8.2 De aarde en de zon _ Vwo 3

Par 8.2
De aarde en de zon
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Par 8.2
De aarde en de zon

Slide 1 - Slide

Planning
  • Terugblik
  • Leerdoelen
  • Uitleg / filmpje
  • Lessonup
  • Zelfstandig werken

Slide 2 - Slide

Krachten in het heelal

Slide 3 - Slide

De miljoenen rotsblokken die tussen de banen van Mars en Jupiter in een baan om de zon draaien heten …
A
planetoïden
B
kometen
C
meteorieten
D
astroïden

Slide 4 - Quiz

Zet op volgorde van links naar rechts. Begin bij het middelpunt van ons zonnestelsel.
Aarde
Venus
Zon
Mars
Mercurius

Slide 5 - Drag question

Welk hemellichaam is rond
A
Dwergplaneet
B
Planetoïde

Slide 6 - Quiz

Leerdoelen
Je kunt:
  • uitleggen wat de begrippen aardas, baanvlak en schrikkeljaar betekent
  • Uitleggen wat de seizoenen op aarde op aarde veroorzaakt
  • uitleggen hoe noorderlicht ontstaat en wat de zonnewind is.

Slide 7 - Slide

Baanvlak of eclipticavlak

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Aardas 23,4 graden. De noordpool wijst naar poolster in Noorden. Daardoor lijkt de poolster stil te staan.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Op een winterdag komt de zon op om 08:48 uur en gaat ze om 16:48 uur onder. Op welk tijdstip bereikt de zon haar hoogste punt?
A
12:00 uur
B
13:00 uur
C
13:48 uur
D
12:48 uur

Slide 13 - Quiz

Leg uit waarom een schrikkeljaar nodig is.

Slide 14 - Open question

Leg uit waarom een schrikkeljaar nodig is.
Mogelijk antwoord:
Een schrikkeljaar is nodig omdat de aarde er niet precies 365 dagen over doet om rond de zon te gaan maar 365 dagen en 6 uur.
Door die 6 uur van 4 jaar bij elkaar op te tellen, heb je 24 uur, oftewel 1 dag. Dit is de schrikkeldag die elke 4 jaar meegenomen wordt in de telling.

Slide 15 - Slide

De maan
Maanfasen
Hoe draait de maan?
Hint: De maan heeft 
Altijd de zelfde kant
naar de aarde gericht.

Slide 16 - Slide

De maan
De maan geeft zelf geen licht. Je kunt de maan zien doordat die het licht van de zon terugkaatst. Wanneer de verlichte kant van de maan naar je toegekeerd is, zie je een volle maan. Maar als de donkere kant van de maan naar je toegekeerd is, zie je niets.

Slide 17 - Slide

Zonsverduistering

Slide 18 - Slide

Hoog water (getijde)

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Waarom is het in de winter bij ons kouder?
A
De aarde staat in de winter verder van de zon af.
B
Nederland staat in de winter aan de donkere kant van de zon.
C
Nederland ontvangt in de winter licht wat minder loodrecht op de aarde schijnt.
D
Nederland ontvangt in de winter meer koude wind uit de ruimte.

Slide 23 - Quiz

Eerste kwartier
Volle maan
Nieuwe maan
Laatste kwartier

Slide 24 - Drag question

Wat gebeurt er bij een zonsverduistering?
A
De maan staat tussen de zon en de aarde in
B
De aarde staat tussen de zon en de maan in
C
De zon staat tussen de aarde en de maan in
D
De zon verdwijnt achter een planteet

Slide 25 - Quiz

Vraag vooraf :
Hoe ontstaat het noorderlicht?
A
de planeet mars staat op een bepaald moment zo dat de magnetische kracht van mars en die van de Aarde elkaar afstoten
B
door zonnedeeltjes van de zon wat botst met het magnetisch veld van de aarde.
C
er komt een komeet uit de ruimte langs vliegen en die straalt een raar licht uit
D
omdat de atmosfeer heel dun is op dat moment en daardoor kunnen er heel veel zonnestralen de aarde bereiken

Slide 26 - Quiz

De noordpool van de aarde wijst altijd naar ......
A
Jupiter
B
De poolster
C
De zon
D
De maan

Slide 27 - Quiz

In de zomer zijn op het noordelijk halfrond de dagen langer
A
Juist
B
Onjuist

Slide 28 - Quiz

Slide 29 - Slide

Opgaven
21, 24 al gedaan
dus nog doen:
25, 26, 29 en 33

Slide 30 - Slide