This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Module-inzicht:Je kunt stoppen met uitstellen.
Lesinzicht: Iets kost minder wilskracht wanneer je er een gewoonte van maakt. Een gewoonte begint wanneer je iets opmerkt. Door duidelijke aanwijzingen in je omgeving te creëren is de kans groter dat je het ook daadwerkelijk gaat doen.
Benodigdheden (voor elke leerling):
- het werkblad 'Gebruik je omgeving' voor elke leerling.
Na deze les
Weet je hoe je ervoor kan zorgen dat je makkelijker aan je huiswerk kunt beginnen.
Slide 2 - Slide
Lees de slide voor.
Leerdoelen:
De leerling kan uitleggen wat wilskracht is.
De leerling kan uitleggen waarom we van onze gewoontes kunnen leren.
De leerling kan benoemen uit welke stappen een gewoonte bestaat.
De leerling kan uitleggen wat de eerste stap van een gewoonte inhoudt.
De leerling kan zijn/haar omgeving slim inzetten, zodat iets minder wilskracht kost.
De leerling kan een duidelijk plan maken om duidelijker te maken wat hij/zij gaat doen.
Wallsit-challenge!
Ga tegen de muur zitten zoals op het plaatje. Als je het niet meer volhoudt, kijk je naar de stopwatch en onthoud je je tijd.
stopwatch
00:00
Slide 3 - Slide
Laat de leerlingen een plek bij de muur opzoeken en laat ze de Wallsit aannemen zoals op het plaatje op de slide. Wacht totdat iedereen klaar zit en zet de timer aan. Laat de leerlingen onthouden hoe lang ze het hebben volgehouden.
Extra informatie
Als er niet genoeg ruimte is, kunnen leerlingen ook een zittende houding naast hun stoel vasthouden.
Wallsit-challenge 2.0
We gaan het nog een keer doen! Houd het net zolang vol tot dat het filmpje klaar is.
Kijk hoelang je het nu kunt volhouden.
timer
2:30
Slide 4 - Slide
Leerlingen gaan nog een keer de Wallsit doen, alleen dan met een motiverend filmpje. Zet eerst de timer aan (deze loopt deze keer af) en dan het filmpje. Geef aan dat de timer deze keer afloopt.
Extra informatie
Door het motiverend filmpje en aftellende timer kunnen de meeste leerlingen de Wallsit langer volhouden.
Wat jij kan doen
Misschien kon je het de tweede keer wat langer volhouden dan de eerste keer, omdat er een 'motiverend' filmpje aan stond en er een timer aftelde.
Je kunt dus zelf iets veranderen, zodat het minder wilskracht kost.
Slide 5 - Slide
Laat de leerlingen delen of het gelukt is om deze keer langer de wallsit vast te houden en bespreek waarom zij denken dat dit zo is.
Extra informatie
Leerlingen ervaren dat door iets in de omgeving te veranderen een taak makkelijker vol te houden is.
Slide 6 - Video
Speel het filmpje af.
Extra informatie
In dit filmpje wordt uitgelegd wat wilskracht is, waarom we kunnen leren van onze gewoontes en uit welke stappen een gewoonte bestaat. Uit het onderzoek van Roy Baumeister blijkt dat je wilskracht op kan raken. Het is dus belangrijk om te kijken hoe we dingen makkelijker gedaan krijgen, waardoor het minder wilskracht kost. Omdat onze gewoontes weinig wilskracht kosten, is het interessant om te kijken hoe een gewoonte precies in elkaar zit.
Wat vind jij moeilijk?
Kies een van de onderstaande dingen waar jij nu moeite mee hebt of bedenk zelf iets wat je lastig vindt.
Op tijd beginnen met huiswerk maken
Minder afgeleid raken door mijn telefoon
2 of meer keer sporten in de week
Anders, namelijk...
Slide 7 - Slide
Laat de leerlingen in hun boek of op hun werkblad opschrijven waarvan ze graag een gewoonte willen maken. Zo kunnen ze hun eigen antwoord terugvinden, wat nodig is voor de vervolgopdrachten.
Extra informatie
De leerlingen kunnen op de volgende slide hun gewoonte invullen
Waarvan wil jij dat het minder wilskracht kost?
Slide 8 - Open question
Laat de leerlingen hun gewoonte invullen
Vraag een aantal leerlingen of ze hun gewoonte willen toelichten.
