele vragen?
* Hebben jullie suggesties?

Komende week:
Maak de opgaven bij hoofdstuk 1. 

Slide 15 - Slide