11.1 Geslachtsorganen

4.1 geslachtsorganen

  • Organismen zorgen voor voortbestaan eigen soort. 

  • 2 vormen/manieren:
    - Geslachtelijke (seksuele) voortplanting:
    combineren van DNA, jong (uniek) individu creëren.
    - Ongeslachtelijke (aseksuele) voortplanting:
    één organisme maakt kopie van zichzelf.
    Grotere kans genetische afwijking d.m.v mutaties.

1 / 12
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

4.1 geslachtsorganen

  • Organismen zorgen voor voortbestaan eigen soort. 

  • 2 vormen/manieren:
    - Geslachtelijke (seksuele) voortplanting:
    combineren van DNA, jong (uniek) individu creëren.
    - Ongeslachtelijke (aseksuele) voortplanting:
    één organisme maakt kopie van zichzelf.
    Grotere kans genetische afwijking d.m.v mutaties.

Slide 1 - Slide

Waarom voortplanten? 
  • Organismen zorgen voor voortbestaan eigen soort. 

  • 2 vormen/manieren:
    - Geslachtelijke (seksuele) voortplanting:
    combineren van DNA, jong (uniek) individu creëren.
    - Ongeslachtelijke (aseksuele) voortplanting:
    één organisme maakt kopie van zichzelf.
    Grotere kans genetische afwijking d.m.v mutaties.

Slide 2 - Slide

Vooraanzicht:
Zij-aanzicht:

Slide 3 - Slide

Teelballen: 
  • Balzak (scrotum). Optimum temp. ± 34 °C. 

  • Teelballen = zaadbal (testis) + bijbal. 

  • De zaadbal: productie zaadcellen +
     testosteron

  • De bijbal: opslag zaadcellen. 

Slide 4 - Slide

De zaadleider, prostaat en zaadblaasjes:
  • Zaadleider: transport zaadcellen.

  • Prostaat + zaadblaasjes:
    - Toevoegen voedingsstoffen + vocht bij zaadcellen = sperma
    (nu pas mag je het sperma noemen!)
    - Spiertje prostaat drukt de blaas dicht.
    (tegengaan plassen na zaadlozing, urine is niet goed
    voor de zaadcellen).

  • Voorvocht: vagina minder zuur- en schoonmaken (urinebuis).

Slide 5 - Slide

De penis:
  • Onderdelen: Schacht + eikel.


  • De schacht: zwellichamen + urinebuis.

  • Erectie: zwellichamen gevuld met bloed. 

  • Eikel: gevoelig onderdeel penis.

  • Ejaculatie = zaadlozing.

Slide 6 - Slide

Vooraanzicht: 

Slide 7 - Slide

Het vrouwelijk geslachtsorgaan:
  • De functie: Voortplanten. 
  • Hormoon: Oestrogeen (eierstokken)
  • Product: eicellen (laten rijpen, vanaf geboorte aanwezig). 
  • Vruchtbaarheid: vanaf 1e menstruatie

  • Vrouwenbesnijdenis (fysieke gevolgen)
    - traditie en religie
    - veel landen verboden

Slide 8 - Slide

Vagina en baarmoeder:
  • Geslachtsgemeenschap.

  • Vagina: erg zuur – dood bacteriën.


  • Baarmoederwand (gespierd) bekleed met dik
     doorbloed vlies = baarmoederslijmvlies.
  • Baarmoederslijmvlies: Groei + ontwikkeling embryo /foetus. 

  • Geen innesteling zygote (=bevruchte eicel)?
     Afstoting baarmoederslijmvlies = menstruatie.



Slide 9 - Slide

Eierstokken en eileider:
  • Onrijpe eicellen: vanaf geboorte in rust
     aanwezig in eierstokken (ovaria). 
  • Formaat eicel: voedingsstoffen
  • Eierstokken:
      - eicelrijping
      - aanmaak oestrogeen. 
  • Na de rijping volgt eisprong = ovulatie.

  • Bevruchting in eileider.
  • Bron 5 blz. 129 en bron 8 blz. 130 KK. 

Slide 10 - Slide

Ovulatie (eisprong):
  • Jonge follikel = Eicel + laagje omringende cellen
    (voorzien eicel van voeding) 

  • Geel lichaam: overgebleven cellen na de ovulatie.
     Maakt progesteron (hormoon).

Slide 11 - Slide

Wat te doen?
In de les: maken afsluiting diagnostische toets basisstof 1 (opdracht 1, 2 en 3) 
<5/9 goed? -->  Je beheerst de stof nog onvoldoende. Zorg ervoor dat je de stof nog een keer leert door:
-Leerdoelen veranderen in leervragen en deze beantwoorden/uitwerken
-Overhoren met flitskaarten
-Eigen samenvatting maken

>5/9 goed? --> Je beheerst de stof voldoende. 
1.Maak een woordweb gebruik hierbij verschillende kleuren om de begrippen te categoriseren. 
Maken opdracht 6, 7c, 8

Slide 12 - Slide