Extra informatie
De leerlingen gaan de komende wilskracht lessen met deze gewoonte aan de slag.
Een gewoonte bestaat uit
4 stappen:
1. Opmerken
2. Willen
4. Belonen
3. Doen
Slide 9 - Slide
Laat de slide zien en herhaal de vier stappen waaruit een gewoonte bestaat. Deze zijn ook uitgelegd in het filmpje, dus herhaal kort en kijk of de leerlingen het snappen.
Extra informatie
Om de stappen uit te leggen nemen we het voorbeeld van de gewoonte 'tandenpoetsen'.
Stap 1 - Opmerken: Bij het tandenpoetsen gaat het om het zien van je tandenborstel, het proeven van een nare smaak in je mond of het gevoel dat het tijd is om naar bed te gaan.
Stap 2 - Willen: Wanneer je je tandenborstel ziet staan of wanneer het bedtijd is word je eraan herinnerd dat het poetsen van je tanden leidt tot een beloning: een frisse adem. Dat zorgt ervoor dat je je tanden wilt gaan poetsen.
Stap 3 - Doen: De daadwerkelijke actie die je uitvoert: tandenpoetsen
Stap 4 - Belonen: Na het uitvoeren van het gedrag ervaar je een beloning. Deze beloning zorgt ervoor dat het logisch wordt om het gedrag opnieuw te doen. In dit geval is de beloning de frisse smaak in je mond.
Jouw omgeving
Een gewoonte begint wanneer je iets opmerkt. Dit is dus alles wat je ziet, ruikt, proeft, hoort of voelt. Dit zorgt ervoor dat jij onthoudt wat je moet of wil doen.
Slide 10 - Slide
Lees de slide voor.
Extra informatie:
Een gewoonte begint wanneer je iets opmerkt. Daarom is het belangrijk om de kans dat je iets opmerkt zo groot mogelijk te maken. Je kunt hiervoor slim gebruik maken van je omgeving door iets bijvoorbeeld duidelijk in het zicht te leggen of juist in een andere kamer te leggen, zodat je het niet meer opmerkt.
Door je omgeving te veranderen kun je het voor jezelf moeilijker of makkelijker maken om iets uit te voeren.
Gebruik je omgeving
In het volgende filmpje zie je hoe je iets in de omgeving kunt veranderen, waardoor het minder wilskracht kost.
Slide 11 - Slide
Klik de slide verder naar het volgende filmpje.
Slide 12 - Video
Speel het filmpje af.
Extra informatie
Het filmpje toont aan wat de invloed kan zijn van een kleine verandering in de omgeving. In dit geval leidt bijvoorbeeld het maken van lijnen op de vloer richting de trap tot het vaker gebruiken van de trap door bezoekers van de bibliotheek. Zo'n kleine verandering die een zetje geeft in de goede richting noemen we een 'nudge'. Dit kan je ook gebruiken om jezelf te helpen om iets sneller te gaan doen.
Wat ga jij veranderen?
Pak je werkblad erbij.
Wat kan jij veranderen in jouw omgeving?
Slide 13 - Slide
Voor deze opdracht hebben de leerlingen het werkblad nodig.
Laat de leerlingen de opdracht maken.
Vraag aan een aantal leerlingen wat ze hebben opgeschreven.
Extra informatie
Je kunt je omgeving aanpassen, zodat je makkelijker met je schoolwerk aan de slag gaat. Wanneer je bijvoorbeeld je schooltas in het zicht zet, herinner je jezelf eraan dat je moet leren voor die ene belangrijke toets. Andersom kan je ook iets aan je omgeving veranderen om te stoppen met een gewoonte. Door dingen weg te halen zorg je ervoor dat je ze niet kan opmerken. Zet bijvoorbeeld de meldingen van je telefoon uit als je niet wilt worden afgeleid of leg hem in een andere kamer.
Na deze les
Weet je hoe je iets dat je moet doen
leuker kan maken.
Slide 14 - Slide
Lees de slide voor.
Leerdoelen:
De leerling kan benoemen wat de voordelen zijn als je ergens een spel van maakt.
De leerling kan van een uitdaging een spel maken.
De leerling weet hoe hij/zij dingen leuker kan maken, zodat het minder wilskracht kost.
De leerling kan uitleggen waarom het nuttig is om iets leuker te maken.
De leerling weet hoe hij/zij leren leuker kan maken.
Hoofdrekenen
Schrijf nummer 1 t/m 10 op je blaadje.
