Fz = Zwaartekracht (N) m = massa (kg) g = valversnelling (N/kg of m/s2) (binas!!)
LET OP!!! massa is GEEN gewicht
Slide 4 - Slide
Krachten en werkthuigen
Door de verhouding in de hefboom => lange arm kost weinig kracht en korte arm kost veel kracht
Hefboomregel; Werkarm N keer zo groot als lastarm <=> dan is de last N keer zo groot als de werkkracht
GT: F1 x l1 = F2 x l2
Slide 5 - Slide
De vaste katrol
Een vaste katrol zit VAST
Een vaste katrol draait de kracht om =>
Richting veranderd én de
grootte v/d kracht veranderd NIET
Slide 6 - Slide
De losse katrol
Einde touw zit vast!
Een losse katrol maakt ons sterker.
De last wordt verdeeld over het aantal touwen waaraan de katrol hangt.
Slide 7 - Slide
Takel
Combinatie van twee of meer katrollen (vast en los)
Voordeel:
De last wordt verdeeld over de touwen
Nadeel:
Wat je wint aan kracht verlies je aan afstand; Dus 1 meter omhoog => 2 meter touw inhalen
Slide 8 - Slide
Druk berekenen:
druk hangt af van kracht en oppervlakte
kracht
Kracht (F) berekenen je met de volgende formule:<div><br></div><div>F = m x g </div><div><br></div><div>F = kracht in Newton (N)</div><div>m = massa in kilogram (kg)</div><div>g = valversnelling in newton per kg (N/kg), deze is op aarde altijd 10 N/kg</div>
eenheden
De druk kan je berekenen in verschillende eenheden.<div>1 Pa = 1 N/m2</div>