Je maakt een toets voor je buurman/buurvrouw van minstens 7 vragen over 4.1 t/m 4.2
Lees daarom eerst 4.1 en 4.2 en bedenk daarna vragen.
Vragen die je bijvoorbeeld kunt stellen zijn: wat is de aanleiding van de 1e wo, oorzaken, gevolgen, begrippen, welke bondgenoodschappen etc.
Eerst maak je een serieuze toets (bedenk ook gelijk het antwoord bij de vraag)
Na 10 minuten wissel je het blaadje uit. De persoon naast je maakt de toets. Daarna wisselen jullie om en kijk je na.