In het filmpje op de volgende slide zie je achter elkaar een aantal rekensommen.
Schrijf het antwoord op iedere som snel op je blaadje.
Aan het eind van het filmpje zie je de goede antwoorden.
Slide 15 - Slide
Lees de slide voor.
Zorg ervoor dat de leerlingen de sommen zelfstandig oplossen.
Op de volgende slide kun je het filmpje starten.
Slide 16 - Video
This item has no instructions
Hoe leuk vond je het om deze opdracht te doen?
Slide 17 - Poll
Laat de leerlingen de vraag beantwoorden.
Extra informatie
Leerlingen denken na over hoe leuk ze deze opdracht vonden. Later in de les komen we hierop terug.
Maak het leuk
Om ervoor te zorgen dat je iets ook echt gaat doen helpt het om het leuker te maken voor jezelf. Het kost minder wilskracht om iets te doen als je het leuk vindt! Denk bijvoorbeeld aan het spelen van een spel.
Slide 18 - Slide
Lees de slide voor.
Extra informatie
Na het opmerken, is het willen de volgende stap van een gewoonte. Na het zien van je tandenborstel word je eraan herinnerd dat het poetsen van je tanden voor een lekkere smaak zorgt. De verwachting van een beloning of een prettige ervaring, maakt het makkelijker om tot actie over te gaan. Wanneer we een beloning verwachten, neemt de hoeveelheid dopamine (ons gelukshormoon) in onze hersenen toe waardoor we ons gemotiveerder voelen om het gedrag uit te voeren. Het kost dan nog maar weinig wilskracht om het ook echt te gaan doen.
Rekenwedstrijd
Op de volgende slide staat een opdracht waarmee jullie weer gaan oefenen met hoofdrekenen. Dit keer in de vorm van een wedstrijd.
Slide 19 - Slide
Lees de slide voor.
Extra informatie:
'Je kunt invloed uitoefenen op je eigen gedrag' is het kerninzicht van deze module. Met het oefenen met rekenen bij de check hebben we leerlingen laten ervaren hoe het is om gewoon aan de slag te gaan met een 'saaie' opdracht. Op de volgende slide is het tijd om dezelfde opdracht te gaan doen, maar dan in spelvorm.
Rekenwedstrijd
1.Maak tweetallen.
2.Houd één hand achter je rug en steek een aantal vingers op. Je mag zelf kiezen hoeveel vingers je opsteekt.
3.Tel samen af van 3 naar 0, en bij '0' laten jullie allebei jullie hand zien
4.Tel het aantal vingers dat jij én het aantal vingers dat je tegenstander hebben opgestoken bij elkaar op.
5. Roep zo snel mogelijk het goede antwoord.
6. Herhaal stap 2 t/m 5 nog twee keer. De leerling die het vaakst gewonnen heeft, gaat door naar de volgende ronde.
7.De winnende leerlingen zoeken elkaar op en gaan nu tegen elkaar. De verliezende leerling gaat de ander aanmoedigen.
8. Herhaal stap 2 t/m 7 tot er één uiteindelijke winnaar is.
Slide 20 - Slide
Lees de slide voor.
Laat de leerlingen tweetallen vormen.
Motiveer leerlingen om als ze hebben verloren, de winnaar echt aan te moedigen bij de volgende wedstrijd.
Extra informatie:
Leerlingen gaan een 'competitie' doen, waarbij ze tegen elkaar gaan strijden. De opdracht staat uitgelegd op de slide. Wanneer de leerlingen klaar zijn met ronde 1 (stap 1 t/m 7), begint ronde 2. De winnaars uit ronde 1 gaan tegen elkaar. Als deze ronde klaar is, begint ronde 3. De winnaars uit ronde 2 gaan nu tegen elkaar. Zo ga je verder tot er uiteindelijk één leerling de winnaar is.
Vond je het nu leuker om de opdracht te doen?
Ja
Nee
Slide 21 - Poll
Laat de leerlingen de vraag beantwoorden.
Extra informatie
Leerlingen denken na over hoe leuk ze deze opdracht vonden. Later in de les komen we hierop terug.
Je kunt moeilijke dingen leuker maken door...
het samen te doen.
leuke pauzes te houden.
je lievelingsmuziek te luisteren.
lekkere snacks te hebben.
op een fijne plek te gaan zitten, bijvoorbeeld buiten.
een nieuwe manier van leren te proberen.
er een spel of wedstrijdje van te maken.
