Effectief Schrijven – Informeren, Instrueren en Overtuigen

Effectief Schrijven 


1. Tekstdoelen: Informeren, instrueren en overtuigen
2. Doelgroep en voorkennis
1 / 10
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Effectief Schrijven 


1. Tekstdoelen: Informeren, instrueren en overtuigen
2. Doelgroep en voorkennis

Slide 1 - Slide


Wat lees jij dagelijks?
A
WhatsApp-bericht
B
E-mail
C
Nieuwsartikel
D
Handleiding

Slide 2 - Quiz

Welke tekstdoelen passen hierbij?



- Nieuwsartikel, e-mail met updates
- Handleiding, stappenplan
- Social media post met een mening, advertentie
Informeren - instrueren - overtuigen 

Slide 3 - Slide


Welke teksten lees jij als softwareontwikkelaar?
A
Handleiding
B
Forum-discussie
C
Blog over programmeren
D
E-mail van een klant

Slide 4 - Quiz

Welke tekstdoelen horen bij deze voorbeelden?
- Handleiding
- Blog
- Forumdiscussie
- E-mail van een klant

Slide 5 - Slide

Handleiding → Instrueren

Blog → Overtuigen

Forum-discussie → Afhankelijk van het bericht

E-mail van een klant → Informeren of instrueren

Slide 6 - Slide

"Stel, je moet uitleggen hoe je een nieuw programma installeert. Hoe zou je dit uitleggen aan een beginner? En hoe aan een ervaren programmeur?"

Slide 7 - Open question

Verschillende doelgroepen hebben andere voorkennis.

1. Hoe pas je een tekst aan op de doelgroep?
2. Wat gebeurt er als je te veel of te weinig uitleg geeft?

Slide 8 - Open question

Welke teksten kom je in je vakgebied tegen?

Slide 9 - Mind map

Tekstsoorten:

- Handleiding
- Rapportage
- E-mail
- Presentatie

Welke doelgroep hoort bij deze tekstsoorten en hoe pas je de tekst daarop aan?

Slide 10 - Slide