Slide 22 - Slide
Lees de slide voor
Extra informatie
De volgende slide gaat dieper in op het maken van een spel voor je uitdaging.
Na deze les...
Is het een stuk makkelijker om met die ene vervelende taak te beginnen!
Slide 23 - Slide
Lees de slide voor.
Leerdoelen:
De leerling weet hoe hij/zij het zichzelf zo makkelijk mogelijk kan maken om ergens mee aan de slag te gaan.
De leerling weet wat de 2-minuten-challenge is en hoe hij/zij deze kan toepassen.
Stel je voor...
Slide 24 - Slide
Lees de slide voor.
Laat de leerlingen kiezen of zij hun ogen dichtdoen of naar een punt voor zich kijken.
Het is belangrijk dat de leerlingen echt even helemaal stil zijn, zodat zij de geschetste situatie goed voor kunnen stellen en bewust worden van wat er met hen gebeurt op het moment dat zij een dergelijke taak krijgen.
Extra informatie: De leerlingen gaan naar een audiofragment luisteren waarin zij zich moeten voorstellen dat zij een vervelende taak krijgen, namelijk het schrijven van een verslag. Dit verslag moet nog snel ingeleverd worden ook, waardoor het nog wat vervelender wordt. Uiteindelijk zullen de leerlingen dit verslag niet echt hoeven te maken, maar gaat het erom dat zij zich bewust worden van wat er met hen gebeurt als ze een vervelende, grote taak krijgen.
Begin maar aan dit verslag!
Slide 25 - Slide
Geef de leerlingen de taak om aan deze opdracht te beginnen.
Doe alsof je het echt meent en zeg bijvoorbeeld dat de leerlingen hun spullen erbij moeten pakken om te gaan beginnen. Houd dit ook even vol.
Als (bijna) iedereen echt doorheeft dat het geen grap is en wellicht een klein beetje in paniek raakt, kun je doorgaan naar de volgende slide ("Geintje natuurlijk!").
Extra informatie:
Het doel van deze opdracht is om een situatie te creëren waarin leerlingen bewust worden van hoe zij omgaan met een vervelende, grote taak die zij krijgen. Hier hebben ze namelijk wilskracht voor nodig om aan te beginnen.
Slide 26 - Video
Speel het filmpje af.
Geintje natuurlijk!
Dit was om te kijken wat er nu gebeurt als je een grote, vervelende taak moet doen waar je veel wilskracht voor nodig hebt.
Slide 27 - Slide
Lees de slide voor.
Bespreek met de leerlingen wat er bij hen gebeurde toen ze de opdracht kregen: Wat gebeurde er bij je toen je de taak kreeg? Wist je hoe je eraan moest beginnen? Wat gebeurt er normaal gesproken als je zo'n taak krijgt? Hoe begin je dan? Wat zorgt ervoor dat het moeilijk is om eraan te beginnen?
Maak het makkelijk
Om echt aan de slag te gaan met dat wat je wilt of moet doen, is het belangrijk dat je het zo makkelijk mogelijk maakt om te beginnen.
Slide 28 - Slide
Lees de slide voor.
Extra informatie
Bij deze stap gaat het om het voor jezelf zo makkelijk mogelijk te maken om aan de slag te gaan. Mensen zijn van nature namelijk geneigd om te kiezen voor de makkelijkste optie.
Uit onderzoek is gebleken dat mensen eerder geneigd zijn om de weg van de minste moeite te nemen, indien de beloning vergelijkbaar is. Dit fenomeen wordt ook wel de "Law of least effort" genoemd. Het is dus niet gek dat wanneer je thuis bent gekomen en op de bank ploft je eerder geneigd bent om nog even een serie te kijken dan op te staan en al je schoolwerk erbij te pakken. Het helpt daarom om het gewenste gedrag zo laagdrempelig mogelijk te maken.
Wat is een taak of opdracht waar je nu aan zou kunnen beginnen, maar waar je geen zin in hebt?
Slide 29 - Open question
Laat de leerlingen de vraag beantwoorden.
Voordat je begint...
Beginnen wordt makkelijker als je weet wat ervoor nodig is om ook écht te beginnen.
Slide 30 - Slide
Lees de slide voor.
Wat zijn de stappen die je moet zetten om ook écht aan de taak te beginnen?
Slide 31 - Open question
Laat de leerlingen de vraag beantwoorden.
Extra informatie:
Je kunt hierbij denken aan:
Mijn spullen klaarleggen op mijn tafel.
Mijn agenda pakken.
Opzoeken in mijn agenda wat het huiswerk is.
Mijn boek uit mijn kluisje halen.
Mijn tas pakken
Etc.
Twee Minuten (t)Opstart
Je krijgt nu twee minuten om alles te doen wat je moet doen om echt te kunnen starten met jouw taak.
timer
2:00
Slide 32 - Slide
Leg de informatie die hieronder staat aan de leerlingen uit.
Zet de timer aan en laat de leerlingen alles klaarleggen, zodat ze gelijk kunnen starten met hun taak.
Stop de leerlingen als de timer om is.
Extra informatie
Soms is een opgave zo groot dat je het uitstelt om er aan te beginnen. In dit geval helpt het om de stappen zo klein mogelijk te maken om eraan te beginnen. Dit is wat je bij de 2-minuten-challenge ook doet: in plaats van dat je in één keer een heel verslag gaat schrijven, zoek je in twee minuten eerst op wat je precies moet doen en leg je alles klaar, zodat de drempel om eraan te beginnen weer een stukje lager ligt. Als dit begin er eenmaal is, wordt het een stuk makkelijker om een taak ook echt te gaan doen.
Vijf Minuten Vlammer
Nu staat niets je meer in de weg! Ga nu vijf minuten aan de slag met jouw taak of opdracht.
timer
5:00
Slide 33 - Slide
Lees de slide voor.
Laat de leerlingen aan de slag gaan met hun taak of opdracht.
Extra informatie:
De leerlingen kunnen gelijk met hun taak beginnen en gaan hier dus slechts 5 minuten mee aan de slag. Ze zullen merken dat het een stuk makkelijker is om ermee te beginnen, omdat alles al klaarlag en ze precies weten wat ze moeten doen.
Je bent begonnen!
Dat viel best mee, toch? Als je het moeilijk vindt om te beginnen, doe dan de 'Vijf Minuten Vlammer'. Spreek met jezelf af dat je vijf minuten aan de slag gaat en beslis daarna of je door wilt gaan.
Slide 34 - Slide
Lees de slide voor.
Extra informatie:
De stap om te beginnen is de moeilijkste en hebben de leerlingen al gemaakt. Doordat ze vijf minuten bezig zijn met de taak is er een kans dat ze in een 'flow' raken. Vertel dat wanneer de leerlingen dit thuis gaan proberen, ze zelf kunnen bepalen of ze nog door willen gaan (als ze er lekker in zitten) of besluiten om even te stoppen.
Maak het makkelijk
Bedenk wat de kleinste stap is die je nu kan zetten.
Gebruik de 'Twee Minuten (t)Opstart' om alles te doen voordat je kunt beginnen.
Gebruik de 'Vijf Minuten Vlammer' om echt aan de slag te gaan.
Slide 35 - Slide
Lees de slide voor.
Na deze les
Weet je hoe je jezelf op verschillende
manieren kunt belonen.
Slide 36 - Slide
Lees de slide voor.
Leerdoelen:
De leerling kan uitleggen waarom het nuttig is om jezelf te belonen.
De leerling kan benoemen welke twee soorten beloningen er zijn.
De leerling kan verschillende beloningen opnoemen waar je uit kunt kiezen wanneer je gedaan hebt wat je wilde doen.
Beloningen
Groep 1 gaat eerst 2 minuten iets leuks doen (Spelletje/YouTube/TikTok/Instagram) en daarna 2 minuten de tekst op het werkblad lezen.
Groep 2 gaat eerst 2 minuten de tekst op het werkblad lezen, en daarna 2 minuten iets leuks doen als beloning.
timer
2:00
Slide 37 - Slide
Verdeel de klas in twee groepen. Iedereen werkt individueel, dus het maakt niet uit hoe je de verdeling maakt.
Lees de slide voor.
Zorg dat het voor alle leerlingen duidelijk is of ze beginnen met 'iets leuks', of met het lezen van de tekst op het werkblad 'Check Beloon jezelf'.
Zorg ervoor dat iedereen wel in stilte kan werken.
Start de timer en laat de leerlingen aan de slag gaan.
Na twee minuten wisselen de leerlingen van activiteit.
Start de timer opnieuw en laat de leerlingen weer aan de slag gaan.
Hoe makkelijk was het om te beginnen met het lezen van deze tekst?
Heel makkelijk
Makkelijk
Moeilijk
Heel moeilijk
Slide 38 - Poll
Laat de leerlingen de vraag beantwoorden.
Vraag leerlingen uit zowel groep 1 als groep 2, en vraag leerlingen waarom ze veel of weinig wilskracht nodig hadden voor het lezen van de tekst.
Extra informatie:
In de opdracht die je met de leerlingen hebt gedaan, zaten twee verschillende ervaringen. Bij groep 1 (eerst iets leuks, dan het werkblad) is het waarschijnlijk dat de leerlingen hebben gemerkt dat het meer wilskracht kost om iets 'minder leuks' te doen na het doen van iets leuks. Dit heeft te maken met de afgifte van 'dopamine' in je hersenen. Bij groep 2 is het waarschijnlijk dat de leerlingen hebben gemerkt dat het minder wilskracht kost om iets 'minder leuks' te doen, omdat er een beloning op hen stond te wachten.
Het leukst voor het laatst
Het wordt moeilijker om iets te doen wanneer je daarvoor iets leuks hebt gedaan.
Het wordt makkelijker om iets te doen wanneer er een beloning op je wacht.
Slide 39 - Slide
Lees de slide voor.
Extra informatie:
Wanneer je een beloning krijgt, komt er een stofje vrij in je hersenen genaamd 'dopamine'. Dopamine zorgt ervoor dat we ons gelukkig en beloond voelen. Het komt bijvoorbeeld vrij wanneer je jezelf beloont.
Kies je beloning
De beste beloning is een beloning die direct te maken heeft met je taak (bijvoorbeeld een frisse adem na het tandenpoetsen).
Slide 40 - Slide
Extra informatie:
Een voorbeeld van een beloning op de lange termijn is het halen van je diploma. Het is soms moeilijk om jezelf hiervoor te motiveren, omdat de beloning ver weg is. Daarom is het belangrijk om jezelf ook op de korte termijn te belonen. Dit is een beloning die je direct ontvangt, nadat je hebt gedaan wat je wilde of moest doen. Dit kan gaan om wat lekkers, een compliment of het afstrepen van een taak op je to-do-lijst.
Welke beloningen zouden jou helpen?
Slide 41 - Mind map
Laat de leerlingen de vraag beantwoorden.
De leerlingen kunnen meerdere antwoorden geven. Klik op 'sluit invoer' als de leerlingen geen antwoorden meer mogen geven.
Extra informatie:
Voorbeelden van beloningen die leerlingen kunnen noemen zijn:
Filmpjes op mijn telefoon kijken
Iets lekkers eten of drinken
Serie kijken
Gamen
Met vrienden afspreken
Sporten
Klein maar fijn
Een goede beloning kan heel klein zijn! Denk aan het afstrepen van een taak op je to-do-lijst of het horen van onderstaand geluidje als je iets afvinkt:
Slide 42 - Slide
Lees de slide voor.
Speel het audiofragment af.
Extra informatie:
Een voorbeeld van een beloning op de lange termijn is het halen van je diploma. Het is soms moeilijk om jezelf hiervoor te motiveren, omdat de beloning ver weg is. Daarom is het belangrijk om jezelf ook op de korte termijn te belonen. Dit is een beloning die je direct ontvangt, nadat je hebt gedaan wat je wilde of moest doen. Dit kan gaan om wat lekkers, een compliment of het afstrepen van een taak op je to-do-lijst.
Maak een streak!
Als je van iets een gewoonte wilt maken werkt het belonend om te werken aan een 'streak'. Denk maar aan hoe dat werkt bij bijvoorbeeld Snapchat.
Hiervoor kun je ook een
'gewoonteteller' gebruiken.
Slide 43 - Slide
Wijs de leerlingen op het werkblad 'Gewoonteteller' en stimuleer ze om de gewoonteteller thuis eens uit te proberen.
Extra informatie
Wanneer je een stapje dichterbij je doel komt, reageert je brein op dezelfde manier als bij een directe beloning: er komt dopamine vrij waardoor je je blij voelt. De simpele actie van het zetten van een kruisje wanneer je iets hebt gedaan wat je moest of wilde doen, geeft een belonend gevoel. Het gebruik van een gewoonteteller werkt ook stimulerend om het gedrag regelmatig te blijven herhalen, wat belangrijk is voor het automatiseren van een gewoonte.
Voorbeelden uit de les 'Gebruik je omgeving'
Ik ga aan de slag met mijn huiswerk, maar leg mijn telefoon aan de andere kant van het lokaal zodat ik hier niet door afgeleid word.
Ik ga op een briefje per vak opschrijven wat ik precies moet doen, zodat ik gelijk zie wat ik moet doen als ik met mijn huiswerk ga beginnen na schooltijd.
Slide 44 - Slide
Dit zijn voorbeelden van experimenten uit de les 'Opmerken'. Heb je deze les nog niet gedaan? Sla deze slide dan over.
Lees de slide voor.
Laat de leerlingen zelf een experiment bedenken of één van de experimenten kiezen uit deze voorbeelden. Dit experiment gaan zij tijdens de les gedurende 25 minuten uitproberen.
Wanneer de leerlingen zelf een experiment bedenken is het belangrijk dat het concreet is en past binnen 25 minuten.
Laat de leerlingen vrij in de keuze of zij dit zelfstandig of samen met een klasgenoot willen doen.
De leerlingen kunnen na de voorbeelden hun experiment invullen.
Voorbeelden uit de les 'Maak het leuk'
Ik ga een afspeellijst maken met leuke muziek en vervolgens aan de slag met mijn huiswerk terwijl ik naar deze muziek luister.
Ik ga samen met iemand uit de klas leren voor Frans en elkaar overhoren.
Ik ga mijn 'spel' verder ontwerpen en ga van het behalen van één doel echt een spel maken.
Slide 45 - Slide
Dit zijn voorbeelden van experimenten uit de les 'Willen'. Heb je deze les nog niet gedaan? Sla deze slide dan over.
Lees de slide voor.
Laat de leerlingen zelf een experiment bedenken of één van de experimenten kiezen uit deze voorbeelden. Dit experiment gaan zij tijdens de les gedurende 25 minuten uitproberen.
Wanneer de leerlingen zelf een experiment bedenken is het belangrijk dat het concreet is en past binnen 25 minuten.
Laat de leerlingen vrij in de keuze of zij dit zelfstandig of samen met een klasgenoot willen doen.
De leerlingen kunnen na de voorbeelden hun experiment invullen.
Voorbeelden uit de les 'Maak het makkelijk'
Ik ga de 'Twee Minuten Takeoff' gebruiken voor het klaarleggen van mijn huiswerk en doe daarna de 'Vijf Minuten Vlammer' om met mijn huiswerk aan de slag te gaan. Na elke vijf minuten neem ik een korte pauze.
Ik zet mijn telefoon uit, zet een lekker muziekje op, en ga gewoon 25 minuten aan de slag met mijn huiswerk.
Slide 46 - Slide
Dit zijn voorbeelden van experimenten uit de les 'Doen'. Heb je deze les nog niet gedaan? Sla deze slide dan over.
Lees de slide voor.
Laat de leerlingen zelf een experiment bedenken of één van de experimenten kiezen uit deze voorbeelden. Dit experiment gaan zij tijdens de les gedurende 25 minuten uitproberen.
Wanneer de leerlingen zelf een experiment bedenken is het belangrijk dat het concreet is en past binnen 25 minuten.
Laat de leerlingen vrij in de keuze of zij dit zelfstandig of samen met een klasgenoot willen doen.
De leerlingen kunnen na de voorbeelden hun experiment invullen.
Voorbeelden uit de les 'Beloon jezelf'
Ik ga mijn gewoonteteller afmaken en begin straks met mijn huiswerk, zodat ik de eerste dag al heb 'afgestreept'.
Ik ga een lijst maken met tien verschillende beloningen die ik mezelf gelijk kan geven. Hier kan ik uit kiezen als ik heb gedaan wat ik wilde doen tijdens deze les.
Slide 47 - Slide
Dit zijn voorbeelden van experimenten uit de les 'Belonen'. Heb je deze les nog niet gedaan? Sla deze slide dan over.
Lees de slide voor.
Laat de leerlingen zelf een experiment bedenken of één van de experimenten kiezen uit deze voorbeelden. Dit experiment gaan zij tijdens de les gedurende 25 minuten uitproberen.
Wanneer de leerlingen zelf een experiment bedenken is het belangrijk dat het concreet is en past binnen 25 minuten.
Laat de leerlingen vrij in de keuze of zij dit zelfstandig of samen met een klasgenoot willen doen.
De leerlingen kunnen na de voorbeelden hun experiment invullen.